Het succes van 'saudade' in Nederland

Fado is enorm populair in Nederland. Het weemoedige Portugese levenslied waait nu zes jaar door de polder. We zijn betoverd door de zuidelijke schoonheid van de fadista's, en door de droefgeestige fado-heren. 'Het is eenvoudige muziek, die je bij de strot pakt.' Of is het niet meer dan een hype?

Festival Traces of voices, 12 t/m 22 januari in Tilburg.
Zie ook: www.tracesfestival.org.

Rond de eeuwwisseling voltrok zich in Nederland een cultureel mirakel. Het ging ongeveer zo: Cristina Branco, een in haar moederland Portugal onbekende zangeres, kwam voor een optreden. Zij liet haar handen traag dansen voor haar gezicht, staarde theatraal richting hemel, en zong een loepzuivere strofe Portugese poëzie. Nederland werd, op dat moment, een fado-land.

Het weemoedige Portugese levenslied waait nu zes jaar door de polder. We zijn betoverd door de zuidelijke schoonheid van de fadista's, en door de droefgeestige fado-heren. Als de Portugese mandoline tokkelend inzet, achtervolgd door klassieke gitaar en contrabas, branden ons de tranen achter de ogen. Al zijn we het Portugees niet machtig: de taal van de fado is 'universeel', en wij voelen aan waar al die lyrische coupletten over gaan. Over leven, liefde en dood natuurlijk; de strijd om het bestaan, het bittere heden, het zoete verleden. De fado gaat over ons.

Dus was december dit jaar weer geen maand voor de Eenzame kerst van onze eigen volkszanger. December was fado-maand. Een greep uit het aanbod; A Christmas with Cristina Branco in het Amsterdamse Concertgebouw en het Muziekcentrum van Eindhoven, een luxueus 'fado-arrangement' in een Nijmeegs hotel, de afronding van de cursus 'op zoek naar je eigen fado-stem', de fado-groep Quatro Ventos bespeelt de Buiksloterkerk te Amsterdam-Noord, en in het Wijnfort van Lent zingt de Friese fadista Nynke Laverman, terwijl het publiek dineert. Volgend jaar zet de fado-fever door, met een uitgebreide tournee in januari van de platinablonde topper Mariza. En natuurlijk Cristina Branco, die nu eens aantreedt met het ensemble Amsterdam Sinfonietta, en daarna een week artist in residence is in Tilburg, voor het festival Traces of Voices.

De Amsterdamse Portugees José Melo was verbijsterd toen hij Nederland zes jaar geleden om zag gaan voor de fado. Al jaren zette de impresario zich vanuit Nederland in voor de verbreiding van de Portugese muziek: Melo had een rustig leven. Eind jaren negentig kreeg hij een demo van Branco in handen. Hij haalde de jonge zangeres (27) naar Nederland, voor een klein concert in de kleine zaal van het Utrechtse Vredenburg: 'Live in Holland.' Wat daar precies gebeurde, is moeilijk te verklaren, zegt Melo. 'Maar laat ik het zo proberen uit te leggen. Mijn zoon was 15 toen hij Branco voor het eerst zag optreden. Hij is opgegroeid in Nederland. Na het concert zei hij: ik wil trouwen met een Portugese.' Dat soort gevoelens maakte Branco los.

Live in Holland werd een bescheiden cd. Branco trad op in het zondagochtendprogramma van Han Reiziger bij de VPRO-televisie. Melo: 'En een paar maanden later speelde zij in een uitverkocht Concertgebouw. Zij nam haar befaamde cd op met poëzie van de dichter Slauerhoff. Nu doet Cristina twee Nederlandse tournees per seizoen. Ik had het nooit zo kunnen voorspellen.'

Want fado, zegt Melo, is toch pure en authentiek Portugese cultuur. 'Fado-zangers waren in het oude Portugal wandelende kranten. In hun liederen vertelden ze over de scheepvaart, over wat zich zoal voordeed op zee.' Rond 1800 werden de fado's gezongen in bedompte cafés in de havens van Porto en Lissabon. Matrozen zongen over de koloniën, begeleid door de Portugese gitaar.

