Hillbillyboy in de jazz Charlie Haden keert terug naar de country & western van zijn jeugd

Charlie Haden, een van de grote bassisten van de jazz, speelt op zijn nieuwe cd voor het eerst weer de simpele countryliedjes die hij vijftig jaar geleden met vader en moeder in Springfield, Missouri zong....

ERIK VAN DEN BERG

OP HET LINKERPOOTJE van Charlie Hadens bril is in sierlijke letters de naam van een Italiaans modehuis gegraveerd. De matzwarte stropdas, het kastanjebruine overhemd en de zachtlederen merkschoenen getuigen evenmin van een goedkope smaak. De jazzbassist vouwt zijn gemanicuurde handen voor zijn welvende embonpoint en stelt bedachtzaam formulerend vast dat hij tevreden mag zijn.

I have been very uuuhh fortunate, laat Haden diverse malen weten, waarbij hij beurtelings doelt op de kwaliteit van zijn oude contrabas, de gelukkige relatie met Ruth Cameron, zijn manager en echtgenote, en de samenwerking met gitarist Pat Metheny op de cd Beyond the Missouri Sky - de aanleiding voor deze ontmoeting in een luxueus gestoffeerde Parijse hotelkamer.

Maar eerst heeft de 59-jarige muzikant zelf een vraag: 'Weet jij misschien hoe Chet Baker om het leven is gekomen?' Het antwoord stelt hem gerust: dus toch gevallen uit het raam van zijn Amsterdamse hotelkamer, en niet geduwd of gesprongen, zoals kwade tongen in de Verenigde Staten nog altijd beweren.

'Chet hield van het leven. Hij was zijn leven lang verslaafd aan heroïne, maar dat betekent nog niet dat hij er een einde aan wilde maken. We waren bevriend en ik heb vaak genoeg gezegd dat hij moest stoppen, maar dan zei hij: Man, I like getting high too much. Wat kun je daarop terugzeggen?'

Haden telt nog maar eens een zegening. Hij is alweer tijden clean, maar zijn junkie-periode in de jaren vijftig en zestig staat hem nog helder voor de geest: 'Ik heb diverse keren achterelkaar op de rand van de dood verkeerd.' Dat is wel genoeg treurigheid voor vandaag, oordeelt de gastheer, met een betekenisvolle blik op de poster van zijn nieuwe cd: een dramatische wolkenlucht boven een prairielandschap, die zijn platenfirma als een vingerwijzing op de wand heeft geprikt.

Beyond the Missouri Sky is het jongste produkt van Hadens verbintenis met PolyGram/Verve. Het is een ingetogen cd met dertien getokkelde gitaar- en basduetten, hier en daar door Metheny aangevuld met discrete synthesizerklanken. De stemmige versies van traditionele liedjes als The Precious Jewel en He's Gone Away zijn doortrokken van een folksy melancholie, waarin je bij wijze van spreken het houtvuur op de prairie kunt horen knappen. Geen gebruikelijke referentie voor een jazzmuzikant.

De boodschap is duidelijk. De grote vernieuwer onder de freejazzbassisten, de voormalige strijdmakker van jazzrevolutionair Ornette Coleman, de poëet van de diepste basregionen en de oprichter van het links geëngageerde Liberation Music Orchestra, keert terug naar het muzikale landschap van zijn jeugd: de country & western-muziek uit de Ozarks, het uitgestrekte heuvelgebied in het zuiden van Missouri.

Het heeft er alles van dat Charlie Haden in de greep van de nostalgie verkeert. Zijn vorige cd met de pianist Hank Jones was een verkenning van oude gospelthema's. En ook op de platen van zijn recente Quartet West groef hij dierbare herinneringen op. In Angel City uit 1988 was een ode aan het Los Angeles van zijn favoriete schrijver Raymond Chandler, waarin tussen sfeervolle film noir-arrangementen de stem van Humphrey Bogart te horen was. En op Always Say Goodbye uit 1993 laste Haden tussen eigen composities onder meer een hartverscheurende ballad van Jo Stafford uit 1944 in. Heeft het grote terugblikken een aanvang genomen?

