Het raadsel De Geer

Een mens is pas 'af' als hij de laatste adem heeft uitgeblazen: als - naar de mooie metafoor van Pasolini - de definitieve montage van zijn leven kan beginnen....

Maar het behaagde de Heer hem nog twintig jaar op aarde te laten, en hij stierf ten slotte hoogbejaard, maar eerloos: gebrandmerkt als een deserteur en veroordeeld 'wegens het benadelen van de Staat tegenover de vijand'. Dat hij, als regeringsleider in Londen, ernstig twijfelde aan een geallieerde overwinning, kon hem op zichzelf moeilijk worden nagedragen, want zo waren er toen wel meer, ook in de boezem van Harer Majesteits kabinet. Maar hij liep met zijn demoraliserende opvattingen en met zijn aanpassingsdromen dusdanig te koop dat koningin Wilhelmina (volgens Churchill immers 'de enige kerel' onder de gevluchte Nederlanders) hem al in september z'n congé gaf, waarna z'n ex-collega's een dienstreis naar Indië voor hem verzonnen en hem alvast op een vliegtuig naar het neutrale Portugal zetten.

Of hij die reis serieus heeft overwogen, dan wel in Lissabon meteen naar de Duitse ambassade is gelopen om z'n repatriëring naar het bezette vaderland te regelen, is nooit precies duidelijk geworden. Maar Indië heeft hij nooit gezien. In februari 1941 was hij terug in Den Haag.

Klein, menselijk drama - en juist de onzekerheid over wat er moet zijn omgegaan in de ziel van de naïeve, wereldvreemde, ontheemde, door heimwee geplaagde oude, eenzame man, prikkelt de fantasie. Oud-rechter (en oud-Engelandvaarder) Hugo Pos liet zich inspireren tot iets wat je factie zou kunnen noemen: een reconstructie die ervan uitgaat dat De Geer geenszins welbewust, maar door een reeks van half en half toevallige 'averechtse handelingen' de kans op een terugkeer naar huis en haard zo lang heeft 'uitgelokt' dat hij haar ten slotte wel moest grijpen.

Het is een aardig, meevoelbaar verhaal geworden, met een hoog gehalte aan (psychologische) waarschijnlijkheid; een beetje aan de wijdlopige kant misschien, maar daarom niet minder plezierig om te lezen.

Het verschijnt in één uitgave - Het averechts handelen - De Geer in Lissabon (In de Knipscheer; ¿ 34,50) - met een kleine monografie waarin Jan Kuijk (oud-redacteur van Trouw) deels nieuwe bronnen is nagelopen om achter de waarheid te komen van wat zich in de wintermaanden van 1940-'41 rond en in De Geer kan hebben afgespeeld.

De combinatie van de twee geschriften - halve fictie naast wetenschappelijk speurwerk - is alleszins geslaagd. Het aardige is natuurlijk dat ook Kuijk het antwoord op de vraag of De Geer doelbewust op het contact met de Duitsers (dus in feite op 'verraad') heeft aangestuurd, schuldig moet blijven. Duidelijk wordt uit zijn analyse de wankelmoedigheid niet alleen van de ontslagen ex-premier, maar ook van de Nederlandse autoriteiten in Londen, die op het moment dat De Geers bange vluchtplan vaststond, nog ernstig hebben overwogen hem in Portugal te laten ontvoeren. Nooit zelfs maar geprobeerd natuurlijk - wie had in dat scenario in godsnaam de Nederlanse Humphrey Bogart moeten spelen?

Net als Pos overigens beperkt Kuijk zijn onderzoek tot de negen of tien maanden waarin de nette Hollandse staatsman zijn tot dan toe onbezoeldelde carrière alsnog ongewild te grabbel gooide. Van de zeventig jaren die eraan vooraf waren gegaan, wordt nauwelijks gerept, dus de mogelijkheid daarin een verklaring te vinden voor De Geers gedrag in Lissabon blijft onbenut.

De definitieve montage van het leven wacht op een biograaf.

Jan Blokker

Meer over