Het raadsel blijft bestaan

Laura Cumming maakt van een simpel gegeven een meeslepend boek. Man koopt voor bijna niets een portret van de Engelse koning Charles I en denkt dat hij een 'meester' in handen heeft. Is het inderdaad een Velázquez?

Tussen gietijzeren ledikanten, Latijnse grammatica's en andere parafernalia van een opgedoekte kostschool duikt bij een Britse veiling in oktober 1845 een onbekend portret op van koning Charles I. Het door ouderdom donker geworden schilderij is gedateerd noch gesigneerd, maar wordt in de veilingcatalogus toegeschreven aan 'waarschijnlijk Anthony van Dyck'.

Voor 8 pond wordt een boekhandelaar en drukker uit Reading, John Snare, de nieuwe eigenaar van het morsig ogende doek. Snare, een belezen amateur of pictures, laat het schoonmaken en schrikt zich een hoedje van het resultaat. Van achter het vuil komt een schitterend portret tevoorschijn dat volgens hem zo goed is, dat het van maar één kunstenaar kan zijn: de Spaanse meesterportrettist Diego Velázquez.

Met die vermetele claim zet Snare een cultuurhistorisch getouwtrek in gang waarmee kunstkenners, advocaten en de Engelstalige pers (tot de New York Times aan toe) jarenlang zoet zijn.

Geruïneerde outcast

Laura Cumming reconstrueert dit onder het stof verdwenen drama, waarin de ontdekker van een potentieel fortuin eindigt als een geruïneerde outcast, in Achter het verdwijnpunt - Op zoek naar een verloren Velázquez.

Had Snare werkelijk een Velázquez aan de haak? Zo ja, hoe raakte zo'n kapitaal portret verzeild in een kostschool op het Britse platteland? Waarom werd het niet eerder ontdekt? Welke belangen had de Victoriaanse elite te verdedigen? En, misschien het grootste mysterie, hoe kon het gebeuren dat het schilderij na alle ophef alsnog spoorloos uit de geschiedenis verdween?

Geen geringe vragen dus, en Cumming, kunstcritica van de Britse krant The Observer, voert de spanning flink op. Ze presenteert geen rechtstreekse conclusies, maar voert ons mee in een puzzeltocht door kunsthistorische, juridische en particuliere archieven, waarin ze raadsel voor raadsel probeert op te lossen. Aan dat detectiveverhaal voegt ze zo veel cliffhangers en uitgestelde ontknopingen toe, dat de op zichzelf al gecompliceerde geschiedenis nog ingewikkelder wordt.

Meeslepend boek

Toch is Achter het verdwijnpunt een meeslepend boek. Cumming probeert Snares amour fou voor Velázquez te verklaren, geeft schitterende analyses van diens portretkunst (een humaan schilder die niets prijsgeeft, maar alles doorziet) en verleidt je om steeds terug te bladeren naar het kleurenkatern, waarin Velázquez' veelal naamloze tijdgenoten ('Portret van een man, mogelijk Nieto') je over de eeuwen heen met een ongelooflijke présence aankijken.

Dat de Spaanse hofschilder omstreeks 1623 de jeugdige Charles I schilderde, staat wel vast. De vraag of Snare inderdaad dat fameuze, maar nooit ergens afgebeelde doek in handen had, kan Cumming ondanks al haar research niet beantwoorden. Zoals ook de verdwijning van het koninklijke portret 'in verheven driekwart pose' onopgehelderd blijft.

Frustrerend, maar onderweg levert haar speurtocht zoveel interessants op over de onfortuinlijke boekhandelaar uit Reading, de chicanes in de 19de-eeuwse kunstwereld, en de ongrijpbare 'koning der schilders en schilder der koningen' - in Snares tijd ook halfbegrepen 'Valasky' of 'Valasco' genoemd - dat je je vanzelf met de schrale uitkomst verzoent.

Meer over