Het plein blijft – maar waar komt de entree?

De ingang van het nieuwe Rijksmuseum komt definitief niet midden in de roemruchte fietstunnel. ‘Toparchitecten Cruz en Ortiz moeten met een oplossing kunnen komen.’..

De bouwheren van ‘Het Nieuwe Rijksmuseum’ (HNR) zien definitief af van de geplande nieuwe entree midden in de roemruchte tunnel voor fietsers en voetgangers, onder het museum. De ontwerpers, de Spaanse architecten Cruz en Ortiz, gaan een alternatieve ingang bedenken.

Met dit besluit leggen de bouwheren zich neer bij het verzet van het stadsdeel Oud-Zuid dat de vergunningen moet afgeven voor operatie-HNR, met een budget van 272miljoen euro de grootste verbouwing ooit van een Nederlands cultuurpand. Kennelijk zien zij geen brood in een gang naar de bestuursrechter om te proberen de entree middenin de tunnel te redden.

Twee van de drie ‘principalen’ van de verbouwing – minister van VROM Sybilla Dekker, staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan en Rijksmuseum-directeur Ronald de Leeuw – probeerden woensdag de gevolgen van dit besluit te bagatelliseren. ‘Ontwerp van HNR grotendeels mogelijk’, kopte Van der Laans ministerie van OCW boven haar persbericht. ‘Wij kunnen leven met deze uitkomst’, meldde De Leeuw vanuit zijn verblijfplaats in het buitenland.

Van der Laans woordvoerster verwacht dat het vernieuwde museum, dat in 2008 weer moet opengaan, door de terugtocht naar de tekentafel ‘geen vertraging’ zal ondervinden. Over eventuele meerkosten is volgens haar ‘nog geen zinnig woord te zeggen’.

Iets hebben de bouwheren wel gewonnen, sinds het stadsdeelbestuur twee maanden geleden drie cruciale elementen uit het ontwerp van Cruz en Ortiz naar de prullenmand verwees in een Ruimtelijk Afwegingskader (RAK), een uitputtende serie criteria waaraan operatie-HNR moet voldoen. De ondergrondse ring rondom het museum, met alle leidingen voor water, energie en klimaatbeheersing, en twee nieuwe bouwwerken in de tuin aan de Museumplein-kant – het Azië-paviljoen en het Studiecentrum – , kunnen bij nader inzien toch door de beugel.

‘Zo maar een toren neerzetten: dat kan echt nergens in Amsterdam’, zei de verantwoordelijke stadsdeelbestuurder Emile Jaensch (VVD) nog maar een maand geleden. Na twee maanden inspraak over het RAK, waarin ook het Rijks zich niet onbetuigd liet, heet het nu ineens dat ‘nut en noodzaak’ van deze voorzieningen ‘overtuigend zijn vastgesteld’.

Maar de nieuwe entree middenin de tunnel blijft taboe, en die vormt het hart van het ontwerp. De tunnel, zo geliefd bij de duizenden fietsers en voetgangers die er dagelijks doorheen gaan, bezorgt directeuren en architecten van het Rijks al sinds de opening in 1885 ernstige hoofdpijn, omdat hij het hoofdgebouw in tweeën snijdt. Cruz en Ortiz willen die scheiding opheffen door middel van een ondergronds binnenplein, dwars op de tunnel. Dat plein blijft – maar waar komt nu de ruime nieuwe entree voor de vele miljoenen bezoekers die het nieuwe Rijks vanaf 2008 verwacht?

‘In of vlakbij de onderdoorgang’, zegt de woordvoerster van Van der Laan. ‘In de onderdoorgang’, zegt met grote stelligheid rijksbouwmeester Mels Crouwel, die de oorspronkelijke plannen van Cruz en Ortiz altijd te vuur en te zwaard heeft verdedigd. Daarmee is de vraag echter niet beantwoord.

Tegenstanders van de eerste nieuwe entree presenteerden een maand geleden twee alternatieven van Thomas Rau, de architect van spraakmakende stadskantoren in Zutphen en Culemborg: vier ingangen in de beide zijmuren van de tunnel, de zogenoemde Cuypers-variant, en een tunnel ónder de tunnel, met ingangen ten noorden (Stadhouderskade) en ten zuiden (Museumplein) van het Rijks. Maar Crouwel verwerpt die opties als ‘ingewikkeld’ en ‘erg gezocht’.

Geen nood, denkt stadsdeelbestuurder Jaensch: ‘Toparchitecten als Cruz en Ortiz moeten toch met een even enthousiasmerende nieuwe oplossing kunnen komen.’

Meer over