profielTon Kas

‘Hij kan zo mooi kankeren’ – Ton Kas, het fenomeen van Promenade, ontleed

null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Sinds zondag is acteur, theatermaker, moppenman en allround intrigerend figuur Ton Kas (62) weer te zien in culthit Promenade. Vrienden en collega’s leggen uit wat hem zo hilarisch maakt.

Het was die aflevering van Promenade waarin Ton Kas als tv-kok Ton Kas kippensoep stond te maken. Tom kha kai met een vleugje Ton Kas, zoals hij het zelf omschreef, net iets te opgetogen over een voor de hand liggende vondst: ‘Ton kha kai’. Als een van de vaste gasten van de satirische talkshow, naast cabaretiers Henry van Loon en Eva Crutzen, deed hij zijn zegjes over allerlei gespreksonderwerpen terwijl hij zich luid door de aflevering heen hakte en blenderde, om ten slotte een zak voorgesneden soepgroente open te trekken.

De Ruinerwold-zaak, daar ging het over, 26 januari vorig jaar. Kok Ton Kas, aan het einde van een alsmaar gekker wordende opsomming van zogenaamde geruchten over wat zich binnen het gezin had afgespeeld: ‘En die moeder van ze, ken je dat verhaal? Die moeder van ze, die hebben ze dus nagemaakt. Die hebben ze nagemaakt... van gehakt.’ Een blik richting Henry van Loon, links van hem: ‘Van gehakt!’

De dwaasheid komt nu natuurlijk voor geen meter over; hevel absurdisme uit een televisiestudio contextloos over naar krantenpapier en er blijft weinig van heel. Het is ook nog niet zo eenvoudig om het intrigerende personage dat Ton Kas in wisselende extravagante gedaanten vertolkt raak te typeren. Non-conformistisch, wijsneuzerig, politiek incorrect, de onverstoorbare tegenhanger van woke Henry van Loon, iemand die dingen als ‘Dat is algemeen bekend’ met grote stelligheid uitspreekt, ook als het onzin is. Een beetje zonderling of zelfs misplaatst lijkt hij, in die showbizzparodiesetting, alsof het toeval is dat uitgerekend hij daar staat.

null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Die precieze Ruinerwold-grap, daar gaat het even niet om. Het gaat om hoe Ton Kas het woord ‘gehakt’ uitsprak, zegt Henry van Loon, gevraagd naar zijn favoriete Ton Kas-moment. Hoe Kas hem tijdens de opname serieus bleef aankijken terwijl hij ‘gehakt’ zei, met die Amsterdamse tongval van hem, hoe Van Loon zijn gezicht in de plooi moest zien te houden, hoe Kas daarmee fuckte door het hem qua mimiek zo onmogelijk mogelijk te maken, en hoe de scène vanwege aanhoudende slappe lach wel twintig keer over moest.

Van Loon: ‘Ik werd helemaal gek.’ Promenade-bedenker Diederik Ebbinge zegt al even slecht bestand te zijn tegen alleen al de effectieve aanwezigheid van Ton Kas. ‘We moeten vaker scènes opnieuw doen omdat iemand hem aankijkt en onherroepelijk in de lach schiet. En het bijzondere is dat ik dan vaak denk: wat is hier nou zo grappig? Hij doet toch eigenlijk helemaal niks?’

Ja, wat maakt Ton Kas zo onweerstaanbaar komisch? ‘Het lijkt bij Ton alsof hij maar wat zegt, een beetje staat te brabbelen, gewoon Ton is, niks bijzonders’, zegt Van Loon. ‘Maar alles wat er makkelijk uitziet, is voorbereid en heeft hij tot in detail geperfectioneerd. Dat is fascinerend, want je trapt er bijna in. Je denkt dat je naar iemand kijkt die zomaar wat doet, maar je ziet in werkelijkheid een heel erg goede acteur.’

Eentje die in 1984 afstudeerde aan de Amsterdamse Theaterschool, en met klasgenoot Willem de Wolf ruim twintig jaar het ontregelende duo Kas & De Wolf vormde op het experimentele snijvlak van toneel, mime en droge humor. ‘Kas & De Wolf hebben dat ondefinieerbare waardoor ze zich veel kunnen permitteren’, schreef de Volkskrant eens over ‘de Tommy Coopers van het moderne theater’.

Voordat Willem de Wolf er herinneringen aan ophaalt, moet hem eerst wat warms van het hart: ‘Ton is de allerbeste vriend geweest die ik ooit heb gehad. We zagen elkaar op het slapen na aldoor. Met niemand in mijn leven is de band zo intens geweest als met hem.’

