HET SPEELTJE AFGEPAKT

'Bulkende arrogantie, landjepik en zandbakgedrag van jongetjes', dat zag hij in het NOS-bestuur. Doorgewinterd radioman Arend Jan Heerma van Voss verlaat de ontredderde, met ontslagen bedreigde VPRO-gelederen met spijt over vooral één ding: 'De VPRO had in Amsterdam moeten gaan zitten.' Door Ben Haveman..

Ben Haveman

De schitterendste zin die hij uit de mond van een omroepbestuurder hoorde, mag worden toegeschreven aan de toenmalig AVRO-voorman Wallis de Vries. Hij begon een betoog met de woorden: 'Als voorzitter van de vereniging waarvan ik voorzitter ben' Het waren de dagen dat mr. Arend Jan Heerma van Voss (1942) registreerde dat drie bolides met chauffeur urenlang in het Mediapark stonden te wachten, totdat de zoveelste uitputtingsslag in een 'Oostduitse vergaderzaal' was afgetikt. 'Het meest over het paard getilde staartje van het uit gezwollen zuilenvertegenwoordigers en potsierlijke omroepvoorzitters bestaande NOS-bestuur', maakte Heerma van Voss mee als relatieve outsider van de VPRO.

'Dat was begin jaren negentig en geroutineerde vergaderaars demonstreerden hoe je elkaar vliegen afvangt. Hele zwermen tegelijk. Marcel van Dam spande de kroon. Als hij iets snedigs zei, dan moest Van der Reijden van Veronica daar altijd overheen, en omgekeerd. Echt zandbakgedrag van jongetjes met schepjes. Je leert er een boel van. Van Dam, toch al iemand die nooit gekweld wordt door twijfels, keek altijd rond voordat hij een grapje maakte en zei dan: ''Meneer de voorzitter, ik zeg maar zo; geld is money.'' Dat heb ik hem zeker tien keer horen zeggen. Dan keek hij verwachtingsvol en jongensachtig rond. En dan, huhhuh, die vergaderlach, hè.

'Als hij een bepaald soort logica aan de kaak wou stellen, zei Van Dam: ''Hoe kan dat nou kloppen; ik pas in m'n jas, m'n jas past in m'n tas, en ik pas niet in m'n tas. Dat kan dus niet.'' 'Dan keek ie weer triomfantelijk rond en dacht iedereen: die Marcel is toch wel een van de scherpsten hier. Ik dacht: ik ben in hogere regeringskringen beland. Het had iets heel kinderachtigs, met ook roerende kanten. Zo'n Rob Out had in mijn herinnering een half getinte zonnebril op en een leeg diplomatentasje bij zich. Tijdens een enorme discussie over het wezen van de publieke omroep rommelde hij in die tas, zette hem neer en riep (imiteert dubbele tong) : ''Meneer de voorzitt, wattiz dat eigenlijk, publieke omroep?'' En daarna zakte hij weer weg.

'Vervolgens kon je Van der Reijden in de wandelgang horen uitleggen van welk ziektebeeld hier sprake was. Als Van der Reijden zelf een mislukte poging deed commercieel te gaan, werd er in de marge meesmuilend over gepraat. Dat heb ik nog meegemaakt, dat volkomen onaantastbare post-zuilenbolwerk met z'n enooooorme hoogmoed. De VPRO is daar een klein kind bij, qua hoogmoed.'

Want hoe hoogmoedig was de eigenlijk VPRO zelf ? Dat was eerder de vraag geweest aan de scheidende hoofdredacteur van de VPRO-radio. Het gesprek met Heerma van Voss (bril aan een koordje, sjaal om) vindt plaats kort voordat reorganisatie - met ontslagdreiging - bij de VPRO wordt afgekondigd. Grote onrust als gevolg.

Is de teloorgang van de VPRO niet deels te wijten aan hoogmoed? Aan oude rotten die te lang zijn blijven teren op de successen van de jaren zeventig en tachtig?

Arend Jan Heerma van Voss, een zorgvuldig formulerende prater, staart naar zijn meegebrachte asbakje met inhoud. Het antwoord komt pas na de vervolgvraag: deelde de VPRO niet met het weekblad Vrij Nederland jarenlang een Wij Zijn Beter Dan de Rest-gevoel? 'Mja', reageert A. J. Heerma van Voss (roepnaam Aajee) effen. 'Als je het van een afstand bekijkt, kun je parallelen zien hoe het met de VPRO, Vrij Nederland en de Volkskrant als het dominant-progressieve blok uit de jaren zeventig is gegaan. Op al die plaatsen kom je dan de hoogmoed, zoals jij het noemde, in de geschiedenis wel tegen. Waarom was er in de jaren zestig zo'n explosie? Omdat er een vacuüm was en vacuüm zuigt aan. De VPRO was de leukste plek om te werken en nog steeds. Mensen blijven dan twintig jaar of langer zitten, met alle gevaar van dichtslibbing van dien. Een zekere mate van zelfgenoegzaamheid hoort bij dat establishment van toen.'