De fado is Portugese geschiedschrijving, ook in de moderne varianten van de grote zangeres Amália Rodrigues, en later Dulce Pontes. Maar bovenal is fado gezongen dichtkunst, over heimwee, melancholie, verdriet: saudade, in het Portugees.

Nederland lijkt zich dit leed te hebben toegeëigend. Maar waarom? Melo: 'Ik denk dat Nederlanders het prettig vinden naar het verdriet van anderen te luisteren.' Of nee, dat is hem toch te cynisch. 'De mineur in de fado heeft Nederland gepakt', zegt Melo, 'want we leven in moeilijke tijden'. Nog een verklaring: 'Misschien is het de eenvoud van de fado. Drie instrumenten en een stem, in een tijd waarin we worden overvoerd met stemmen van sterren, met vuurwerk en show.' En: 'De geschiedenis van Portugal vertoont overeenkomsten met die van Holland. Denk aan de zeevaart, het reizen over de wereld. Het zoeken naar horizonten. Een Nederlander gaat drie keer per jaar op vakantie.'

Zijn culturele heil zoekt hij dus ook over de grens. Want de eigen muzikale volkscultuur lijkt hier niet met liefde aan de borst te worden gedrukt. We doen eerder lacherig over schippersliedjes, over de carnavalspolka, de harmonica- en cafémuziek uit de eigen havensteden. De Nederlandse 'wereldmuziek' wordt ingeschaald als lage cultuur, wegzapbaar als het Muziekfeest van de TROS.

'Zelfhaat' speelt ons parten, volgens Anneke van Dijk, programmeur wereldmuziek bij Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. 'Nederland heeft weinig authentieke volksmuziekcultuur, en op wat we hebben, zijn we niet trots.' Toen de fado-manie uitbrak, zag Van Dijk Vredenburg vollopen. 'Wij boden fado heel snel aan in het reguliere programma, tussen de strijkkwartetten en orkesten. Dus kwam er geen typisch wereldmuziekpubliek naar de concerten, maar een breed publiek dat gewoon van goede muziek houdt.' De fascinatie die dat brede publiek aan de dag legde voor de fado, begreep Van Dijk wel. 'Het is eenvoudige muziek, die je bij de strot pakt. De zielenpijn, het lijden aan het leven, de smartlap, dat vinden wij mooi.'

Een merkwaardig verschijnsel doet zich voor bij fado-shows in Nederland. De Portugese artiesten permitteren zich vrijheden, waaraan ze zich in Portugal nooit zouden wagen. Fado met klarinet, of cello? In Portugal ondenkbaar, daar wordt de oorspronkelijke fado-vorm beschermd als cultureel erfgoed. In Nederland kan die beklemmende beperking worden afgeschud, denken de fadista's: weten die Hollanders veel. Maar dat is een misvatting. Uitstapjes naar andere genres worden hier niet van harte geaccepteerd, constateerde Van Dijk. 'Branco en Dulce Pontes zoeken de grenzen van het genre op. Ze spelen met jazz en pop. Maar pas als ze de pure fado's zingen, staat het publiek op de banken. Dat wordt direct herkend en omarmd.'

Het Nederlandse publiek voor wereldmuziek is roomser dan de paus. Van Dijk: 'En ongelooflijk verwend en rusteloos. Het publiek wil altijd iets nieuws.' Een voorspelling: 'Ik vrees dat ook de fado vergankelijk zal blijken.'

Ze heeft het allemaal al eens meegemaakt, zegt Van Dijk. Ze stond zelfs aan de basis van een eerste wereldmuziek-hype, begin jaren tachtig. 'Joodse muziek. Zou dat niet eens aardig zijn, dachten we in Vredenburg. De joodse muziekcultuur stond nooit in de belangstelling, terwijl het toch zo'n krachtige cultuur is.' Vredenburg boekte Amerikaanse klezmergroepen en deed een slapende reus ontwaken. 'Alsof iedereen erop had zitten wachten. De concertseries raakten razendsnel uitverkocht, en echt waar: soms stonden mensen in tranen voor de kassa als ze er niet meer in konden.'

