InterviewNico van den Brink en Chris W. Mitchell

‘Het rijtjeshuis is een prima bron voor Nederlandse horror’

Regisseurs Nico van den Brink (Moloch) en Chris W. Mitchell (De openbaring) geloven in de opkomst van de Nederlandse horrorfilm.

Kevin Toma
De Nederlandse horrorregisseurs Chris W. Mitchell en Nico van den Brink. Beeld Pauline Niks
De Nederlandse horrorregisseurs Chris W. Mitchell en Nico van den Brink.Beeld Pauline Niks

Er lijkt iets kwaadaardigs te zijn losgewoeld, daar in de Drentse veengrond. De lokale dorpsgek heeft amper een gaaf geconserveerd veenlijk opgegraven, of muzieklerares Betriek (Sallie Harmsen) en haar familie krijgen visite van een vreemdeling met een groot mes in zijn handen. Heeft het een te maken met het ander, of is dit de terugkeer van de man die ooit Betrieks grootmoeder afslachtte, in datzelfde huis bij het bos?

Familievloeken, veenheksen, omineuze fluisteringen en geestverschijningen: in zijn speelfilmdebuut Moloch rijgt regisseur Nico van den Brink het met flair en oprechte ernst aaneen. De sfeer is daarbij minstens zo belangrijk als de goed getimede schrik- en gruwelmomenten, waarmee de film een van opvallendste en beste nationale horrorproducties van de laatste jaren is geworden.

Wat een luxe. Bloedserieuze en bovendien geslaagde horror van eigen bodem is dun gezaaid. Bovendien volgt Moloch in de tamelijk verse voetsporen van Chris W. Mitchells coronanachtmerrie De openbaring, waarin Victor Löw alle remmen losgooit als de instabiele Jacob, die zijn moeder meesleurt in de waanzin van zijn satanische complottheorieën. Twee Nederlandse horrortraktaties in één maand tijd: het moet een unicum in de vaderlandse filmgeschiedenis zijn.

De perfecte aanleiding dus voor een gesprek met Mitchell (58) en Van den Brink (36) over de kracht en potentie van de Nederlandse horrortraditie, voor zover die bestaat of nog kan groeien. Mitchell: ‘Ik beschouw het als een gelukkig toeval dat onze films vlak achter elkaar verschijnen,’ Van den Brink: ‘Maar misschien is de tijd wel rijp voor de Nederlandse horrorgolf waar we al zo lang naar uitkijken.’

Wat is typisch Nederlandse horror?

Van den Brink: ‘Dat vind ik lastig te benoemen. Ik denk wel dat er een nationale traditie kan komen, als we als filmmakers maar aandachtig kijken naar het Nederlandse landschap en de Nederlandse architectuur, en luisteren naar de verhalen uit onze folklore. In Moloch is een grote rol weggelegd voor de legende rond heks Feike, die in Drenthe wordt vereerd als brenger van licht en vruchtbaarheid. Dat verhaal hebben mijn scenarist Daan Bakker en ik verzonnen, maar het is niettemin sterk geïnspireerd door oude Nederlandse overleveringen. En door de Drentse bossen, heide en venen, natuurlijk.’

Veel eerdere Nederlandse horrorfilms bleven dicht bij Amerikaanse voorbeelden.

Mitchell: ‘Ze hoopten daarmee beter in de markt te liggen. Een misvatting. Als je horrorfestivals bezoekt, blijven je vooral de films bij die hun oorsprong erkennen en koesteren. Dat beoogde ik ook met De openbaring: typisch Nederlands rijtjeshuis, onversneden Nederlandse omgangsvormen en appeltaart als achtergrond voor de gekte. Dáár ligt de potentie van Nederlandse horror, niet in trucages en gore, want dat kennen we al van Amerikaanse films.’