De bassist vindt dat dat laatste wel meevalt ('Beyond the Missouri Sky gaat over het hier en nu, over mooie liedjes die Pat en mij inspireren'), maar hij ontkent niet dat zijn jeugd in de Ozarks op deze cd een rol speelt. Charlie Haden is een echte plattelandsjongen. Hij werd geboren in Shenandoah, Iowa, en groeide op in Springfield, Missouri, als zoon van een muzikaal echtpaar dat als country & westernduo optrad in de roemruchte Grand Ole Opry.

Vader Haden speelde gitaar en mondharmonica, en nam al zijn kinderen op in het familieorkest. 'Hij leerde ons zuiver intoneren en vanaf mijn tweede zong ik mee in concerten van mom and dad', herinnert Haden zich. 'In Springfield traden we tweemaal per dag op in Corn's a'Crackin', een radioshow die dankzij een zender van 50.000 Watt in de wijde omgeving te horen was. Het was een populair programma, vóór de komst van de tv, dat ook de grote namen uit Nashville trok.'

Dank zij de dagelijkse radioshow werden country-coryfeeën als Hank Williams, The Carter Family en Roy Acuff goede bekenden van de familie Haden. Alles wees erop dat ook Charlie de muziek in zou gaan. Een oudere broer speelde contrabas, en in de uren dat zijn broer niet thuis was, leerde Charlie zichzelf spelen.

'Ik leerde op het gehoor, door te kijken hoe anderen het deden. Mijn broer was een goede bassist, al heeft hij nooit naam gemaakt. Hij hield van muziek, maar gokken was zijn ware liefde. Voor zijn dood, in het begin van de jaren tachtig, werkte hij in het orkest van de Golden Nugget in Las Vegas. Dan kon hij na het werk meteen door naar de speeltafels.'

Jazz leerde Charlie kennen via de radio. Nadat hij op zijn veertiende in Omaha, Nebraska Charlie Parker en Lester Young in de concertserie Jazz at the Philharmonic zag, was hij verkocht. Een belangrijke stimulans was vervolgens zijn vaste engagement in een lokaal country & western-programma op tv, The Ozark Jubilee. 'De bekende zanger Red Foley was de gastheer, en in zijn band zaten uitstekende gitaristen als Eddy Arnold. Arnold hield van jazz. We speelden na de shows samen en hij moedigde mij aan door te gaan.'

Zijn ouders hadden geen bezwaar tegen zijn jazzliefde ('Ik geloof niet dat ze me begrepen. But if I liked it, that was great'), en halverwege de jaren vijftig verliet hij de Ozarks om muziek te gaan studeren in Los Angeles. In korte tijd bleek Hadens uitzonderlijke talent. Hij speelde met de pianist Paul Bley en de altist Art Pepper, en nadat hij in 1957 Ornette Coleman leerde kennen, liet hij de opleiding snel voor wat die was. Als autodidact in Colemans fameuze kwartet zou Haden vanaf 1959 jazzgeschiedenis schrijven.

Hoewel critici in Hadens vrij door de akkoorden en maatschema's zwervende solo' soms een hillbilly-timing meenden te ontdekken, speelde country & western veertig jaar geen rol meer in zijn muziek. Alleen op de driedubbel-lp Escalator Over the Hill van Carla Bley was hij begin jaren zeventig nog even te horen als onvervalste hillbilly-tenor, in een vrolijk knauwend duetje met Linda Ronstadt.

Was Beyond the Missouri Sky niet het juiste moment weer eens als country-zanger van zich te laten horen? Niet voor niets is in het cd-boekje de tekst van The Precious Jewel afgedrukt:

Way back in the hills when a boy I once wondered

Buried deep in the grave lies the one that I love.

Haden weert de suggestie lachend af: 'Die tweede stem bij Linda Ronstadt lukte nog wel, maar ik heb al sinds mijn vijftiende niet meer gezongen. Ik kreeg polio, waardoor de linkerhelft van mijn gezicht, inclusief mijn stembanden, verlamd raakte. Het duurde een jaar voor ik weer kon praten, maar zingen ging niet meer. Ik was voorgoed mijn bereik kwijt.'

