Hier en daar een allochtoon

Nederland is een land vol culturele minderheden. Dat valt op straat moeiteloos te zien, maar op de televisie blijft dat onzichtbaar....

DE publieke omroep is een blanke dame of heer. Van de achtduizend werknemers hebben er driehonderd een allochtone afkomst - daarbij zijn ook de medewerkers van de Nederlandse Moslim Omroep en de Organisatie voor Hindoe Media meegerekend. De allochtone redacteuren in dienst bij een 'grote' omroep bevinden zich bovendien in een isolement.

Vijf jaar 'positieve acties', zoals het bevorderen van de instroom van allochtonen wordt genoemd, heeft nog niet veel opgeleverd. Rond minderhedenprogramma's hangt 'een naargeestige sfeer', zegt Rob Heukels, programmaleider Radio bij de NPS. Op de televisie wil de NPS, die verplicht is 15 procent van haar televisiezendtijd aan minderheden te besteden, 'de minderhedentaak integreren in de reguliere programmering'. Dat is nou net wat niet moet gebeuren, vindt Mohamed Rabbae, Tweede-Kamerlid voor GroenLinks.

Die driehonderd allochtonen bij de publieke omroep moeten er 'binnen redelijke termijn' zeshonderd worden, zegt Gerard Hulshof, netmanager van Nederland 1 en voorzitter van het project Meer Kleur in de Media. De afgelopen week gaf de NOS toestemming voor verlenging van dat project. Hulshof: 'De publieke omroep heeft geen keuze, als zij iets wil betekenen. De televisie loopt achter op de maatschappij. Dat gaat veranderen. Al is het maar omdat omroepen door wetgeving op het terrein van de arbeidsparticipatie van allochtonen daartoe verplicht zijn.'

Ed Klute, directeur van de Stichting Omroep Allochtonen (Stoa), is niet optimistisch over de instroom van allochtonen. Hij ziet weliswaar meer buitenlandse namen op de aftiteling voorbijkomen dan voorheen, maar constateert ook dat er 'een grote kloof bestaat tussen wat er op televisie komt en wat er op straat te zien is. Ik verwacht dat het lang gaat duren voordat allochtonen als vanzelfsprekend zichtbaar en hoorbaar zijn. Tien, vijftien jaar, daar moet je bij die omslag minstens aan denken.'

De afgelopen jaren richtte Meer Kleur in de Media zich op het aan het werk krijgen van allochtone schrijvers, presentatoren en bureauredacteuren. De Stoa en de Media Academie, uitvoerders van het project, organiseerden workshops voor scenarioschrijvers, een databank met honderden gekleurde talking heads kwam van de grond en bureauredacteuren kregen werkervaringsplaatsen bij nieuwsprogramma's.

Deze inspanningen bezorgden twee scenarioschrijvers werk bij de VARA-serie Twaalf steden dertien ongelukken. Zes presentatoren kregen een contract bij omroepen. Een aantal bureauredacteuren kon aan de slag. Van de 35 deelnemers aan diverse werkervaringsprojecten vonden er 23 al dan niet tijdelijk werk.

Rob Heukels werkt als programmaleider Radio bij de NPS met diverse allochtone redacties. Die maken programma's als Suara Maluku ('door en voor Molukkers'), Tambu ('voor Antillianen en Arubanen') en Nieuws en actualiteiten in het Chinees. Wat er in die programma's te berde wordt gebracht, weet Heukels niet. 'Ik spreek niet alle talen. Bovendien: wie moet wie controleren? We werken hier met volwassen journalisten.'

Heukels vindt het isolement waarin deze redacties zich bevinden zorgwekkender. Allochtonen die voor de NPS-radio werken, bevinden zich te veel op een eiland, zegt hij. 'We weten niet van elkaar wat we doen. Het zou mooi zijn als allochtone en Nederlandse redacteuren wat vaker bij elkaar informeren.'

Over tien jaar, denkt Heukels, zal alles anders zijn.

'De media worden gedomineerd door de blanke, burgerlijke middenmotor. Er moet een nieuw genre worden uitgevonden. Programma's die zich bevinden op het snijvlak van autochtonen en allochtonen. De jonge generaties allochtonen en autochtonen gaan gewoon met elkaar om. Dat moet een nieuwe klank opleveren. Ik weet zeker dat dit andere geluid de naargeestige sfeer rond minderhedenprogramma's zal doen verdrijven.'

Tom Kamlag, programmaleider Televisie van de NPS, sluit zich daarbij aan. Hij wil programma's voor minderheden weghalen uit de hoek van bloedwraak, uithuwelijken en religieus fanatisme. Kamlag legt het accent op 'de verrijking', op het doorbreken van stereotiepen. Een serie als Curacao: van Watamula tot Punt Kanon is volgens hem een goed voorbeeld. 'Die serie, die in prime time wordt uitgezonden, laat zien hoe dat deel van ons koninkrijk in elkaar steekt. Zo integreren we onze minderhedentaak in de normale programmering. We hebben meer plannen in die richting. Er komt een reeks documentaires over Suriname. We denken aan een serie over Marokko.'

Rabbae is het niet met Kamlag eens. De NPS doet het in zijn ogen slecht. Chinese of Turkse films of documentaires over Curaçao zijn niet de programma's waarvoor migrantentelevisie is bedoeld. Liever ziet Rabbae uitzendingen waarin allochtonen op de hoogte worden gebracht van wat er in Nederland gebeurt en waarin zij antwoord krijgen op de vraag hoe zij met cultuurbotsingen moeten omgaan.

Rabbae: 'De minderhedenprogramma's in de eigen taal, zoals Paspoort, hadden niet van de buis gemogen. Oudere migranten zijn gaan zoeken naar media uit eigen land, zenders met agenda's die niet passen in deze samenleving.

'Televisieprogramma's die minderheden in de eigen taal informeren, zijn - anders dan de NPS denkt - niet overbodig geworden. De NPS-chef voor minderhedenprogramma's is in dat opzicht een fundamentalist. De werkelijkheid is anders.'

Kamlag ziet niets in een terugkeer naar Turkstalige of Marokkaans gesproken televisieprogramma's, om allochtonen weg te lokken bij buitenlandse, kwalitatief povere satellietzenders. Het kwam ten tijde van programma's als Paspoort al te vaak voor, zegt hij, dat gasten die goed Nederlands spraken op verzoek van de programmamakers met tegenzin teruggrepen naar Turks of Marokkaans.

'Trouwens', zegt Kamlag, 'iedereen praat maar over minderheden, maar wie zijn dat? De Chinezen? De Marokkanen? Zij vormen niet een duidelijke doelgroep die een-twee-drie kan worden bediend. Als wij bijvoorbeeld een programma in het Arabisch ondertitelen, haken de Berbers af.'

De NPS lijkt er bijna alleen voor te staan. De Humanistische Omroep programmeert programma's als Yoy en Massiv, waarin andere culturen vanzelfsprekend zijn, maar de A-omroepen laten het, op zo nu en dan een documentaire over vluchtelingen na, afweten. 'De NPS zendt 120 uur televisie over minderheden per jaar uit', zegt Kamlag. 'Maar niet alleen wij hebben een taak. Dit is een probleem voor de publieke omroep in het algemeen.'

Henk Müller

Ronald Ockhuysen

Meer over