Het paradijs is een natte doos in de regen Fotomanifestatie Noorderlicht toont uiteenlopende interpretaties van de Hof van Eden

Wie niet gelooft dat arme, wassende vrouwen in El Salvador een hemelse uitstraling kunnen hebben, moet naar Groningen gaan. Op de hoofdexpositie van de fotomanifestatie Noorderlicht laten negentien fotografen zien waar zij het paradijs aantroffen: in woeste bergketens en huiselijke taferelen, maar ook in oorlogen en de porno-industrie....

ARNO HAIJTEMA

VRAAG JE levensgezel hoe die zich het paradijs voorstelt. Vraag het je ouders, of je kinderen. En vraag het aan voorbijgangers op straat, de geloofsgenoten in het kerkbankje, de Ajax-supporter naast je op de tribune of de Jehova's Getuigen op zondagochtend aan de deur. Zo vaak als de vraag gesteld wordt, zo verschillend zullen de antwoorden zijn. Gesteld natuurlijk dat de wildvreemde die door de vraag wordt overvallen, bereid is zijn zielenroerselen met je te delen en hem niet als een impertinentie negeert - of met een draai om je oren afstraft.

Ieder droomt zich zijn eigen paradijs. Een hemelse tuin waar lam en leeuw, mens en dier in vrede met elkaar leven. Ajax eeuwig kampioen. Of zoals Talking Heads-zanger David Byrne, die zich de hemel, waarvan het paradijs toch een filiaal mag heten, voorstelt als 'a place where nothing, nothing ever happens'. Hij zingt het slepend en traag, alsof hij een voorschot neemt op de onbegrensde saaiheid en de oceanen van tijd die hem in het hiernamaals te wachten staan.

Je zou ervan in verwarring raken, van al die antwoorden. Want ze zijn niet alleen allemaal verschillend, gaandeweg blijkt ook dat de hemel van de een voor de ander een hel zou zijn. En dus is het maar goed dat, zolang de mensheid het niet eens is over de definitieve staat van heerlijkheid, de poorten van het paradijs nog even gesloten blijven.

Het besef dat het paradijs een illusie is en een eeuwigheid van ons verwijderd, heeft de organisatoren van de Groninger fotomanifestatie Noorderlicht er niet van weerhouden de deelnemers te vragen hun visie te verbeelden op de Hof van Eden. Negentien fotografen zonden werk in voor de hoofdexpositie van Noorderlicht in de Der Aa-kerk, en zoals te verwachten viel zijn de bijdragen zeer uiteenlopend van aard.

Gelukkig heeft geen van de fotografen het thema van de Hof van Eden al te letterlijk proberen uit te werken. Dat had tot een stortvloed aan clichés kunnen leiden, met bij gebrek aan aansprekende alternatieven veel foto's van grazige weiden, euforische voetbalsupporters, gelukkige gezinnen en dierenprenten in de categorie Moederleeuw Voedt Verweesde Babybaviaan. Ook een ander gevaar dat bij zo'n multi-interpretabel thema loert, dat van de weinig toegankelijke particuliere bespiegeling, is met succes omzeild.

Het paradijs in Groningen weerspiegelt zich in documentaires-ver-weg en in montages, in huiselijke taferelen en woeste bergketens. In ellendige foto's van oorlog en armoede, in observaties van de seksindustrie en ook, onvermijdelijk, van het prille leven van pasgeborenen en peuters. Wat al die foto's gemeen hebben en kenmerkend is voor de expositie, is het engelengeduld waarmee de fotografen te werk zijn gegaan. Was het Fotofestival Naarden eerder dit jaar het domein van de hard-nieuwsfotografen, Noorderlicht laat het werk zien van degenen die in een land blijven als de mediakaravaan is verdergetrokken.

De Canadees Larry Towell selecteerde voor Noorderlicht foto's uit zijn reportage El Salvador, niet de eerste plek op aarde waar je een Hof van Eden zou vermoeden. Towell verbleef er voor zijn reportage in 1990 en 1991, toen de burgeroorlog die het Midden-Amerikaanse land jarenlang teisterde ten einde liep. Hij fotografeerde niet alleen moord en doodslag maar ook het alledaagse leven dat, oorlog of geen oorlog, altijd doorgaat.