Achttien voorstellingen maakten ze, Ton Kas de geboren Amsterdammer, Willem de Wolf uit Groningen, met ijzerenheinige consequentie. Het hoofdbestanddeel was subversiviteit en wat De Wolf ‘minimalistisch geësthetiseerde recalcitrantie’ noemt. ‘Ton en ik waren altijd bezig met wat wij tegen de gevestigde orde in konden brengen, met wat er al was en wat nieuw kon zijn. In het jargon dat we ontwikkelden was het woord ‘stunt’ erg belangrijk.’

Hij is zich ervan bewust dat zoiets kwajongensachtig kan klinken, maar er staken serieuze drijfveren achter - het was niet alleen maar kont tegen de kribbige grappenmakerij. ‘We deelden vanaf het allereerste moment een gevoel voor humor, maar hadden ook gemeen dat we uit de lagere kleinburgerij kwamen. De kunstwereld was voor ons geen vanzelfsprekendheid. Die niet-vanzelfsprekend heeft ervoor gezorgd dat we bleven zoeken naar onze plek in de kunst, wat in feite een zoektocht was naar uitzonderlijkheid en eigenheid, als een verantwoording voor het feit dat we er wél waren.’

In hun voorstellingen ging het vaak over de toneelpraktijk. Het podiumwezen van Kas & De Wolf diende hun spottende commentaar op de ambities en pretenties van ‘het kunstbedrijf’ en van henzelf: geen wereldschokkende inspiratie, geen oprechte interesse, maar hé, dat subsidiegeld moet op. Ondertussen stelden ze vaak premières uit omdat ze hun werk niet goed genoeg vonden.

De Wolf: ‘Ik bekeek het meestal met ambitie, vertrouwen en zin, Ton juist met antipathie, cynisme en weerzin.’ Het was niet het enige karakterverschil dat ze ten gunste van hun dynamiek dramatiseerden. ‘Hij was meer vrijgevochten dan ik, ik ben autoriteitsgevoeliger. Ton is een onafhankelijke geest. Een anarchist, in politieke en artistieke zin.’

Goede vriendin Ellen Goemans ziet weer voor zich hoe Willem de Wolf en Ton Kas in hun gouden Mercedes bij de Toneelschool Arnhem arriveerden. Haar klas, bestaande uit negen vrouwen en één man, Eric de Vroedt, vroeg Kas & De Wolf in 1996 om hun afstudeervoorstelling te regisseren. Ton Kas stapte die Mercedes uit in een wit sportpakje met hoog opgetrokken witte sokken en een gouden zonnebril. ‘Spectaculair. Alsof er een film de toneelschool in kwam rijden.’

Kleurcorrectie door Willem de Wolf: ‘Het kan zijn dat die Mercedes door de lichtschittering goud leek, maar het was een zilverkleurige Mercedes. Ton en ik hebben altijd iets met auto’s gehad. Het begon met een Volvo, maar we reden ook een tijdje een Citroen CX Break, een BMW, een Buick. Die auto’s, daar zat natuurlijk ook die recalcitrantie in. We waren er wel op uit dat mensen zouden zeggen: ja hoor, daar heb je Kas & De Wolf.’

Minstens zo onvergetelijk vond Goemans de reactie van Ton Kas op het script dat Oscar van Woensel, die een paar jaar eerder was afgestudeerd, voor hen had geschreven. ‘We waren nog niet klaar met lezen of Ton zei iets als: ‘Nou, dít gaan we in ieder geval niet doen. Hartstikke leuk geschreven, maar wat een kutstuk.’ De voorstelling die ze wél maakten, daar begreep Goemans ‘geen reet’ van. ‘We werden uitgefloten op het Internationaal Theaterschool Festival, ik geloof dat Hans Kemna het echt schandalig vond. Ton en Willem vonden dat hilarisch.’

Een jaar later begon Goemans met Maureen de Jong en Eric de Vroedt toneelgezelschap Monk, waarbij ze Kas als eindregisseur betrokken. ‘We hebben zó vaak meegemaakt dat als we een script hadden gemaakt, of een decor bij elkaar hadden gesprokkeld, Ton binnenkwam en zei: ‘Dat decor kan alvast de straat op.’ Het was nooit meteen goed. In tegendeel.’