Haden compenseerde het verlies ('vroeger zong ik dag en nacht') door een minstens zo persoonlijke stem op de contrabas te ontwikkelen. Zijn bas heeft iets nobels en grootvaderlijks. Hij speelt weinig noten, in een traag en statig tempo, en lijkt met zijn mahoniehouten toon oeroude en een beetje droevige verhalen te vertellen. Hoewel zijn stuwende solo's met de jaren iets aan diepte en spanning hebben verloren, is de Hadenbas ook op Beyond the Missouri Sky meteen te herkennen.

De bassist schrijft zijn geluid voor een groot gedeelte toe aan zijn instrument, en aan de ouderwetse darmsnaren waarvan hij wegens hun warme klank geen afscheid wil nemen. Alleen voor de lage E- en A-snaren, die meer weerstand vragen, geeft hij de voorkeur aan het strakke, maar koeler klinkende metaal.

'Daarbij heb ik een geweldige bas. Hij is gebouwd in het begin van de vorige eeuw door de grote Franse vioolbouwer Jean-Baptiste Vuillaume. Hij heeft maar een paar bassen gemaakt, en in 1967 heb ik er één van kunnen bemachtigen. Vuillaume's bassen zijn minder kostbaar dan de Italiaanse bassen uit dezelfde periode, omdat die heel gewild zijn in symfonieorkesten. Maar voor het pizzicatospel in de jazz is de Vuillaume onovertroffen.'

Eigenlijk is het een wonder dat Haden nog altijd professioneel actief is. Hij wordt geplaagd door een ernstige gehooraandoening: een combinatie van tinnitus - continue oorsuizingen - en een afwijking die hij hyper-acoustics noemt, een overgevoeligheid waardoor hij het kleinste gerucht soms waarneemt als een oorverdovend kabaal.

'Als jij nu zou horen wat ik hoor, zou je schreeuwend van ellende het pand verlaten. Maar ik heb geleerd ermee te leven, ik scherm me ervan af. Bij concerten draag ik oordoppen, en ik probeer harde geluiden te vermijden. Op het podium staat tussen mij en de drummer altijd een plexiglas scherm, anders kan ik niet spelen.'

Het is een onbeschaamde vraag, maar hoe zit het eigenlijk met Hadens politieke stellingname? Van de muzikant die met zijn Liberation Music Orchestra ageerde tegen de rechtse regimes in Latijns-Amerika, die liederen uit de Spaanse Burgeroorlog op het repertoire nam, en in 1971 in Lissabon nog werd gearresteerd omdat hij zijn muziek opdroeg aan de bevrijdingsbewegingen in Mozambique en Angola, lijkt op zijn recente Verve-platen weinig meer te bekennen.

Haden verzekert dat zijn opvattingen niet wezenlijk zijn veranderd: 'Mijn politieke stellingname droeg ik vooral uit in mijn politieke orkest, het Liberation Music Orchestra, waarvan binnenkort overigens nieuwe live-opnamen uit Montreal verschijnen. Verder schuilt mijn overtuiging hierin, dat ik veel meer mensen in contact wil brengen met die in de marge gedrukte kunstvorm die we jazz noemen. Of ik nu een mooie jazzstandard interpreteer of een strijdlied uit de jaren dertig - voor mij refereert het aan dezelfde strijd.'

Plotseling spitst Haden de oren: wat is dat voor gedruis beneden op de Boulevard? 'Vind je het goed als we even kijken wat er loos is?' Vanaf zijn balkonnetje bekijkt de bassist met welgevallen de bescheiden demonstratie die met luidruchtige megafoons door de straat trekt. Op de spandoeken staan leuzen over universiteit en werkgelegenheid. 'Het zijn studenten, niet? Héél jong nog.' Mooi zo, concludeert Haden, voor hij de balkondeuren weer sluit: 'The people united won't be defeated.'

Charlie Haden & Pat Metheny: Beyond the Missouri Sky. Verve 537 130-2 (verschijnt 4 maart).

Meer over