Een vrouw staat zich, met ontbloot bovenlichaam, te wassen bij een beekje in het bos. Het is een bijna idyllisch tafereel, waar de rust en de dauw van de vroege ochtend op zijn neergedaald. Tot je beter kijkt en het geweer ontdekt vlak naast de vrouw. De loop van het geweer port je ruw wakker uit je dagdroom. Op een andere foto is een groepje vrouwen kleren aan het wassen in een beek, ook al zo'n onschuldige bezigheid. Maar het groepje wordt letterlijk doorkruist door tot op de tanden bewapende patrouillerende soldaten.

De soldaten ogen, ondanks hun wapenuitrusting, niet vreselijk gevaarlijk of agressief, eerder een beetje goeiig. Je stelt je voor hoe ze zich voor hun aanwezigheid verontschuldigen tegenover de wassende vrouwen, die immers hun moeders zouden kunnen zijn. Dat de vrouwen zich zonder de indringers in de Hof van Eden zouden wanen is, gezien de armoede die hen noopt de was in een koude beek te doen, ook niet erg aannemelijk.

En toch, juist door de aanwezigheid van de militairen, krijgt hun alledaagse bezigheid een vredelievende, hemelse glans. Towells foto's rekken de grenzen van onze gedroomde Hof van Eden danig op. Wat voor de westerling gewoon is, al vijftig jaar gevrijwaard van oorlogsgeweld, moet voor Towells geteisterde Salvadoranen een paradijselijke aantrekkingskracht hebben.

De kracht van Towells beelden van El Salvador is ook dat ze de in eerste aanblik armoedige alledaagsheid in de dorpen een zekere vredigheid verlenen. De hond die over een stoffige straat slentert terwijl een soldaat letterlijk in de marge van de foto figureert, een paar vrouwen die in hun golfplaten hut vrolijk stoeien met hun baby's: zo onbekommerd kan het leven daar óók zijn. De enige foto met een lijk, dat van een dode soldaat op straat, komt des te harder aan.

Niet iedere fotograaf is het gegeven in tien, vijftien foto's zo'n veelzijdig beeld van een land te schetsen. Hoe indrukwekkend bijvoorbeeld de foto's uit Cambodja van de Amerikaan Bill Burke ook mogen zijn, ze herhalen het treurige verhaal van het land zonder er veel aan toe te voegen.

Burke reisde er rond om de gevolgen van de oorlogen vast te leggen. Hij fotografeerde de Cambodjanen die armen of benen zijn verloren door landmijnen en de geharde koppen van Rode-Khmerstrijders in gevangenschap. Hij zag de brugwachter die sluimert in zijn hangmat, terwijl de lopen van drie mitrailleurs vanuit zijn wachtpost over de rivier staren - een treffende metafoor voor de manier waarop het geweld deel is gaan uitmaken van het gewone leven.

Je wordt naar en opstandig bij het zien van al die verminkingen en beseft nog eens dat het leed van een oorlog niet geleden is zodra de wapens zwijgen. Burke's foto's informeren en deprimeren, ze tonen een inkijkje in de hel en herinneren alleen op die indirecte manier aan de Hof van Eden waarin Noorderlicht ons wil binnenvoeren.

Bevestigt Burke het treurige beeld dat iedereen van Cambodja heeft, zijn landgenoot Robert Lyons doet het tegenovergestelde met zijn reportages uit Afrika. Het dagelijks nieuws biedt honger, aids, genocide en oorlogen, Lyons stelt daar welbewust de exotica en visuele pracht van het continent tegenover.

Als een Kenyaanse jongen buiten zit te lezen, fotografeert Lyons hem vanuit een donkere gang. Tussen de jongen en Lyons wappert een kleurig, halfdoorzichtig gordijn, zodat het lijkt alsof de jongen met de stof is verweven. Lyons portretteert de Afrikaanse carrièredame aan de bar van een luxe-etablissement en de Falasha-priesters in een dorpskroeg in Ethiopië, de onwaarschijnlijke kalmte op het plein bij de zandstenen moskee van Djenne in Mali, in het zachte avondlicht.

