Het Residentie Orkest is (eindelijk) vernieuwend met fris, alert en gretig geluid

Het Residentie Orkest is op alle gebieden vernieuwd, en dat werd tijd. Er klinkt nu een fris, alert en gretig ensemble. Meesterklarinettist Martin Fröst haalt daarbij al het mogelijke uit zijn instrument.

Beeld Mats Backer

Er is veel nieuw aan het Residentie Orkest. Het barst ineens van de jonge musici. Er is een nieuwe zakelijk directeur benoemd (Miranda van Drie), een nieuwe concertmeester (Wouter Vossen) en, officieel pas vanaf volgend seizoen, een nieuwe chef-dirigent: de onberispelijke Engelsman Nicholas Collon, de dertiger met het Oxbridge-accent die furore maakte met het door hem opgerichte Aurora Orchestra, dat staand en uit het hoofd speelt.

Als alles goed gaat krijgen de Hagenaren in 2020 ook eindelijk die nieuwe zaal. Tot die tijd is het een kwestie van overleven in het grijzige en afgelegen Zuiderstrandtheater in Scheveningen (zelfs Vredenburg Leidsche Rijn, beter bekend als 'De Rode Doos', was gezelliger).

Nieuw elan? Dat werd tijd ook. Hoewel het orkest de afgelopen jaren uit zijn schulp kroop, bijvoorbeeld door op te treden in popzaal Paard van Troje, kreeg je de indruk dat het in het verleden leefde, dat het bleef hunkeren naar de gloriedagen waarin maestro's als Arturo Toscanini en Bruno Walter kwamen. De musici leken vooral de geparfumeerde klankcultuur van de jaren negentig te koesteren.

Maar aan het Residentie Orkest zoals dat zich onder Collon in de Zaterdag Matinee in het Concertgebouw presenteert, is niets oubolligs. In Stravinsky's Petroesjka openbaart zich een fris, alert en gretig ensemble, waarin de solisten met veel lef uithalen.

De middag begint met een nieuw stuk van het jonge talent Jan-Peter de Graaff (25). De titel Le café de nuit verwijst naar het gelijknamige schilderij van Vincent van Gogh. De componist belooft in het werk een rondgang langs het schilderij te laten zijn, maar echt tot leven wekt hij de dronkaards niet. Het stuk, met hier en daar wat Debussyiaans aandoende harmoniek, wordt interessanter al naar gelang de ritmische component meer nadruk krijgt. Goede vondst, die laatste lijn op de hoorn die met een doffe klap wordt gesmoord.

Martin Fröst soleert bij het Residentie Orkest
Klassiek (****)
O.a. Jan-Peter de Graaff en Stravinsky, door Residentie Orkest o.l.v. Nicholas Collon. 13/1, Concertgebouw, Amsterdam. Terugluisteren: radio4.nl

De Golden Dances of the Pharaohs (2010) van de Zweeds-Russische Victoria Borisova-Ollas komt vervolgens als een tintelend mezzebuffet na een bloemkoolsoep. De componist verdient een pluim voor haar speelse omgang met oriëntalistische clichés. Het stuk begint met houtblazersgekerm, waar de Zweedse meesterklarinettist Martin Fröst vrolijk overheen kwinkeleert.

Boven bongo's en klokkenspel haalt Fröst al het mogelijke uit zijn instrument: hij zoemt, neuriet terwijl hij speelt en weet de klarinet zelfs te laten klinken als een theremin. Tijdens het daaropvolgende concert Peacock Tales (1998) van Anders Hillborg vraag je je af of er een blazer is met een mooier pianissimo dan hij.

Meer over