HIER IS DE LIEFDE

In het Casino Luxembourg wordt met de expositie Joy de Vreugde bezongen. En in Frankfurt is de tentoonstelling Summer of Love aan dezelfde emotie gewijd....

Een schoolklasje baadt in roze licht. Meisjesgezichten, zacht als intalkpoeder gedoopte kuikentjes, heffen zich oplettend naar iemand netnaast de camera. Het is doodstil. Dan, op commando, trommelen hun vingersop tafel - zachtjes, harder, sneller, het geluid wordt dat van een zomerseregenbui, een stortbui. Het is een klein wonder dat zich in hun ogenvoltrekt - zij maken geen regen, zij zíjn regen. En dan, pats boem, is hetweer stil.

Het mooiste videowerk van het afgelopen jaar was te zien op het Impaktfestival in Utrecht. Daar liet de Rus Victor Alimpiev zijn ongeremdsentimentele Summer Lightning zien - een strak geregisseerde video van drieminuten waaraan lange repetitiesessies vooraf zijn gegaan.

De vervoering die Alimpiev zoekt en overbrengt was in de beeldende kunstheel lang ongebruikelijk. Positief sentiment moest met een lampje wordengezocht. Ergernis, afstoting, walging, verontwaardiging, gruwel - hetkunstwerk moest niet bevestigen, maar ontwrichten. Niet uitleggen, maarverwarren. Niet aaien, maar slaan.

En als het niet 'abject' was, dan was het wel maatschappijkritisch.Kunst, praatten de schrijvers en denkers over beeldende kunst in 2002 deDocumenta-curatoren na, was 'kennisproductie'. En zij sleepten zich van deene documentaire over immigranten naar de andere fotoreeks over mondialevisvangst.

Maar in 2004 ging het hedendaagse summum van gruwelijke verbeelding, debeeldengroep Hell van de Chapman Brothers, in vlammen op. Duizenden enduizenden afstotelijke mens-zombies op duimformaat, verwikkeld in misbruik,marteling en moord, smolten in een grote brand in het pakhuis vankunstmagnaat Saatchi. De tableaux, opgesteld in hakenkruis-vorm, haddentalloze kunstbezoekers de meest gruwelijke excessen van menselijk gedraggetoond.

Nu waren ze teruggekeerd naar hun titel. Net op tijd, voordat ze eenmaand later door de foto's uit de Abu Ghraib gevangenis ingehaald zoudenworden.

Het was vast toeval, of misschien ook niet. Maar de pendule van debeeldende kunst zwaaide die zomer krakend de andere kant op. Vluchtte wegvan het geweld. Op naar een zonniger, mooiere, minder zwaar beladen kantvan kunst. Terug naar emotie, gevoel, schoonheid, geluk. Terug naar hetsentiment.

Massaal gingen bezoekers onder de 'ondergaande zon' van Olafur Eliassonin de Tate Gallery liggen, en lieten zich betoveren door zijnwaterspiegelingen en mistbanken overal ter wereld in musea. Er kwamententoonstellingen over liefde, droomlandschappen, geluk. De afgelopenBiënnale van Venetië stond bol van het sentiment, en een overzicht vansociaal-bewogen kunstfilms uit de jaren negentig was verbannen naar eenuithoek waar geen hond kwam kijken.

Dat bij 'geluk' intussen nog steeds veel kritische kanttekeningen wordengemaakt, moeten we maar zien als klassiek christelijk schuldgevoel,gecombineerd met een restje Pavlov-reactie van ruim een decennium kritischekunst.

De meest lichtzinnige, de meest ongrijpbare van alle emoties wordtmomenteel bezongen in Luxemburg, waar in het Casino Luxembourg detentoonstelling Joy opende. Vreugde, of Genot - hangt van de vertaler af.Samenstellers Iara Boubnova en Enrico Lunghi benadrukken in ieder geval dathet niet om zoiets huiselijks als 'geluk' gaat. Geluk waar een mens naarkan streven.

Nee, zij zoeken naar het kortstondige moment, de vreugde zoalsgepersonifieerd door een van de drie gratiën, in het Engels 'joy' of'mirth' geheten. Samen met de twee anderen, 'charme' en 'schoonheid',behoorde zij lange tijd tot het gebied van de kunsten, verzucht Boubnovain de catalogus. Maar zijn ze nog steeds onder ons?

Het is een vraag voor de samenstellers - niet voor de kunstenaars. Wantwaar de curatoren hun sociale en politieke bewogenheid met een zucht vanverlichting in de koelkast hebben gezet om bij een lekker wijntje over'genot' na te denken, blijkt dat voor kunstenaars die muze al die tijd nietweg is geweest.

Uit 1989 al stamt de sculptuur van John Körmeling, Hole in the Clouds:een figuurtje warmt zich aan een zonnestraal die door een gat in een dikkewolk op hem schijnt. Ook al acht jaar oud: Ever is Over After All, eenbekend videowerk van Pippilotti Rist waarin zij met een gelukzaligeglimlach en met instemming van de passerende politie-agente autoruiten aanbarrels slaat. Het is deze emotie die de samenstellers van Joy zoeken: hetmoment van de roes, van gelukzaligheid, van ongehinderde vreugde die jeeerder zoekt - en vindt - in muziek, dans, eten, sport en seks.

Kan beeldende kunst dat ook?