Heeft u daar zelf mensen binnen de VPRO over aangesproken?

'Dat heb ik wel met enige regelmaat gedaan. Er zijn mensen vertrokken die uitgespeeld waren.' Hij zegt: 'Ik bespeur bij de radio en vooral bij de televisie een onderstroom dat het echte hoogtepunt lang geleden was. Maar het is mythevorming dat de VPRO-radio eigenlijk is opgehouden na de opheffing van Het gebouw.' Toppers als Argos, O.V.T, De Ochtenden en het pas met de Zilveren Reiss-microfoon onderscheiden radioprogramma De Avonden groeiden - onder het 'beschermheerschap' van Heerma van Voss - uit tot spraakmakende visitekaartjes. Heerma bevestigt met genoegen dat de VPRO grote voorsprong op andere omroepen heeft qua nieuwe media. Zo trekt Wim de Bie's website Bieslog tweehonderdduizend bezoekers per maand. De digitale afdeling Drie voor twaalf, in de avonduren op Radio 3 met aandacht voor alternatieve popmuziek, ís absoluut mijn prestatie niet, maar het is goed dat dit heeft kunnen gebeuren.'

Maar De Avonden wordt door nieuwe zenderindeling de nek omgedraaid. Kaalslag bedreigt Radio 747. Kon de hoofdredacteur er niets tegen ondernemen?

Hij zucht. 'Dat is wel een heel passief beeld. Dat gevoel heb ik niet. Ik heb me suf gepraat. En verloren. Nou kan ik wel een uur lang vertellen wat zich in de driehoek politiek Den Haag - centraal gezag in Hilversum en decentraal gezag Hilversum heeft afgespeeld, maar dat moet ik lezers besparen. Het zijn macro-ontwikkelingen waaruit je geen ander resultaat had kunnen slepen. Moesten we uit het bestel treden? C-omroep blijven? Nee. Er is maar één ding geweest, waarvan ik achteraf denk: dat was een verkeerde keuze. Dat de VPRO inderdaad in Amsterdam had moeten gaan zitten. Het was onmogelijk de omroep te blijven zoals die in z'n anarchistische tijd ooit was. Maar dan had de VPRO zich wel kunnen ontwikkelen tot Amsterdamse vestiging van de publieke omroep.'

Maar de vestigingsplaats van een omroep is toch geen basisvoorwaarde voor succes?

'Nou, de deprimerende uitstraling van dat Hilversumse Mediapark met slagbomen en pasjes moet je niet onderschatten. Maar in 1990 gaf bij het personeel de doorslag dat veel mensen in het Gooi wonen. Bovendien kan geen enkele omroep zelf meer beslissen waarin geld mag worden gestoken. De eigen positie van omroepen is fictie. In stand gehouden fictie.'

De VPRO als bedreigde diersoort, is er nog redding?

'In mijn fantasie kan ik erg optimistisch zijn, maar het zijn wel allemaal varianten van verelendung. De hele zender 747 verdwijnt ongeveer. Als ik me daarvoor schaam, dan is het plaatsvervangend; dat de publieke omroep het zover heeft laten komen. Per 1 september komt er een volkomen wezenloos soort programmering voor in de plaats. Ontzettend treurig.

'De VPRO staat met de rug tegen de muur', zei hij bij zijn afscheid, 'maar daar krijgt die muur nog heel erg spijt van.' Er werd veel gelachen, al bekroop menigeen die avond het gevoel: 'Dit zou wel eens het laatste keer kunnen zijn dat we zo'n feestje vieren.'

Arend Jan Heerma van Voss ('Ik voelde mij technisch directeur van een voetbalclub die tien jaar defensief moest spelen') trad in 1990 aan als voorzitter van de VPRO. Hij had er twee hoofdredacteurschappen op zitten: bij de Haagse Post ('waar onder mijn leiding de democratisering mislukte') en bij het Maandblad voor Geestelijke Volksgezondheid. 'Dat verschrikkelijk benauwende verenigingsgedoe' bij de VPRO bezorgt hem nog wel eens het klamme zweet. 'Als je iedereen onbeperkt spreektijd geeft, gaan mensen onder elkaars verhalen lijden. Ik kan niet langs Artis lopen waar met gordijnen dicht werd vergaderd, zonder te denken aan humorloze gezichten in een kuil van reglementen met een derdehands versie van politieke opwinding en amendenten, prodecures, commisies en moties. Het is aan zichzelf gestorven, met mijn licht euthanatische bemoeienis.