Nu ze erover nadenkt, vindt ze het eigenlijk wel gek dat ze nooit tegen hem in gingen. ‘We hadden ook kunnen zeggen: fuck you, Ton, wij willen het gewoon zo.’ Werden ze overrompeld door hem? ‘Zo ervoer ik dat niet. Ik keek tegen hem op. Ik vond Ton gewoon zó eigen, en zijn ideeën zó goed. Ik denk dat ik besmet hoopte te raken met zijn manier van kijken naar de mensheid, zijn talent voor timing en het volgen van impulsen, zijn oog voor de terzijdes in het leven.’

In 2003 maakten Kas & De Wolf hun laatste programma Stand in, waarin ze zichzelf overbodig maakten door stand-ins te laten spelen. De subsidie was nu echt op, en tussen hen was het ook op. De Wolf: ‘We konden elkaar niet meer werkelijk boeien. Ton zei tegen mij: ‘Ik geloof er niet meer in.’ Daarmee bedoelde hij de kunst, de mate waarin wij altijd maar onderbetaald werden, altijd weer die subsidieaanvragen moeten schrijven.’

Het kennen en hebben gezien van Kas & De Wolf is cultureel kapitaal in bepaalde kringen, hoort De Wolf tegenwoordig af en toe. ‘Toen werd wat wij deden ook wel gewaardeerd, maar het bleef een niche. We hadden niet veel publiek.’

Ton Kas ging hierna meer in films en televisieseries spelen. Zijn eerste televisierol had hij in 2000 al in de serie Hertenkamp, zijn eerste film was dat jaar politiethriller Lek. Nu volgden de remake van ’t Schaep met de 5 pooten (2006) en de vier series die daarop volgden, films als Vet Hard (2005), Vox Populi (2008), Gewoon Hans (2009) en Matterhorn (2013), die laatste twee geregisseerd door Diederik Ebbinge.

Het sloeberachtige type, de Amsterdamse proleet, vertolkte hij geweldig, zegt Ebbinge. ‘Maar ik zag een geweldig dramatisch acteur in hem, tragiek en diepte. Ik heb met Ton lopen leuren bij regisseurs die ik kende, maar de reactie was meestal: die platte Amsterdammer kan hij goed, maar dat is het wel hoor. Dat ergerde mij. Toen ben ik zelf films met hem gaan maken.’ Eerst kreeg hij een rolletje in Succes, met René van 't Hof, daarna hoofdrollen in Gewoon Hans en Matterhorn. ‘Dat heeft hij weergaloos gedaan.’

Of Ton Kas net zo trots is als Ebbinge op hoe dit allemaal uitpakte? ‘Dat zal Ton nooit met zoveel woorden zeggen. Dan mompelt hij wat, geeft hij niet thuis.’ Simuleert een gesprekje met Ton Kas: ‘Ben je niet heel trots Ton? Mwoah, nou ja, hmmm.’ Net zo droogjes als Kas doorgaans reageert wanneer Ebbinge in standje dolenthousiast een idee met hem deelt: ‘Ja, kan. Kan.’

Jenny Arean, zijn echtgenoot in ’t Schaep, moest wennen aan die weinig scheutige houding, zegt ze. ‘Je hebt van die mensen die het gezellig vinden met z’n allen. Nou, daar hoort Ton totáál niet bij. Hij is een vrij gesloten iemand, op zichzelf. Ik was bang van hem, in het begin, vanwege zijn norsigheid. Maar ik merkte al snel dat het allemaal zo’n vaart niet liep. Plus dat ik vreselijk om hem moest lachen, om zijn nonchalance die niet op nonchalance gebouwd is. Hij is retegoed, daar smolt ik gewoon van. En hij kan zo mooi kankeren. Norsig kankeren. Ton is een lieverd.’

Een lieverd - Diederik Ebbinge gebruikt precies dezelfde woorden. Hij kan zich best voorstellen dat anderen ongemakkelijk van Kas kunnen worden. ‘Ton is nu eenmaal geen open boek. Een rare, onbenaderbare man, zo kunnen sommige mensen zijn gevoeligheid en verlegenheid misschien uitleggen, en zo zullen die mensen dat wellicht ook ervaren. Ik ben het sociaal makkelijke tegenovergestelde van hem. Misschien werkt het daarom zo goed tussen ons.’