Mwah. Meer dan een flauwe glimlach zit er niet in - als je een knikkerdoor de enorme knikkerbaan laat glijden die Honore d'O door het hele pandheeft laten lopen, een klein beetje meer als je door de zaal gevuld metgroene ballonnen waadt die Martin Creed heeft ingericht (Work no.262,2001).

Het meest overtuigend is een video van kunstenaar Spencer Tunick, dieal meer dan tien jaar geënsceneerde foto's maakt van grote groepen naaktemensen. In New York, Chicago, Barcelona en in het Nederlandse Bredatrommelde hij tientallen tot duizenden mensen op die uit de kleren gingenen op zijn verzoek pleinen vulden, door straten renden of hele rivierbankenveranderden in een vleeskleurige massa.

Nooit echt wat gevonden, die foto's - hooguit raar en bewonderenswaardigvanwege de hoeveelheid organisatie.

Maar de registratie van zo'n evenement in Barcelona in 2003 verrast meteen overdosis aanstekelijke vreugde. In alle vroegte verzamelen dedeelnemers zich in een grote hal, voorafgaand aan de mega-performance.Afgezien van de verstokte nudist die alvast naakt op Teva-sandalen naar debijeenkomst komt, moet iedereen ter plekke uit de kleren.

Het zenuwachtige gegiechel, het houterige ontkleden, en dan de ontladingdie uit duizenden mensen opstijgt. Ze juichen, ze lachen allemaal metwaanzinnige verrukking in de ogen, zij stijgen boven zichzelf uit. Zijhebben het gedaan: hun broek uit, en iedereen is Adam of Eva.

Ook al was je er niet bij, je wordt er ondanks jezelf toch blij van.

'Ik weet nog hoe het was. En ik weet helaas ook hoe heilloos de pogingenwaren om de liederlijke intensiteit van zulke belevenissen vast teleggen.' Dave Hickey (kunstenaar, rockmuzikant en voormalig redacteur vanhet tijdschrift Art in America) publiceerde in 1994 het essay Freaks, datterugblikt op de psychedelische jaren zestig.

Ook die periode is afgestoft. De tentoonstelling Summer of Love, die naLiverpool nu in Frankfurt te zien is, haalt een massa kunst, film,vormgeving en architectuur naar boven die tijdenlang als kitsch werdafgedaan.

Posters met belettering die van het papier afstroomt, Jimi Hendrikx ineen kosmische explosie van sterren en spetters, van kleur verschietende'vloeibare-kristal'-projecties, hallucinerende filmpjes, foto's van be-ins,love-ins, en de met pastorale landschapjes en regenbogen beschilderdePorsche van Janis Joplin.

Eigenlijk gaat ook deze tentoonstelling over 'joy': over de roes en deextase die, zwaar leunend op lsd-experimenten, door de kunsten rolde.

Dat het overbrengen van zo'n ervaring heel moeilijk was, beseften deBeatles al in 1966. Vanaf toen gingen ze niet meer op tournee. Hunzorgvuldig in de studio bewerkte en vervormde klanktapijten waren eenpoging om de met lsd bereikte staat te reproduceren - en dat liet zichniet op het podium herhalen.

De beeldende kunst zocht het in de natuur en in uitheemse stijlen. 'Hetwas een stijlchaos van Duitse romantiek, William Blake, Pop,sciencefiction, Aziatische, animistische en islamitische cultuur, druïsme,beschilderde auto's, surfcultuur, Jugendstil en linkse agitprop', somt deschilder Fred Tomaselli in de catalogus op. 'En een idealisering vancowboys en indianen, wat de bevoorrechte blanke jongeren ook nog eens demogelijkheid gaf om heel lang kind te blijven spelen.'

Maar het ging allengs verder dan spelen. Echt aanstekelijk zijn pas defoto's van de politieke bijeenkomsten uit die tijd. Het waren dezelfde mafkezen die met kralen om hun nek samen met Allen Ginsberg oppoetry-avonden hun existentie uitkrijsten, die in oktober 1967 voor hetPentagon tegen de Vietnam-oorlog demonstreerden. Met in hun kielzog massa'sbrave burgers in driekwart regenjasjes en achter kinderwagens, die nognooit een lsd-pil 'gepopt' hadden. Blijkbaar sloeg hun holistischeboodschap aan: een andere wereld was er voor iedereen. Die hoefde nietbinnen de muziek en de kunst en in de beroemde Filmmore East concertzaalte blijven. Die zou misschien ook wel 'in het echt' mogelijk zijn.

Dat optimisme ontbeert de nieuwere 'gelukskunst'. Die wil wel weg uitde serieuze (en in toenemende mate boze) buitenwereld, maar de reis is ookmeteen het doel. In de Appel in Amsterdam is momenteel een prachtigeverzameling werk te zien waarin kunstenaars trachten aan de zwaartekrachtte ontsnappen. Erik Wesselo hangt aan een molenwiek in een adembenemendfilmpje, Fiona Tan rolt keer op keer van een duin, Sam Taylor Wood heeftzichzelf zwevend in een ruimte gefotografeerd.

Het is misschien hedonistisch, maar het is ook hoopgevend. Anders danin lange tijd te zien was, wordt iedere kijker hier op zijn menselijkheidaangesproken, in plaats van een kolos van een schuldgevoel aangepraat tekrijgen. 'Where is the love?' vroeg de popgroep The Black Eyed Peas zichvorig jaar af - nou, die is hier.. Het is klein, om verheffing te zoekenin het trommelen van kindervingers, in het bewegen van water, in het uitde kleren gaan. Maar het is een begin.

Meer over