'Het wordt een heel circus, een eenheid in verscheidenheid'

Deze week ondertekenden de Blauwe Maandag Compagnie en de Koninklijke Nederlandse Schouwburg een protocolovereenkomst die uiteindelijk zal resulteren in de fusie van de twee Vlaamse toneelgezelschappen....

KARIN VERAART

Van onze verslaggeefster

Karin Veraart

ANTWERPEN

De wervingsprocedure voor vier prestigieuze posten bij Het Toneelhuis was al meer dan een maand geleden begonnen. Artistiek leider, zo meldde de personeelsadvertentie, is Luk Perceval. Maar de zaak was op dat moment nog alles behalve rond, zegt Perceval.

Het is woensdag aan het eind van de middag, donker en zo koud dat de thermostaat in de kamer op hol slaat 'als een flipperkast'. Krap 24 uur geleden zegde de kleine beweeglijke oprichter van De Blauwe Maandag Compagnie definitief toe. Tezamen met zijn 'trouwe rechterhand' Joosten en zakelijk leider van de BMCie De Ruyck zal hij voor een periode van vier jaar het zogenoemde directiecomité van het fusiegezelschap vormen.

En daar zat het knelpunt tijdens de onderhandelingen: het comité wilde vrijheid van artistiek handelen, onafhankelijk van de Raden van Bestuur van de beide gezelschappen. Dat was van meet af aan de voorwaarde sine qua non van Luk Perceval en daar is pas de avond ervoor aan voldaan.

Naar Belgische normen is dat een zeer opmerkelijk resultaat, zegt Perceval, misschien wel een eerste signaal dat het juridische en administratieve establishment in het post-Dutrouxtijdperk na een hoop lege beloften serieus van zins is te veranderen.

Met een gezonde dosis woede verliet hij zo'n veertien jaar geleden de Koninklijke Nederlandse Schouwburg, als acteur toen nog. 'Ik werd ziek van het cynisme dat er heerste, de Belgische toestanden.' Al bijna 45 jaar viel het gezelschap onder de stad Antwerpen, was onderwerp van politieke spelletjes, artistiek was er niets mogelijk en men hield zijn mond, uit angst z'n positie te verliezen. Geen dicussie, geen kritiek.

En om kort te gaan: sinds zijn vertrek zag hij niets wezenlijks veranderen. 'Het was en bleef een kolchoze.' Dus toen hij werd gepolst over een samenwerking, stelde hij zijn voorwaarden. Boven een beker kruidenthee ontvouwt hij de plannen voor de komende vier jaar - de eerste subsidietermijn, en in zekere zin zijn proeftijd: 'Kort, maar als ze het na afloop niet eens zijn met mijn beleid, mogen ze me de laan uitsturen, dat vind ik redelijk.' Liefst 280 voorstellingen moeten er komen. In de Bourlaschouwburg, de basis van Het Toneelhuis, zal er zo'n beetje om de twee weken een nieuwe productie staan. Perceval gaat uit van 9 nieuwe producties van het eigen gezelschap, verder wil hij co-producties maken met andere gezelschappen, waaronder een aantal Nederlandse; hij sprak al met Gerardjan Rijnders, Theu Boermans, Guy Cassiers. En niet alleen over co-producties maar ook over uitwisseling van zalen: Toneelgroep Amsterdam moet in de Bourla kunnen staan bijvoorbeeld, terwijl Het Toneelhuis op dat moment in Nederland voorstellingen geeft, of in Gent, maakt niet uit. 'We gaan veel reizen', zegt hij, 'en ik wil ook een tweede plateau erbij waar beginnende regisseurs en acteurs terecht kunnen. Het wordt een heel circus, een eenheid in verscheidenheid.'

Zeker voor de vaste acteurskern van de KNS wordt dat een hele schok. Zij hadden een contract voor onbepaalde tijd. Onder Perceval wordt het allemaal anders. 'Ik ga uit van de regisseurs. Die wil ik de vrijheid kunnen bieden te werken met wie ze willen. De status die de KNS-spelers hadden, dat was een unicum, dat kost kapitalen. En wij moeten alles doen van vijf miljoen.'

