Historiën

Geen bladzij zonder bloedbad

Classici hebben een missie. Ervan overtuigd dat de Griekse en Latijnse klassieken tot het edelste behoren dat de menselijke geest heeft voortgebracht, kunnen zij zich soms niet voorstellen dat niet iedereen bereid is zich de weerbarstige dode talen eigen te maken.


Zelfs de fanatiekste voorvechters van het gymnasium zullen echter moeten toegeven dat de meeste leerlingen na vijf of zes jaar onderwijs nog steeds niet in staat zijn zelfstandig Griekse of Latijnse teksten te decoderen, laat staan dat het leestempo hoog genoeg is om er ook nog een beetje van te kunnen genieten.


Gelukkig zijn de belangrijkste teksten in vertaling beschikbaar. Nog tot ver in de twintigste eeuw hadden vertalers de neiging hun geliefde auteurs weer te geven in een verheven jargon dat vooral bedoeld leek om niet-ingewijden op afstand te houden, maar de afgelopen decennia zijn er, met name bij Athenaeum-Polak & Van Gennep en de Historische Uitgeverij, vele vertalingen verschenen die niet alleen toegankelijk, maar ook literair genietbaar zijn.


De productiefste vertaler op klassiek gebied is zonder twijfel Vincent Hunink, die in duizelingwekkend tempo de ene na de andere auteur beschikbaar maakt, van de allervroegste, fragmentarisch overgeleverde pioniers van de Latijnse literatuur uit de derde eeuw voor Christus, tot de laat-antieke preken van Augustinus en obscure heiligenlevens uit de Middeleeuwen.


Het geschreven Latijn was al vroeg een hoogst gestileerde kunsttaal. Dichters en prozaïsten legden zich toe op het vormen van ritmisch overrompelende volzinnen waarvan de woordvolgorde op vervreemdende wijze afweek van de spreektaal, en vaak werden ze ook nog opgetuigd met subtiele verwijzingen naar de canonieke teksten die hun lezers op school van buiten hadden geleerd. Voor ons is het doorgaans vrijwel onmogelijk na te voelen hoe het Romeinse publiek, dat overigens bij voorkeur niet zelf las maar zich liet voorlezen, de teksten heeft ervaren.


Dat geldt zeker bij de historiograaf Cornelius Tacitus, die aan het begin van de tweede eeuw zijn Historiën en Annalen schreef, in een eigenzinnig Latijn dat nog steeds iedere lezer in verwarring brengt, niet omdat het zo moeilijk, maar omdat het zo heftig is. Het grillig verloop van Tacitus' zinnen en alinea's maakt je aan het schrikken, de gedrongenheid van zijn formuleringen laat veel impliciet dat je als lezer in gedachten moet aanvullen, zijn oneliners zijn snijdend en meedogenloos.
Deze stijl is het perfecte vehikel voor keiharde, cynische verhalen over incompetente machtswellustelingen, corrupte generaals, verwijfde senatoren, bloeddorstige barbaren en konkelende courtisanes. Huninks radicale, klankrijke vertaling van Tacitus' Historiën is onthutsend, en daarom een meesterstuk van ongekende klasse.


Van de Historiën is alleen het begin overgeleverd, ruim vier boeken die gewijd zijn aan de chaotische gebeurtenissen in de anderhalf jaar na de dood van keizer Nero in 68. Achtereenvolgens grijpen Galba, Otho en Vitellius de macht, alle drie even fout en onbekwaam, maar uiteindelijk is het de min of meer respectabele Vespasianus die het keizerschap in handen weet te krijgen.
Geen bladzijde zonder bloedbad, geen hoofdstuk zonder verraad, geen alinea zonder sarcastische karakterisering. Onder leiding van de eenogige Julius Civilis komen de Bataven in opstand, in Judea maakt Vespasianus' zoon Titus zich op om Jeruzalem te veroveren.


Een van de meest schokkende passages betreft de inname en plundering van Cremona: 'Veertigduizend gewapenden drongen binnen. En een groter aantal soldatenknechten en marketenters, verdorvener nog, in de ban van lust en wreedheid. Rang noch leeftijd bood bescherming, ze mengden verkrachting met moord, moord met verkrachting. Heren op leeftijd, dames aan het eind van hun dagen, die als buit niets meer opleverden, werden meegesleept voor de aardigheid. Kwam er een volgroeid meisje of knappe jongen op

hun weg, dan geweld en gretig trekkende handen, ze werden in stukken gescheurd, en ten slotte vlogen de plunderaars elkaar naar de keel.'


Fascinerend is Tacitus' neerbuigende visie op de Joodse volksaard: 'Ondanks hun oversekstheid mijden ze geslachtsverkeer met niet-Joodse vrouwen, onderling mag alles.' Hun rituelen zijn 'ongerijmd, smoezelig'. Ook de Bataven komen er niet best van af. Zo geeft de wrede Civilis zijn zoontje een paar krijgsgevangenen 'als schietschijf voor pijlen en oefensperen'.


De grootste schurken zijn echter de Romeinen zelf: 'Wat restte was een wedstrijd in bedrog.' Wie nog enig geloof in de mensheid wil blijven koesteren, kan dit boek beter ongelezen laten.Piet Gerbrandy


Tacitus: Historiën. Uit het Latijn vertaald door Vincent Hunink. Athenaeum-Polak & Van Gennep; 308 pagina's; € 29,95. ISBN 978 90 253 6715 2.

Meer over