Dat er sinds Dick Maas’ baanbrekende klassiekers De lift (1983) en Amsterdamned (1988) nooit een stroom nationale mainstreamhorror is ontstaan, met uitzonderingen als Sl8n8 (Frank van Geloven en Edwin Visser, 2006) en Zwart water (Elbert van Strien, 2010), heeft volgens Mitchell ook te maken met de aanvankelijk lage status van het genre. Dat merkte hij zelf in de jaren negentig, toen hij van Engeland naar Nederland verhuisde en hier als cineast voet aan de grond probeerde te krijgen. ‘In 1999 schaarden tientallen filmmakers, onder wie Elbert van Strien, Martin Koolhoven, George Sluizer en ikzelf, zich onder het losse genootschap De Fantasten. We brachten een manifest uit waarin we riepen om méér verbeelding in de Nederlandse film. We wilden horror, science-fiction en fantasy maken, maar merkten dat die kant van de cinema hier niet serieus werd genomen. Ook niet bij het Filmfonds. Genrefilms kunnen geen kunst zijn, was toen de teneur bij het Fonds.’

De Nederlandse horrorregisseur Chris W. Mitchell. Beeld Pauline Niks
De Nederlandse horrorregisseur Chris W. Mitchell.Beeld Pauline Niks

Is dat inmiddels veranderd?

Mitchell: ‘Zeker. Dat besefte ik al toen ik in 2014 mijn kampeerspookfilm De poel regisseerde. Dat was een van de eerste films die werden gerealiseerd via het snelloket van het Filmfonds, en toen De poel lovende kritieken kreeg zag het Fonds daarin een stimulans om meer genrefilms te steunen, zoals nu met De openbaring. Die film had ik zonder het Fonds nooit kunnen maken.’

Van den Brink: ‘Jullie hadden ook een crowdfundingactie, toch?’

Mitchell: ‘Klopt. Daarmee konden we de politiepaarden betalen die je in de finale met de corona-relschoppers ziet: onze vier ruiters van de Apocalyps.’

De openbaring werd in zestien dagen gedraaid met een budget van zo’n vier ton, Moloch in 28 dagen, voor 1,8 miljoen euro: geld dat eveneens grotendeels van het Filmfonds afkomstig was. ‘Of je die steun krijgt of niet hangt natuurlijk ook af van de houding die je als maker aanneemt’, aldus Van den Brink. ‘Je kunt zin hebben om een lekker lompe splatter-film te maken en dan wordt het inderdaad lastig om subsidie voor los te peuteren. Maar als je de de mogelijkheden en reikwijdte van het genre serieus neemt, dan nemen anderen je film ook serieuzer, dan krijg je serieuzer geld en serieuzere acteurs.’

Moloch profiteert van het sterke, opmerkelijk ontspannen spel van acteurs als Sallie Harmsen en Anneke Blok, in de rol van Betrieks moeder. ‘De essentie van horror is het ontladen van onderdrukte angsten’, zegt Van den Brink. ‘Moloch draait bijvoorbeeld om intergenerationeel trauma, door de moord die nooit is opgelost en die als een kwade spreuk boven de familie blijft hangen. Sallie en Anneke geven met hun dochter- en moederrollen veel reliëf aan die thematiek. De film kwam echt tot leven dankzij hen, terwijl ze nooit eerder aan horror hadden meegedaan.’

Mitchell: ‘Voor zulke acteurs is het een feest om in een horrorfilm te mogen spelen. Ook omdat ze Nederland zelden de kans krijgen om iemand van de trap te duwen, een keel door te snijden of volledig krankzinnig te worden, zoals Victor Löws personage in De openbaring.’

Zowel Moloch als De openbaring werd op locatie gefilmd: De openbaring in een rijtjeshuis te Beverwijk, Van den Brinks folk horror-film grotendeels in de bosrijke omgeving van Gasteren, het Bongeveen, het Oosterbos- Midden en Meppen. Voor de zich in de avond afspelende scène van een feestoptocht zette Van den Brink een complete dorpsstraat af. ‘Die scène was een heel gedoe, omdat de opnamen best lang duurden. De totaalshots van de optocht draaiden we aan het begin van de avond, dus toen mocht iedereen nog joelen. Ook toen lagen al in de omringende huizen kinderen te slapen, dus diende het lawaai een beetje binnen de perken te blijven. Na negen uur moesten we echt stil zijn. Dat merk je dan toch wel. Iedereen praat in de film net iets te zacht voor een feestscène. Mijn schuld, daar had ik scherper op moeten zijn. Maar het brengt ook wel een mooie concentratie nu.’

