Hilarisch voorproefje nieuwe show Ashton Brothers

De Parade..

UTRECHT Ze zijn zulke ervaren Parademakers dat ze gewoon gaan zitten, hun gitaar erbij pakken en van de vraag hoe ze eens zullen beginnen direct een grappig refreintje maken. Kees van der Vooren en Eddie B Wahr (beiden onder meer van Orkater) scoorden al vaker een hit op de jaarlijkse theaterkermis (meestal samen met Beppe Costa).

Dit jaar is een ritmisch meedeinende keuken hun domein. In Mon Bouillon trekken ze een muzikaal en filmisch soepje van alles wat er zo al over het aanrecht vliegt of in keukenkastjes achterblijft. De tegelwand is tevens projectiescherm en een ingenieus spel met film en werkelijkheid zorgt voor talloze geinige doorkijkjes; van boerenweilanden tot een blik in de keuken van een Franse kok (met een champignonrecept gezongen als chanson). Van der Vooren en B Wahr geven een nieuwe – letterlijke – dimensie aan het fenomeen ketelmuziek & keukengeheim. Het vindingrijke decor en de ongedwongen toon maken Mon Bouillon tot een heerlijk lichtverteerbaar half uurtje.

Veel ongeruster word je van Wééralarm, een revue van de Vrienden van de Dansmuziek over de klimaatsverandering. De jonge acteurs Pepijn Cladder, Thijs Maas en Klavertje en Klemens Patijn rijgen een aantal bijtende sketches aan elkaar tot een vijf-voor-twaalf-medley. Ze zingen, jumpen, drummen en rappen over toeristen op zoek naar sneeuw (‘Verdammt/Verdampt, es schneet nie!’). Ze imiteren ijsberen die uitglijden op ‘een schots die scheef staat’ en wetenschappers die een weinig fris antwoord hebben op de schuldvraag van de opwarming van de aarde. Soms leunt de humor te veel op woordgrappen maar vooral de Vrienden-versie van een goedbedoelde Live Earth-song is hilarisch.

De vier vrienden van de Ashton Brothers – een van de beste variétégroepen die het Nederlands cabaret de afgelopen jaren heeft voortgebracht – zijn bezig aan de creatie van hun derde avondvullende programma (Charlatan!, première februari 2008) en presenteren op de Parade een mix van oude en nieuwe acts. Vooral de scènes waarin publieksparticipatie op prijs wordt gesteld doen het goed in het Paradetheater: de scheiding tussen podium en stoelen is hier flinterdun. Toch grijpt het viertal met de doorzichtige slotact, waarin een vrijwilliger verdwijnt in een verwisselde kist, te gemakkelijk terug op eenzelfde eerder vertoond optreden.

Sterker zijn de scènes waarin ze de performance van B-artiesten zoals amateurgoochelaars op de hak nemen. Ze leggen haarfijn de vinger op de zelfverheerlijking van deze vaak foute losers. Magic Gerard (Pim Muda), Ome Fransie (Pepijn Gunneweg) en Ome Rudi (Friso van Vemde) maken van hun boekentruc een lekker ranzig goochelnummer, al mag het tempo nog worden opgeschroefd. Letterlijk sterk zijn de entre’acts van Joost Spijkers en Muda als spierballenhomo’s en van Van Vemde als rolstoelklimmer. Na De tragiek van onderman (2002) en de tragiek van de tijd in Ballyhoo! (2005) is het viertal goed op weg naar een slapstickportret van de tragiek van de charlatan.

Annette Embrechts

Meer over