Het ongrijpbare meisje

Perverse tante pakt sufkont in

Zoon Cees

Een goed verteller is altijd en in de eerste plaats een zorgvuldig lezer, schreef Mario Vargas Llosa een eeuwigheid geleden al. Zijn leven lang heeft hij geprobeerd te laten zien dat hij beide is, en met succes. De enorme hoeveelheid romans van de Peruaan is het werk van een eminent verteller, en in zijn even talloze essays over literatuur betoont hij zich een gedreven lezer en criticus.

Bovendien heeft hij nooit enige twijfel laten bestaan over wat in zijn ogen de roman bij uitstek is: de 19de-eeuwse Franse roman. Schrijvers als Gustave Flaubert en Victor Hugo zijn de literaire goden van Vargas Llosa, de mannen die het genre pas echt hebben uitgevonden en die eigenlijk nooit meer zijn overtroffen. Vooral de laatste jaren wordt hij niet moe deze overtuiging te herhalen, en nu, met zijn zeventigste verjaardag net achter de rug, doet hij zelfs een drieste poging het model van zijn meesters zelf in praktijk te brengen.

Het ongrijpbare meisje, zei Vargas Llosa bij de presentatie van zijn nieuwe boek, is 'een moderne liefdesroman', en dus geen boek dat erfelijk belast is met de moraliteiten van zijn grote voorbeelden. Het is modern in de zin dat de liefdesgeschiedenis waarvan hij verhaalt 'niet geconditioneerd is door familie, cultuur, maatschappij, mythen en riten'. Maar de indruk die de roman achterlaat, is dat die moderniteit slechts de jas is waarin de schrijver een op en top 19de-eeuws melodrama heeft gehuld.

Het ongrijpbare meisje gaat over de hopeloze liefde van de suffige en ambitieloze ik-figuur Ricardo Somocurcio voor een gewetenloze vrouw die alle middelen aanwendt voor het verwerven van rijkdom en status en al doende een spoor van bedrog en andere ellende achterlaat. Hij wordt smoorverliefd op haar als puber in Miraflores, de rijke buurt van de Peruaanse hoofdstad Lima, waar zij de mooiste en opwindendste verschijning is.

Het meisje blijkt echter niet de Chileense immigrante te zijn voor wie zij zich uitgeeft, maar een kind uit een arm gezin dat met een aangemeten buitenlands accent en een gefingeerde afkomst zich een plaats tussen de rijkeluiskinderen probeert te veroveren. Wanneer het bedrog uitkomt, verdwijnt zij spoorloos.

Het is het eerste bedrog in een lange reeks die zal volgen, met als constante dat de ik steeds weer het slachtoffer is. Decennialang blijft zij hardnekkig zijn pad kruisen om hem opnieuw te betoveren en vervolgens te verdwijnen. Zij duikt op in Parijs, in Londen, in Tokio en in Madrid, vier steden die een hoofdrol spelen in het boek. Alleen in de eerste stad is de ik-figuur uit overtuiging beland. 'In Parijs wonen' was zijn enige ambitie die hij al als jongeman heeft ingevuld. Niet in Parijs iets doen, maar er simpelweg wonen en zijn tijd van leven uitzitten. In de andere steden komt hij terecht dank zij zijn werk als tolk-vertaler.

Zijn liefde voor de vrouw heeft een sterke sadomasochistische inslag. Hij weet dat hij er telkens weer instinkt, dat zij hem domweg in de maling neemt. 'De brave jongen', zoals zij hem noemt, blijft vallen voor 'het stoute meisje', dat hem verlaat voor een Cubaanse comandante, een Engelse paardenhandelaar of een Japanse gangster. De vrouw, wier identiteit we pas laat te weten komen, fladdert door het boek als een perverse kleindochter van Emma Bovary.

Als veel van de boeken van Mario Vargas Llosa is Het ongrijpbare meisje een mengeling van 'herinnering en fantasie'. Zijn romans bevatten vaak een flinke dosis autobiografie, zie Tante Julia en meneer de schrijver. De constructie van Het ongrijpbare meisje biedt hem de mogelijkheid steden en tijden die zo belangrijk zijn geweest in zijn eigen leven, te portretteren.

Het Parijs van de jaren zestig, dat het walhalla was van alle linkse jongeren in Latijns Amerika, het swingende Londen van begin jaren zeventig, het Madrid van de immigranten van de jaren tachtig. Altijd een plezier om te lezen, want, zoals gezegd, Vargas Llosa is een begaafd verteller die hier de politiek-m

aatschappelijke ontwikkelingen van de tweede helft van de 20ste eeuw kundig door zijn verhaal vlecht.

Vargas Llosa weet als de besten een verhaal te construeren, een roman in elkaar te zetten (een nadeel is dat je dat er soms letterlijk aan af ziet, dat het iets kunstmatigs krijgt). In veel van zijn boeken experimenteert hij nadrukkelijk met de vorm, ze zijn vol perspectiefwisselingen en gehussel met de tijd. Deze keer vertelt hij zijn verhaal zowaar lineair en zonder al die technische capriolen. 'Om de lezer te verleiden', zegt hij zelf, heeft hij met Het ongrijpbare meisje een lekker leesboek willen schrijven.

Overtuigend is het echter niet. De ik-figuur is wel een heel grote sufkont , die eigenlijk niets wil en niets hoeft. Zelfs zijn enige liefde niet, maar ja, wat kan een slapjanus uitrichten tegen gevoelens die hij niet in de hand heeft. En 'het stoute meisje' is een wrede tante voor wie list en bedrog een mode de vie is. Superdumbo tegen superpervert. Het slot van dit melodrama is bovendien een cliché Vargas Llosa onwaardig.

De hoofdlijn van Het ongrijpbare meisje balanceert voortdurend op de rand van het cliché, alsof Vargas Llosa zich heeft laten inspireren door het geijkte Hollywood-drama of het klassieke feuilleton. Een mogelijkheid is het boek te lezen als een pastiche van die genres of van de 19de-eeuwse romans die hij zo mateloos bewondert. Maar dan wel tegen wil en dank, want ik geloof niet dat de schrijver het zo lichtzinnig heeft bedoeld.

Meer over