Willem de Wolf: ‘Ik moest eerlijk gezegd een beetje lachen toen jij me schreef dat je een levendig portret van Ton wilde optekenen. Daar zouden Ton en ik al een grap over hebben gemaakt: ‘Ze wil een levendig portret van je maken Ton!’ De volgende grap zou zijn dat hij eerder doods is dan levendig. Ton heeft een wat moeizamere levensinslag, wat niet betekent dat hij niet óók hedonistisch kan zijn. Dat sombere hebben we altijd graag uitvergroot, met humor.’

In de Kas & De Wolf-tijd maakte hij mee dat Kas weerstand opriep. ‘Als hij zich onrechtvaardig behandeld voelt, dan trekt hij zijn mond open. Hij heeft een ongelooflijk rechtvaardigheidsgevoel, wat volgens mij met zijn vader te maken heeft. Die was boekhouder, en Ton vindt dat hij te hard heeft gewerkt in zijn leven voor te weinig waardering en geld. Ik denk dat hem dat altijd heeft beziggehouden, dat hij dat zelf zo niet wilde.’

Jenny Arean: ‘Ik denk dat hij voor de duvel niet bang is, en écht op zichzelf bouwt. In hoeverre Ton onzeker is, zou ik bij god niet kunnen zeggen, maar ik vermoed: niet. Hij vindt heel veel van wat er aan theater en films gemaakt wordt niet goed. En dat vind ik dan weer heel goed.’

Die kritische kijk herkent Diederik Ebbinge. ‘Je wordt voor een bepaalde rol gevraagd, je gaat braaf het script zitten lezen en op pagina 8 denk je: hoe hebben ze me dit in godsnaam op durven sturen? Hoe hebben ze ooit geld gekregen om dit te mogen maken? De onkwaliteit, de gemakzucht waarmee dingen maar in elkaar geflanst worden, het opportunisme. Dat háát Ton. En dat haat ik ook. Wij zijn allebei perfectionisten die van millimeterwerk houden, het kleine gefuck, de details. Dáár zou alles voor moeten wijken.’

Van hun tweeën is Kas degene van wie het altijd nog raadselachtiger en absurder mag, ook in Promenade. ‘Hij wil eigenlijk alleen maar fucken. Dat zegt hij ook letterlijk: ‘Gewoon fucken man, dat ze er niks meer van begrijpen.’’

Overigens staat kok Ton Kas niet ver van Ton Kas af. ‘Hij kan beregoed koken. En ook dat doet hij allemaal heel secuur en precies.’ Ellen Goemans: ‘In een dorp boven Amsterdam heeft hij een grote stolpboerderij verbouwd. Daar wordt niet zomaar een lullige keuken ingezet. Van de Monk-tijd herinner ik me ook hoe belangrijk hij het vond om goed te eten. We gingen altijd naar veel te sjieke restaurants van subsidiegeld. Ton houdt van sterrenrestaurants. Hij wil er wel alleen naartoe als hij zijn hond mag meenemen. Kootje, een Spaanse asielhond, is heel erg heilig. Dat is echt zijn kind.’

Zijn vriendin en hond gaan ook mee op tournee – de hond gaat zelfs mee het podium op. Henry van Loon: ‘Over dieren kun je bij Ton bijna geen grappen maken.’

In de solovoorstellingen die Kas sinds 2013 maakt, De eerste klootviool, Jabroer en Kakmaker, rijgt hij moppen aaneen. ‘Om het hele wereldrepertoire aan moppen tot je autobiografie samen te ballen, vind ik persoonlijk al van enige zelfspot getuigen’, zei hij over De eerste klootviool in de Volkskrant. ‘Ik ben nou eenmaal eerder geneigd het leven als een opeenstapeling van blunders te ervaren, dan als een aaneenschakeling van hoogtepunten.’

Hij is er om uitgelachen door mensen uit de toneelwereld, weet Goemans. Ze vinden het van weinig smaak getuigen, een beetje platvloers moppen tappen, voluit gaan voor de makkelijke lach. Die mensen, ook sommige recensenten trouwens, zien niet wat zij ziet: hoe slim die shows in elkaar zitten, dat Kas het hele niksige, niet-kunstige van moppen vertellen over dikke tieten en konten eigenlijk óók op de hak neemt.

Goemans en haar man zagen Kakmaker vorig jaar in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Na afloop troffen ze Kas in de artiestenfoyer. ‘Dan heeft hij dus zelf wijn meegenomen, en zijn eigen plakjes Italiaanse worst. Dat is Ton. Hij neemt zijn eigen shit mee, zodat hij zich niet hoeft te ergeren aan de troep van een ander.’