De Nederlandse horrorregisseur Nico van den Brink. Beeld Pauline Niks
De Nederlandse horrorregisseur Nico van den Brink.Beeld Pauline Niks

Tijdens de opname rekening houden met slapende kinderen is ook wel heel Nederlands, dat schipperen en polderen. Maar ik kan me ook voorstellen dat je op zo’n moment denkt: stond ik maar op een Hollywood-set, met een groot budget en de mogelijkheid echt uit te pakken. Zou je niet naar Amerika willen oversteken?

Van den Brink: ‘Mijn kortfilms Sweet Tooth (2017) en Het juk (2019) zijn aangekocht door de productiebedrijven van horrorgrootheden James Wan en Sam Raimi. Met hen ontwikkel ik die films nu door tot speelfilms, die ik zelf zal regisseren als ze groen licht krijgen. Maar dat betekent niet dat ik me voor mijn carrière in Hollywood wil vestigen. Ik voel me thuis in Nederland en ik wil dicht bij die nog nauwelijks aangeroerde bron van verhalen blijven.’

Stel dat die traditie van nederhorror er echt zou komen, hoort bij de Nederlandse verhalen, decors en gebruiken dan ook een typisch Nederlandse stijl? De openbaring en Moloch zien er in elk geval heel verschillend uit: de eerste een steeds benauwender gefotografeerd Kammerspiel, de tweede een film die met zijn cameravoering de bedrieglijke rust van de natuuromgeving lijkt af te tappen. Van den Brink: ‘Ik roep graag spanning op met de lengte van een shot en de verraderlijke kalmte van een zoom. Die stijl kwam organisch tot stand, ook doordat Emo Weemhoff, mijn director of photography, vlak voor Moloch een film had gedraaid waarin hij elke scène in één onafgebroken shot opnam. Daar wilde ik op voortborduren.’

Mitchell: ’Met cameraman Joris Bulstra wilde ik de groeiende gekte in De openbaring benadrukken door eerst met ruimtelijke, vanaf statief gedraaide shots te komen, om vervolgens dichter en losser op de huid van de acteurs te gaan zitten. Dat levert een totaal andere film op dan Moloch. Zulke verschillen vind ik belangrijk. Individualisme is iets typisch Nederlands, dus ik hoop dat je dat blijft terugzien in de Nederlandse horrorfilm. Dat je nooit in één oogopslag kunt zeggen: aha, nederhorror.’

De Nederlandse horrorregisseurs Chris W. Mitchell en Nico van den Brink.  Beeld Pauline Niks
De Nederlandse horrorregisseurs Chris W. Mitchell en Nico van den Brink.Beeld Pauline Niks

Iets wat ik in allebei jullie films aantrof: bloed dat vanaf het plafond op de hoofden van de personages druppelt. Een geijkt horrorbeeld, maar jullie maken er iets speciaals van. Wat is de aantrekkingskracht van dat iconische beeld?

Van den Brink: ‘Mensen kijken weinig omhoog. We zijn ons nauwelijks bewust van wat zich boven ons afspeelt. En dat terwijl onheil vaak van bovenaf nadert, letterlijk dan wel figuurlijk. Dat door het plafond druppelende bloed speelt in op dat idee, denk ik. Trouwens, ik wilde daar nog iets over vragen aan jou, Chris. Bij jou loopt het bloed door de gelooide koeienhuid die Jacob aan het plafond heeft opgehangen. Was het lastig om dat voor elkaar te krijgen?’

Mitchell: ‘Jazeker. Het koeienleer was veel te dik om dat nepbloed door te laten. Het werkte ook niet als we er gaatjes in prikten. Dan maar dat hele shot eruit, dacht ik toen, maar onze visual effects supervisor Jos Wabeke zei dat hij het met de computer geloofwaardig kon nabootsen en hij had gelijk. Dus er zit toch een digitaal effect in mijn film, moet ik nu verklappen.’

