Postuum

Hilde de Haan (1949-2021) was een gepassioneerd criticus voor wie in architectuur menselijkheid leidend moest zijn

Hilde de Haan Beeld
Hilde de Haan

Hilde de Haan, op 8 februari op 71-jarige leeftijd overleden, was een architectuurjournalist pur sang. Dat blijkt niet alleen uit haar enorme en gevarieerde productie boeken en artikelen (voor de Volkskrant), maar ook uit haar grondhouding. Ze was zeer gepassioneerd over architectuur, maar niet bang om er kritisch over te schrijven.

Met haar echtgenoot Ids Haagsma schreef ze sinds 1987 architectuurkritieken voor de Volkskrant. Sinds 2000 steeds vaker alleen, wegens de haperende gezondheid van haar man. Haar laatste krantenstuk dateert van 2015. Ze wilde zelf stoppen, tegen zin van de krant, die haar onafhankelijke stem zeer waardeerde. Net als de lezers.

Het lag niet aan haar liefde voor architectuur dat ze een stapje terug deed. Die was groot en onaangetast. Ze kon totaal verrukt raken als ze iets moois had gezien, of mopperen als een architect een kans had gemist. Ze was in staat brede ontwikkelingen in de architectuur context geven. ‘Het feestje is over’, schreef ze in 2006 in de Volkskrant over Superdutch, de naam voor de zeer extraverte en succesvolle Nederlandse architectuurstroming uit de jaren negentig. ‘Het mag weer onopvallend en kneuterig zijn.’ Kleine of grote projecten, voor De Haan was niet het formaat, maar de menselijkheid in de architectuur de belangrijkste waarde.

De Haan was in de jaren zeventig en tachtig een van de weinige vrouwelijke stemmen in de architectuurkritiek. Ze had geen achtergrond in bouwkunde, maar in de psychologie. Dat kleurde haar stem. Haar voorliefde voor de verstilde en esthetische ruimtelijke opvattingen van de Bossche School, met Dom Hans van der Laan als belangrijkste representant, werd indertijd door de goeddeels modernistisch georiënteerde beroepsgroep niet altijd begrepen. De Haan zou samen met Haagsma uitgroeien tot een autoriteit op het gebied van het plastische getal, een theorie over ideale maatverhoudingen door Dom van der Laan.

Het is een lastig leerstuk dat, net als de gulden snede, tracht te komen tot een mathematisch beredeneerde harmonieleer. Maar De Haan ‘kraakte’ de geheime code van het plastische getal als een van de auteurs van een lijvige monografie over Jan de Jong, de belangrijkste leerling van Dom van der Laan. Want ze herkende ze de ambitie van een architect die ruimte voor mensen wil ontwerpen, in plaats van een object. Het boek over De Jong inspireerde jonge architecten om de ideeën van de Bossche School te bestuderen. ‘Sinds de crisis zie je dat men weer teruggaat naar de basis van de architectuur. En dat is precies waar de Bossche School goed in was: pure bouwkunst, waar alles gaat om de ruimtelijke beleving’, zei ze in 2015.

‘Die bezinning en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit past goed bij haar persoon’, zegt Maarten Kloos, een collega-architectuurcriticus en oud-directeur van architectuurcentrum Arcam. ‘Wat ze schreef was altijd enorm goed onderbouwd, ze was altijd nieuwsgierig en een zeer integere beschouwer van de architectuur.’

Meer over