In Lyons' Afrika is honger noch gebrek, ziekte noch rampspoed. Het levert schilderachtige foto's op, die toch een beetje wrevelig maken. Aan Lyons' motieven hoeft niet te worden getwijfeld, maar het feit dat hij tegenwicht wil bieden aan het eenzijdige, negatieve karakter van de berichtgeving uit Afrika, betekent haast vanzelfsprekend dat ook hij doorschiet. Hij toont het continent zoals het de westerling met avontuurlijke vakantieplannen voor ogen moet staan.

Een groot aandeel van de foto's op de expositie is tot stand gekomen in derdewereldlanden, waar het verlangen naar de Hof van Eden vooral wordt aangewakkerd door het ontbreken van de elementaire voorwaarden voor menselijk geluk. Dichter bij huis - vrijwel alle deelnemers aan Noorderlicht wonen in Europa of Noord-Amerika - vonden de fotografen de sporen van het paradijs vooral in de manier waarop de medemens het geluk najaagt - meestal tevergeefs natuurlijk.

In de porno-industrie, bij uitstek de leverancier van kortstondige opwinding, vond de Italiaan Paolo Pellegrin het hemelse niet. Zijn reportage op de set van de pornofilmindustrie is dikwijls hilarisch door zijn registratie van de routineuze wijze waarop de acteurs en actrices elkaar bespringen. De mooiste foto is echter die waar een actrice uit haar rol valt en in een smartelijke huilbui is uitgebarsten.

De Amerikaan Bill Arnold zocht letterlijk om de hoek. Hij spoort de toeschouwer aan het paradijselijk gevoel vooral aan te treffen in eenvoudige zaken: een fornuis in de keuken, een kartonnen doos op straat in de regen, een ladder tegen een fruitboom in de tuin, een sierlijk stilleven van grof vuil langs de stoeprand. Zoek niet verder, dit ís het paradijs, zeggen Arnold's foto's.

En zo put iedere fotograaf zich uit een glimp van de hemel op aarde te registreren. De Nederlandse Adrienne van Eekelen met haar intieme foto's van moeders en hun kinderen. De Brit Clement Cooper met zijn ode aan de trots ogende kinderen van gemengd ras. De Zwitser Jean Odermatt met zijn studie van telkens dezelfde berg in de Alpen, onder alle weersomstandigheden, in alle seizoenen, door de zon op alle tijdstippen van de dag beschenen.

Van alle fotografen blijft de Nederlander Eric Hamelink het dichtst bij huis, nee, ín huis, nee, in zijn eigen hoofd. Met zwartomrande afdrukken laat hij zien wat er zich daarin afspeelt, sinds zijn hersenen door een tumor werden beschadigd. Hij fotografeerde details van eerder gemaakte foto's en onthult op een ontroerende manier hoe zijn kijk op de wereld om hem heen letterlijk is veranderd. Een eenzaam hondje dat uit de nacht afspringt op de fotograaf. Een wazig, in het donker oplichtend reuzenrad op de kermis, het vage silhouet van een mens achter een sluierdoek.

Beweren dat Hamelink met zijn foto's het paradijs het dichtst van allen nadert, zou gezien de ontstaansgeschiedenis cynisch zijn. De eenzame foto's wekken ook niet de suggestie dat Hamelink zich opgenomen waant in de Hof van Eden. Maar hij brengt je wel een manier van kijken bij die de mensheid met zijn ballast aan kennis en visuele indrukken allang is verleerd.

Hamelink kijkt onbevangen, verbaasd en vol verwondering om zich heen, alsof de schepping net is voltooid en hij als eerste mens aan een verkenning mag beginnen.

De Hof van Eden in de Der Aa-Kerk in Groningen is samengesteld door Wim Melis. Noorderlicht duurt tot en met 12 oktober. Di, wo en vr 11-18 uur, do tot 21 uur. Za 10-17 uur, zo 12-17 uur. Catalogus ¿ 45,-. Eveneens in de Der Aa-kerk de nevenexpositie Unbeschreiblich Weiblich. Ook veel galeries in Groningen nemen door exposities deel aan Noorderlicht.

Meer over