'Toen ik na drie jaar voorzitterschap duidelijk maakte: verlos mij van dit vergadergedoe, gingen ze me toch herkiezen. Heel erg des VPRO's.' En als VPRO-afgevaardigde naar het NOS-bestuur zag hij bij zijn collegae-omroepvoorzitters 'bulkende arrogantie omslaan in blinde paniek' door de komst van de commerciële televisie. 'Toen bleek dat RTL4 als een raket omhoog schoot, moest de NOS een nieuwe houding vinden. Toen had er fundamenteel nagedacht moeten worden: hoe verder met de publieke omroep?'

En wat was uw suggestie?

'Ik kwam net als mijn voorgangers al gauw in de klassieke VPRO-rol terecht die tussen hofnar en geweten in hangt. Dat je allerlei dingen zei die wel zo waren, maar die je dan weer niet kon zeggen. Zoals: ''We weten allemaal wat een van de grootste kernproblemen van de publieke omroep is; er zijn er gewoon te veel''. Zat iedereen te knikken.. ''Maar helaas'', zei ik, ''hebben we allemaal een verschillend idee over de vraag wie er weg moet.'' Daarom werd zo'n beetje gelachen. De mening geldt tot op de dag vandaag. We hebben een te groot, te heterogeen gezelschap. Maar allemaal claimen ze de wereld te zijn op deprimerend-kleingeestige landjepik-vergaderingen. De Tros heeft nu een constructie waarbij personeel plus programmarechten mogelijkerwijs in een soort bv worden ondergebracht. De Tros blijft als lege huls toch weer in het publieke bestel. Begrijp jij het? Ik niet.'

Heeft u zichzelf verwijten gemaakt, van: had ik niet meer kunnen ondernemen?

'Niet in het NOS-bestuur. Misschien moet ik daar eens grondiger over nadenken. Wat ik me van die aanvalsdrift herinner is: de publieke omroep mag niet te klein worden. Met de natte vinger werd gezegd: 40 procent marktaandeel moeten we houden. Het resultaat was dat het percentage elk jaar naar beneden moest worden bijgesteld.'

Veel lol straalde hoofdredacteur Heerma van Voss niet uit, zo constateerde Djoeke Veeninga onlangs in een liefdevol, voor VPRO's website gemaakt marathon-interview. Zelf zal hij niet ontkennen dat hij - uitgerust met een tasje dat destijds bij melkboeren in zwang was - 'het honderdduizendste omroepoverleg in de spelonken' met een minimum aan vreugde tegemoet trad. Volop genoegen beleefde hij daarentegen aan de andere kant van de microfoon, als gesprekspartner in spraakmakende VPRO-marathon-interviews. Even memorabel waren zijn eerdere gastrollen bij Van Kooten en De Bie: 'Ik ben vijftien keer bij Kees en Wim opgetreden, daar ben ik op een kinderlijke manier trots op. Alsof je als modale voetballer in de eredivisie mag meedoen. Regelmatig word ik aangesproken op m'n rol als frauduleuze directeur van de Staatsloterij wiens familieleden steeds grote prijzen wonnen.'

Even een glimlach op het doorgaans ernstige gezicht. Kijk, passie voor de microfoon, daarmee is het begonnen. Door stemmen uit een bakbeest van een radio in een hoek van de kamer te Bentveld, jaren vijftig. Radio was het grote medium; hij deed mee aan een AVRO-quiz en won voor die tijd duizelingwekkende geldbedragen. (Vraag hem wie in 1954 midvoor van AGOVV was, en hij stelt niet teleur: Hanskamp!) 'Ik was doordrongen van het idee: ik moet zoveel mogelijk weten, alleen feiten kunnen me redden'.

'Het uit Brabant afkomstige gezin had een drama meegemaakt waarover werd gezwegen en AaJee wil er ook nu niet over praten. Thuis was 'moeder de olifant en vader de muis', en zo was dat. Op school bleek hij een buitenstaander door rock-'n-roll boven jazz te verkiezen. Op zijn 17de eindexamen gym, want al op de lagere school een klas overgeslagen. 'Dat is niet goed, dan word je een soort hersenpan op steeltjes.'