De tweede hype: Spaanse flamenco. 'Eind jaren tachtig was er nauwelijks flamenco in de concertzalen. We bespeurden een grote honger bij het Nederlandse publiek naar een nieuwe volkscultuur, honger naar de pure flamenco.' De ster-zangeres Carmen Linares werd naar Utrecht gehaald, en jawel: flamenco-gekte. 'De felheid van het publiek was opzienbarend. Uitverkochte concerten.' En toch: 'Ook die belangstelling ebde weer weg. Een harde kern bleef over, maar de nieuwsgierigheid van het grote publiek was ineens bevredigd.'

De concertzalen hebben het soms aan zichzelf te danken als het publiek afhaakt, zegt impresario José Melo. 'Middenin zo'n trend wordt de kwaliteit van het aanbod ineens minder. Er worden tweederangs artiesten geboekt, een zaal denkt: het publiek komt toch wel. Maar het Nederlandse publiek laat zich niet belazeren. Als het een keer tegenvalt, komt het niet terug.'

Zo waaide de flamenco-rage over, zegt Melo, en zo zal het ook de fado-fever vergaan. 'Het verbaast me dat het met de fado nog zo lang duurt. Maar over twee jaar is het finito. Er zullen twee of drie zangeressen overblijven, waar altijd een publiek voor is te vinden. De rest verdwijnt.'

Het zal een slag zijn voor de Portugezen. Nederland heeft in Portugal een stevige positie verworven als fado-land. 'Portugese fadista's zien Nederland als eindexamenland', zegt Melo. 'Als je het hier goed doet, en voor volle zalen zingt, zou het in Portugal ook kunnen lukken. Pas dan krijgen de Portugese agenten interesse. Alle grote fadista's van nu zijn doorgebroken in het buitenland. In Nederland krijgen beginnende artiesten snel een kans te spelen voor vijfhonderd man. Als ze die kunnen vervoeren met hun fado, zijn ze rijp voor de Portugese markt.'

De Nederlandse 'fado-school' heeft hier een eigen variant opgeleverd, die door kan gaan voor polder-fado. De Nijmeegse groep Quatro Ventos speelt van heimwee en saudade doordrenkte fado, nog droeviger dan de oervorm door toegevoegd treurig spel van een violiste. En de Friezin Nynke Laverman werd vorig jaar uit het niets ineens een 'fado-fenomeen', omdat ze een plaat uitbracht met fado's in het Fries: Sielesâlt.

'Dat ''fenomeen'', zoals ik werd genoemd in de muziekpers, sloeg natuurlijk nergens op', zegt Laverman. 'Ik begon net.' Maar zo hard kan het dus gaan als je komt bovendrijven in een fado-golf. 'Mijn eerste plaat verscheen precies in deze fado-gekke tijd en dat heeft enorm geholpen. We wilden aanvankelijk vijfhonderd of duizend cd's laten drukken van Sielesâlt, maar we hebben nu al 20 duizend platen verkocht.'

Haar Friese fado werd net zo gretig onthaald als het Portugese lied. 'Het gevoel doet het hem', zegt Laverman. 'Nederlanders begrijpen geen Portugees, maar ook geen Fries. Misschien is dat het geheim van het succes: omdat je niet kunt volgen waarover het gaat, kun je de fado over je heen laten komen. De passie voelen die bij de Nederlander normaal niet zo snel aan de oppervlakte komt.'

Aan een zwartgallige bespiegeling over het einde van de neder-fado waagt Laverman zich dus nog niet. Voorlopig trekt de Friezin als een diva door het land: haar komende concertserie De Maisfrou gaat volle zalen trekken. 'Ik heb een echt fado-publiek. Na afloop van concerten komen mensen naar me toe. ''Ik ben een pure fado-fan'', zeggen ze dan. Ik kan me niet voorstellen dat dit zomaar weer over waait. Het is te groot geworden.'

'Fado is puur en eerlijk. Een tegenhanger voor de platgeslagen popmuziek. Het publiek heeft genoeg van fake.' De fado, zegt Laverman, heeft de afgelopen jaren wortel geschoten in de Nederlandse gronden. Fado is onderdeel geworden van de Nederlandse muziekcultuur. Let op haar woorden: 'De neder-fado zal duurzaam zijn.'

Meer over