Het Transitieteamsatire

Het Transitieteam heeft gelezen dat soorten er juist alles aan doen om uit te sterven

Wekelijks geeft Micha Wertheim op deze plek berichten van het Transitieteam door aan de bezoekers van de Volkskrantwebsite.

null Beeld Getty
Beeld Getty

Extinction of the Weakest, zo heet het boek dat het Transitieteam tijdens de vakantie ademloos las. Daarin betoogt sociaal bioloog Wardin Schrale dat de Engelse filosoof Herbert Spencer zich verschrikkelijk vergiste toen hij concludeerde dat de evolutieleer van Darwin draaide om de ‘survival of the fittest’. Spencer wordt daarom ook wel gezien als de vader van het sociaal darwinisme.

Nieuw onderzoek toont volgens Schrale aan dat soorten er juist alles aan doen om zo snel mogelijk uit te sterven. Schutkleuren worden door veel dieren juist ervaren als een beperking om snel te sterven. De belabberde manier waarop dieren met hygiëne omgaan is voor Schrale bewijs dat alle dieren een doodswens hebben. Door systematisch slecht hun poten te wassen en door overal met hun bek aan te zitten zijn dieren extra vatbaar voor virussen en bacteriële infecties, als gevolg waarvan ze op den duur hopen uit te sterven. Dat kan soms een poosje duren, maar de geschiedenis leert ons dat verreweg de meeste diersoorten zijn er inmiddels in zijn geslaagd om uit te sterven.

Planten, zo stelt Schrale in een fascinerend hoofdstuk dat geheel gewijd is aan verveling, blijken het leven te ervaren als één lange kwelling. Door wortel te schieten beschermen ze zichzelf tegen de verleiding op zoek te gaan naar water als de grond waarin ze staan is uitgedroogd.

De devolutietheorie van Schrale laat overtuigend zien dat er steeds minder soorten bij komen, terwijl er steeds meer soorten uitsterven. Dat komt, zo betoogt Schrale overtuigend, doordat het leven een stuk minder leuk is dan tot voor kort werd aangenomen. Vrijwel alle door haar bestudeerde dieren, planten en insecten geven aan tijdens hun leven voornamelijk stress en spanning te ervaren. Ook bacteriën lijken het, zo doet nieuw onderzoek vermoeden, veel minder naar hun zin te hebben dan tot voor kort werd aangenomen.

Wat de mens volgens Schrale onderscheidt van andere dieren, is dat die heel inventief is geworden in het ontwikkelen van vrolijke manieren om zijn eigen uitsterven te bevorderen. Schrale constateert dan ook dat veel dieren met bewondering, maar ook met een zekere afgunst naar de mens kijken. Al spreekt ze in het laatste hoofdstuk het vermoeden uit dat veel dieren de mens ook dankbaar zijn dat die in zijn bijna geslaagde poging zichzelf uit te roeien ook veel andere diersoorten uit hun lijden verlost. Wat dan weer een geheel nieuwe betekenis geeft aan het begrip sociaal darwinisme.