Perceval was al een tijdje op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden. Zijn BMcie was in rap tempo uitgegroeid tot een gezelschap in de A-categorie, met een subsidieplafond van 2,5 miljoen gulden. Niet een budget waarmee je nieuw talent eens een kans kunt geven, of meerdere projecten aangaat. Ten Oorlog!, de marathonvoorstelling van de koningsdrama's van Shakespeare in de bewerking van Tom Lanoye, 'daarmee snijden we in ons eigen vlees. Dat blijft een verliesgevende zaak.'

In die zin, zegt hij, kwam de KNS als een godsgeschenk. Begin dit jaar werd Perceval benaderd. Door de voorzitter van de Raad van Bestuur van de KNS, Jan Calewaert, en de schepen van Cultuur van Antwerpen, Eric Antonis. Het ging niet goed met de KNS, al in geen jaren: teruglopende bezoekersaantallen, zich opstapelende schulden, een opeenvolging van directeuren die er niet uitwamen.

In '94 benoemde het stadsbestuur Frans Redant, die zes jaar vroeg en kreeg om het tij te keren. Maar na twee jaar zat er nog steeds weinig vooruitgang in de zaak. Voorzitter Calewaert ging in conclaaf met Antonis; ze kwamen uit op de fusie. Alleen wist Frans Redant dat nog niet. Hij vernam het uit de pers.

Nu slaat hij zich voor het hoofd. Blindheid, overmoed, wat was het. Signalen waren er wel, misschien. Al vóór diens aantreden had Antonis hem gewaarschuwd, later had hij nog eens voorgesteld de KNS voor een jaar te sluiten. Redant had zich daartegen verzet.

Er werd veel gediscussieerd, de KNS werd financieel en artistiek doorgelicht, maar Redant had niet het idee dat er werkelijk aan zijn stoelpoten werd gezaagd. Ten onrechte. Glimlacht: 'Wat ik straks ga doen, ik heb geen idee.'

Nu, ja nu handelt hij de lopende zaken wat af, in zijn kantoortje in de bunker met uitzicht op de Boerentoren en, in de verte, de kathedraal. Redant - zwarte koltrui, keurig grijs baardje - heeft 'grote morele schade geleden'. Hij heeft heus wel fouten gemaakt in zijn programmering, meer dan vierduizend toeschouwers trokken zijn voorstellingen gemiddeld niet, maar van een dubbel failliet, artistiek en in geldelijk opzicht, zoals naar de pers werd 'gelekt' was geen sprake.

Voorzitter van de Raad van Bestuur Calewaert bestrijdt dit. In zijn advocatenkantoor aan de Belgiëlei rekent hij voor: ' De KNS was onder de 12,5 procent-grens gekomen die een schouwburg aan eigen inkomsten moet hebben om subsidiegerechtigd te blijven. Redant werkte met een vaste kern, volgens oude tradities. Het artistiek niveau was laag, daar was iedereen het over eens.'

Schepen Antonis geeft toe dat het niet fraai verlopen is voor Redant. Hij heeft hem voorgesteld zijn oude metier als dramaturg weer op te nemen, er zijn genoeg gezelschappen in Vlaanderen die de middelen niet hebben om er een aan te stellen. De stad Antwerpen, die immers een contract met Redant heeft dat nog meer dan twee jaar loopt, zou hem dan betalen. Maar Redant wilde niet. 'De communicatie is natuurlijk niet optimaal meer.'

Voor 45 van de in totaal tachtig technici bij de KNS heeft Redant inmiddels emplooi gevonden bij andere stadsdiensten. Misschien dat het fusiegezelschap er een tiental kan overnemen. Maar hij beaamt: 'Er zullen mensen uit de boot vallen, ook acteurs.'

Het Toneelhuis is een beetje zijn project, 'dat kan ik niet onder stoelen of banken steken. De KNS was op sterven na dood. Er moest een nieuw boegbeeld komen. Luk Perceval kent de KNS, hij kent de specifieke omstandigheden van Antwerpen. Ik denk dat hij een goed, maatschappelijk relevant antwoord weet te vinden op kwesties die hier spelen. Over vier jaar is de gefaseerde fusie helemaal rond. Dan kijken we verder.'

Meer over