ExpositieVan Thonet tot Dutch Design

Hink-stap-springend langs de prachtcollectie meubels in het Stedelijk Museum

Bezoekers kunnen zich op de designexpositie in Amsterdam vergapen aan museale topstukken, van de 19de-eeuwse houten meubels van de firma Thonet tot de Adidas-gympies van Pharrell Williams.

Van Thonet tot Dutch DesignBeeld GJ van Rooij

Boomers zullen een zucht van herkenning slaken bij het eenvoudige maar sierlijke zitbankje van ontwerper Kho Liang Ie voor het Nederlandse meubelmerk Artifort. Het stond in de jaren zeventig in talloze woonkamers als toonbeeld van goede smaak. Millennials blijven waarschijnlijk haken aan de Endless Chair van Dirk van der Kooij, een jonge ontwerper die zijn kleurrijke stoelen met een reusachtige robotarm 3D-print van afvalplastic. Duurzaam, catchy en dus trending op Instagram. Zo biedt de expositie Van Thonet tot Dutch Design in het Stedelijk Museum in Amsterdam herkenningspunten voor elke generatie.

Waarvoor deze bloemlezing uit de designcollectie zich ook leent: je vergapen aan museale topstukken. Wat meteen al begint bij de zeldzame 19de-eeuwse houten meubels van de firma Thonet, om te eindigen met Adidas-gympies van popster Pharrell Williams (waarom staan die trouwens op een expositie over wonen?) Daartussen staan, verdeeld over dertien zalen met thema’s als ‘Meubelen uit één stuk’ of ‘Ontwerpen voor kinderen’ ruim driehonderd stoelen, lampen, vazen, speelgoed, posters en andere woonobjecten. Of het nu de futuristische plastic fantastic stoelen uit de jaren zestig zijn of juist het ingetogen mid-century modern uit Scandinavië – telkens weer staat er dat ene onvervangbare icoon.

Van Thonet tot Dutch DesignBeeld GJ van Rooij

Dit is vooral een zelffelicitatie van het museum met zijn – inderdaad overweldigende – collectie. Vandaar ook de ondertitel: ‘125 jaar wonen in het Stedelijk’. De opstelling is chronologisch, wat overzichtelijk maar ook wat voorspelbaar is. Bovendien wemelt het weer van de vitrines, sokkels en hekjes in de zalen. Door deze afstandelijke presentatie zit er niets anders op dan hink-stap-springend langs de blikvangers zelf uit te pluizen hoe onze woonhuizen de afgelopen eeuw zijn veranderd.

Van Thonet tot Dutch Design – 125 jaar wonen in het Stedelijk. T/m 21 maart 2021 in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Deze vijf blikvangers van de expositie Van Thonet tot Dutch Design nemen je in vogelvlucht mee door 125 jaar wonen volgens het Stedelijk Museum:

Lambertus Zwiers – Behang (1917)

Lambertus Zwiers – Behang (1917)

Begin 20ste eeuw ontwikkelde de opkomende burgerij voor het eerst een eigen stijl. In omringende landen was dat art nouveau; Nederland volgde in de jaren twintig met de Amsterdamse School. Die stijl is fantasierijk, zwierig met exotische dessins, vaak abstract – kortom, in alles gericht tegen de jansaliementaliteit. Behang was niet alleen als productsoort een noviteit, Lambertus Zwiers voorzag het met de Indische prints bovendien van een mondaine uitstraling.

Gerrit Rietveld – Birza (1927)

Gerrit Rietveld – Birza (1927)

Altijd maar weer die rood-blauwe stoel als symbool van vooruitgang, dacht curator Ingeborg de Roode. Terwijl Gerrit Rietveld (1888-1964) nog zo veel andere baanbrekende ontwerpen heeft gemaakt. Zijn Birza bijvoorbeeld is een van de eerste stoelen die (bijna) uit één stuk is vervaardigd. Rietveld gebruikte hiervoor een experimentele vezelkunststof. Hij was zijn tijd weer eens ver vooruit. Te ver – de stoel werd nooit industrieel vervaardigd.

Aldo van den Nieuwelaar – TC 2 (1969)Beeld GJ van Rooij

Aldo van den Nieuwelaar – TC 2 (1969)

De avant-garde van eind jaren zestig is een streng minimalisme. Het brengt zelfs enkele bestsellers voort, zoals de Lotek van Benno Premsela, een lamp van rijstpapier om een ultradun frame. Compromislozer zijn de maagdelijk witte lichtsculpturen met een rigide geometrie van Aldo van den Nieuwelaar. De lichtbron was een tl-buis, uiteraard eveneens wit. Alsof dit nog niet radicaal genoeg was: de lichtgevende witte staaf TC 2 moest achteloos op de vloer liggen.

Ettore Sottsass – Ashoka (1981)

Ettore Sottsass – Ashoka (1981)

Het uitbundige postmodernisme zou in het nuchtere Nederland nooit echt aanslaan. Te veel kleur, te veel vormen, te veel van alles eigenlijk. Neem deze lamp annex cartooneske totempaal van kale peertjes, krullende takken van vloekende materialen als spiegelend chroom en pastelkleurig laminaat. Deze kunstzinnige kitsch – of kitscherige kunst, afhankelijk van je smaak – is een uitvergroting van de jaren tachtig, vol schoudervulling, fluorbehang en Miami Vice op tv. Design ging niet meer over functie en efficiëntie, maar over lifestyle en emotie.

Hella Jongerius – Long Neck & Groove Bottles (2000)Beeld Gerrit Schreurs

Hella Jongerius – Long Neck & Groove Bottles (2000)

Het moderne van de Amsterdamse School, de experimenteerdrift van Rietveld en de radicale eenvoud van het polderminimalisme: het komt allemaal samen in deze intrigerende vaas (of is het nou een fles?) Niet voor niets een van de laatste stukken op de expositie. De onderste helft is van porselein, de bovenste van glas. De twee delen zijn vervolgens gewoon aan elkaar gelijmd, verstopt onder een slordig stuk tape. Jongerius introduceerde de herwaardering van imperfectie en ambacht.

Grootste designcollectie van Nederland

Met Van Thonet tot Dutch Design neemt het Stedelijk een voorschot op de grootse viering van zijn 125-jarige bestaan, dit najaar. Vanaf 1934 begon het museum met het verzamelen van design. Sindsdien groeide de designcollectie met ruim vijftigduizend objecten uit tot de grootste van Nederland. Het merendeel is grafisch en textiel, maar er zijn ook drieduizend meubelstukken. Uit recent onderzoek bleek dat slechts 3 procent daarvan door vrouwen is ontworpen. Op de expositie Van Thonet tot Dutch Design is de vrouwelijke inbreng opgekrikt tot 20 procent.

Meer over