Jarenlang op een studentenkamer naar Radio Luxemburg geluisterd. Hij begon over de blues te schrijven en was opeens een autoriteit; en eind jaren zestig gast in een VPRO-programma bij Wim Noordhoek, die hij in een Amsterdams studentenhuis had ontmoet. 'Het duurde een beetje lang voordat het leven begon.' Maar: eindelijk achter de microfoon. Plaatjes draaien, later. Bij voorkeur 's nachts in een verlaten Mediapark en nu nog een keer per maand op 747 AM 'maar dat gaat allemaal weg dank zij de Raad van Bestuur en Medy van der Laan'. Met haar partijgenoot Bert Bakker, in het mediadebat onsterfelijk geworden door zijn uitspraak 'Mijn nee is deze keer een keihard nee', voerde Heerma van Voss een moedeloos makende correspondentie, culminerend in de vraag: 'Wanneer verloor u het geloof in uw eigen redeneringen?'

Wat was Bakkers' reactie?

'Geen! Het optreden van politici fascineert me. Medy van der Laan heeft dat ook, dat die mond maar doorgaat, maar dat er eigenlijk geen verbinding meer is met de ogen, en de ogen in ieder geval geen verbinding meer hebben met de hersens. Dat praat maar door om zichzelf te overtuigen. Denkt hij of zij weleens: dat klopt niet met wat ik gisteren heb gezegd?' Er moet, meent hij, wel sprake zijn van 'geheugenverlies'. Dan: 'Uitgerekend, de partij van de ontzuiling, bedenkt een systeem waarbij de meest ontzuilde omroep sneuvelt, namelijk de NPS.' Als hij omroepbaas Bruins Slot ('we waren het bijna altijd eens') nu de publieke omroep hoort verdedigen 'heb ik het gevoel dat er bij die man een karakterverandering heeft plaatsgevonden.'

Laatst hoorde hij over een motto in een Brabantse groothandel in levensmiddelen, luidend 'Hier werkt men met lef en liefde'. 'Dat zou je virtueel op enig gebouw prominent in het Mediapark moeten zetten! Want dat ontbreekt nu. Behalve misschien bij BNN, raar genoeg. En bij Talpa een beetje.' En bij de VPRO? 'Liefde zeker! De mensen die er werken houden echt van hun medium, zij het soms misschien van een iets te klein deel van dat medium. Maar lef is helaas niet dominant.'

Spreekt de VPRO de jongeren wel aan? Kijken die niet alleen naar de commerciëlen?

'Zeg, ga jij m'n graf nog een beetje zitten meegraven? Door Jiskefet, al is het alweer een tijdje geleden, sprak een aardig deel van Nederland de kantoorhumor. Je hoort dat nog op schoolpleinen, vergis je niet. En cultuurgoed verspreidt zich. Neem Koefnoen of Dit was het nieuws. Dan moet je niet zeggen; dat zijn eigenlijk VPRO-programma's. Maar een deel van de mensen die je graag had willen hebben, is elders terechtgekomen.' Hij geeft toe: het is lastig de 'wat ernstiger ogende' oudere garde bij de VPRO te vermengen met jongerengeluiden.

'Wat nooit moet gebeuren, is dat ouderen krampachtig jongeren gaan trekken, jong willen doen. Bij onze digitale afdeling klopt het evenwicht: dat is een jonge vrijplaats waar een mengsel van anarchie en zorgvuldigheid heerst. Dat hoort heel erg bij de VPRO. Maar nu dreigt die afdeling onderdeel te worden van het deprimerende omroepgedoe waarbij alles organisatorisch ingekaderd moet worden met een zenderredactie.' Het speeltje wordt afgepakt door grotere jongens uit de straat, zegmaar. Hij knikt droef.

Dan pakt de laatste hoofdredacteur van de VPRO-radio (hij wordt opgevolgd door eindredacteuren, 'de functie is geërodeerd') zijn asbakje en zijn melkboertas in het besef: 'We zitten als zelfstandige omroep in een raar overgangsstadium, waarbij je verdomd goed weet dat het de bedoeling is je langzaam maar zeker wordt opgerold.'

Later belt hij op om te beklemtonen dat hij niet de bedoeling had vol dédain met het NOS-bestuur af te rekenen. 'Iedereen speelde daar, net als ik, zijn rol in een soort van toneelstuk. De tragiek was dat iedereen alleen z'n eigen tekst had geleerd, en absoluut geen idee had waarover het toneelstuk als geheel zou moeten gaan.'

Meer over