Van den Brink: ‘Dat had ik echt niet door, het ziet er inderdaad fantastisch uit. Wij hadden vergelijkbare problemen. Ik had in het script geschreven: ‘dikke stroperige substantie sijpelt tussen de kieren van het kelderplafond door’, maar er moest een heel systeem van doorboorde slangetjes en pompjes worden gebouwd om dat voor elkaar te krijgen. Eerst was het bloed te dik om door de gaatjes te komen, daarna was het te dun en spetterde het in stralen naar beneden. Bloed is altijd ellende.’

Mitchell: ‘Inderdaad, bloed is ellende. Ook qua continuïteit. Als iemands gezicht onder het bloed zit, moeten die vlekken in het volgende shot precies hetzelfde zijn. En dan is nepbloed ook nog vies, stinkend en plakkerig spul.’

Dus een laatste advies aan beginnende horrorfilmers: gebruik zo weinig mogelijk bloed?

Mitchell: ‘Dat zou ik nou ook weer niet willen zeggen.’

Van den Brink: ‘Als je heel veel gebruikt, hoef je je om de continuïteit geen zorgen te maken.’

De openbaring draait momenteel in de filmtheaters, Moloch is te zien vanaf 19 mei.

Nether Horror

Als het begrip ‘nederhorror’ al niet werd gemunt in de besprekingen van De lift (1983), dan werd het wel in zwang gebracht door ‘Mister Horror’ Jan Doense en Nico Bruinsma, oprichter van de befaamde Amsterdamse Cult Videotheek. In 1995, toen Doense directeur van het Amsterdam Fantastic Film Festival was, brachten zij de VHS-band The Nether Horror Collection uit, met tien korte horrorfilms van Nederlandse cineasten. Zo was Doense vertegenwoordigd met The Great Rock ‘n Roll Massacre 1 + 2 (1987) en leverde Chris W. Mitchell The Prodigal Son (1995). De tape, die ook Dick Maas’ tweede kortfilm Picknick (1977) bevat, is een zeldzaam collector’s item, maar de geselecteerde films vallen te bekijken via YouTube.

Honderd jaar nederhorror

De geschiedenis van de Nederlandse horrorfilm begint in de tijd van de zwijgende cinema, onder meer met het onthoofde wandelende lijk uit Het geheim van het slot Arco (Maurits Binger en Jan van Dommelen, 1915). Ook Karel Lamač’ De spooktrein (1939) draagt bij aan de Nederlandse griezeltraditie. Het eerste Nederlandse horrorhoogtepunt is Dick Maas’ De lift (1983), waar een kantoorlift moorddadige kuren krijgt. Volgens sommige bronnen viel de term nederhorror voor het eerst in de besprekingen van De lift, om daarna een parapluterm te worden die alles omsluit wat hier aan horrorfilms en aanverwante zaken verschijnt: van kortfilms tot speelfilms en series (Ares, 2020); van vele onafhankelijk geproduceerde producties (Kristen, 2015) tot zombie-blockbusters (New Kids Nitro, 2011); van uitzinnige monsterwaanzin (Frankenstein’s Army, 2013) tot alledaagse nachtmerries (Spoorloos, Bumperkleef), en van films vol Nederlandse couleur locale (de Biesbosch uit De Johnsons, het polderlandschap uit The Windmill Massacre) tot films die zich elders afspelen (het Schotse spookhuis uit DoodEind).

Als je het begrip zo ruim hanteert, staat er allerlei nederhorror op stapel. Eind juni verschijnt de Deens-Nederlandse coproductie Gæsterne, waarin de spanning te snijden is als een Deens gezin Nederlandse vakantievrienden (Fedja van Huêt en Karina Smulders) bezoekt. Dit jaar hoopt het productiehuis achter De openbaring Ruben Broekhuis’ found footage AZC-horrorfilm Exhibit #8 te brengen, in de bioscoop dan wel als video on demand. In 2023 zullen drie middellange Nederlandse horrorfilms op televisie te zien zijn in het kader van Koolhoven Presenteert, het talentontwikkelingstraject van Martin Koolhoven en de NPO. En dan is er nog de trits middellange Nederlandse horrorproducties die eveneens in 2023 verschijnt op streamingdienst Videoland, gemaakt in het kader van de op jong talent gerichte Videoland Academy. Er is nog geen Nederlandse releasedatum bekend voor Halina Reijns Amerikaanse slasherfilm Bodies Bodies Bodies.

Meer over