Als hij bij haar op bezoek is, in Den Haag, gaan ze altijd een haring eten bij Simonis in Scheveningen. Dan halen ze er een klein flesje wijn bij. ‘Ton rookt. Ik eigenlijk niet, maar als ik bij hem ben, biets ik zo’n lichte sigaret van hem. We praten over ouder worden, de gebreken die hier en daar de kop opsteken, de opvoeding van mijn twee meisjes.’

Met de theaterwereld heeft hij niet veel meer, gelooft Goemans. Onlangs nog stelde ze voor om samen naar Desperado van Toneelgroep Suburbia te gaan – in 1996 geschreven door Willem de Wolf en Ton Kas. ‘Maar nee, daar had hij echt geen zin in.’

De afstand tot de toneelpraktijk waarop hij met Kas & De Wolf commentaar leverde heeft hem ‘een minder gefrustreerd mens’ gemaakt, denkt Ebbinge. Hoe dan ook heeft het succes van zijn moppenshows hem een welkom gevoel van vrijheid verschaft; hij kan ervoor kiezen om alleen de projecten te doen die hem aanstaan, geen gezeik.

Willem de Wolf weet ook dat het hem enorm veel deugd doet, om grote, volle zalen te laten lachen. Hij is blij voor zijn oude vriend, dat hij een manier heeft gevonden om dingen te doen die hem plezier geven, die anderen plezier geven, en die hem fysiek en mentaal niet te moeilijk afgaan.

Ze zijn na Stand in ieder hun weg gegaan, maar zien elkaar nog af en toe. ‘De laatste keer maakte hij een blije indruk.’ Toch vraagt hij zich af: zijn het niet juist ook frustratie en weerzin die Ton Kas zo’n eigenzinnige, bewonderde maker maken? Komt Ton Kas in Promenade niet geweldig tot zijn recht omdat hij daarin in feite een uitvergrote versie speelt van zichzelf?

De Wolf zegt dat hij ‘een soort pijn’ voelt als hij naar Kas in dat programma kijkt. ‘En als ik hem in zijn soloprogramma’s zie... daar staat toch iemand die het liefst niet praat, die er het liefst zo snel mogelijk vanaf wil zijn? Ik zie een personage dat liever niet de onderwerpen behandelt die hij staat te behandelen, die praat terwijl hij niks wil zeggen. Het tegen wil en dank-verhaal: ze hebben mij hier naartoe gesleept, ik heb tijdens de rit bij voortduring nee gezegd, en nu sta ik hier. Dat is wat hij bij Kas & De Wolf deed, en ik zie het hem ook doen in zijn moppenprogramma's en in Promenade. Is het al afgelopen, mogen we al iets drinken?’

De Wolf denkt dan dus soms: misschien zou hij liever weer kunst maken. ‘Maar dat is waarschijnlijk projectie van mij. Het is aannemelijker dat hij liever nog een boerderij zou verbouwen. Ik ben er ook van overtuigd dat Ton een fantastisch filmscenario met ontroerende dialogen en gevoelvolle scènes zou kunnen schrijven en die film fantastisch kan regisseren, maar ik weet zeker dat hij daar gewoon geen zin in heeft. Dat hij niet meer langs producenten wil, niet weer die subsidiemolen in wil, niet twee jaar lang met een script wil leuren.’

Diederik Ebbinge is nog altijd van mening dat zijn muze onderschat wordt. ‘Ton is een acteur met een Michael Caine-achtige kwaliteit. Hij kan veel meer dan de meeste mensen denken.’ Hebben ze het daar weleens over? ‘Ik zal het ongetwijfeld wel eens tegen hem gezegd hebben. En hij zal ongetwijfeld hebben gereageerd met wat onbeduidend gemompel: ‘O, hmmmm, ach.’’

Promenade is zondag om 22:05 uur te zien bij de NTR op NPO 3. Ton Kas is vanaf 30 september terug in de theaters met Best of…

Gewoon Promenade

Promenade ging het nét even anders doen, legde Diederik Ebbinge zondag bij aanvang van de seizoensopener nog eens uit: ‘Deze zomer geen Zomerpromenade, maar gewoon Promenade. Maar dan in de zomer.’ Het noodlot van talkshow De Vooravond indachtig (van de buis gehaald wegens te weinig ‘urgentie’) introduceerde hij een nieuwe vaste gast, maar cabaretier Peter van de Witte kwam bij nader inzien toch te genuanceerd en meningloos uit de hoek. De befaamde Angela de Jong Gong uit het vorige seizoen staat intussen op Marktplaats.