Het meest abstracte volk op aarde

Nederland is uniek! Dat blijkt het wereldwijde project The People's Choice van de Russische kunstenaars Komar & Melamid. Op basis van hun smaakproef maakten zij het mooiste en het lelijkste schilderij van Nederland....

Wereldwijd onderzoek wijst het uit! De mensen vinden overal hetzelfde mooi en lelijk.

Komar & Melamid, die twee befaamde Russische kunstenaars uit Amerika, hadden hun theorie al klaar. Van Kenia tot Rusland (zomers volk bij een stralendblauw meer), van IJsland tot de Verenigde Staten (George Washington aan de waterkant), van China tot Frankrijk (iets met een halfnaakt herderinnetje) - overal houdt men van figuratieve schilderijen, van een landschapje met herkenbare figuren onder een lekkere wolkenlucht, liefst met veel blauw en groen erin verwerkt. Keiharde, uit sociaalwetenschappelijk onderzoek verkregen cijfers wijzen het uit. Hun boek over wereldwijde smaak, dat in november moet verschijnen, was al zo'n beetje geschreven.

Totdat de resultaten van die dekselse Hollanders binnenkwamen.

'Mijn God, wat gebeurt hier. We konden het niet geloven. We hadden verwacht dat Nederland zoiets als Skandinavië zou zijn.' Alexander Melamid lacht uitbundig. Plasschaert Quality in Research en Inter/View International hielden in opdracht van de kunstenaars een steekproef onder 949 personen van vijftien jaar en ouder. Daaruit bleek dat wij als voorlopig enige volk op aarde de voorkeur geven aan non-figuratief. Doe ons maar iets kleins met zachte kleuren, met ronde vormen op een zacht oppervlak, uitgevoerd in een fijne penseelstreek, en desnoods met nog iets ouderwetsigs erbij voor het contrast. Iets gematigd-abstracts, dat vinden we mooi.

We zijn uniek!

Al even uniek zijn we in waar we echt niet van houden: geen huisdieren en politieke figuren, alsjeblieft geen winter, geen bruinig-grijzige kleuren, geen stadsgezichten.

'Nederland wordt nu een appendix van het boek', zegt Melamid, en weer lacht hij. Natuurlijk moet hij lachen, want is dit soms geen prachtige onderneming? Samen met zijn kunstenaarsvriend Vitaly Komar - wegens een hartonderzoek thuisgebleven in New York - houdt hij zich al jaren bezig met The People's Choice. Dat gaat als volgt: een onderzoeksbureau verzamelt gegevens over de smaak van de bevolking van een land. Op basis daarvan maken Komar & Melamid twee schilderijen, waarin zo getrouw mogelijk respectievelijk de meest gewenste en meest ongewenste kenmerken worden verwerkt. Democratischer kun je de kunst niet maken.

Waarom ze dat doen? Melamid (52) vertelt in kort bestek hun geschiedenis. Hoe ze in 1977 de Sovjet-Unie ontvluchtten en zich in Amerika vestigden; ze gingen van het land van de sterke mannen naar het land van de democratie, van de alleenheerschappij van een individu naar de wil van het volk. 'Sindsdien horen wij bij geen enkel land. Wij zijn immigranten, we zijn zelfs Europese joden, wat de afstand nog groter maakt. Juist dat stelt ons in staat zo'n project te doen. Nationalisme laat ons koud.'

Je kunt hun onderneming zo ergens halverwege Rusland en de Verenigde Staten situeren. De bizarre gedachte om de wortel uit een nationale smaak te trekken en die op doek te vereeuwigen lijkt typisch Russisch, in de absurdistische traditie van Ilf & Petrov, Charms en Kabakov. De wereldwijde realisering van die grap met behulp van polls is daarentegen weer even Amerikaans als Clinton en hamburgers: geef de mensen wat ze willen.

Wij zijn ons begrip van de wereld kwijt, zegt Melamid. We weten niet meer wat mooi of lelijk is. Eerst was het de kerk die bepaalde wat mooi en lelijk was, en wie zou God durven tegenspreken. Daarna was het de aristocratie; volgens Melamid is het aan hun blauwe bloed te danken dat blauw wereldwijd de favoriete kleur is. Vervolgens kwam Hitler, die genetisch superieure mensen wilde laten bepalen waar het met de wereld heenmoest. Sindsdien is de cultuur niet meer als een geheel te zien. 'De tijd van de genieën is voorbij, er is te veel, de fragmentatie is te groot. Er bestaat geen grootste kunstenaar van deze eeuw. Kunst wordt lichter en lichter. Het is fun, entertainment. Een circus, meer niet.'

Vandaar dat het duo nu de vraag stelt wie bepaalt wat goede smaak is. Hoe bepalen die miljoenen kunstenaars die er inmiddels op aarde rondlopen hun richting? Wie bepaalt hoe de kunst zich ontwikkelt? Is dat de smaak van het volk? Een individu wil geen oorlog, een volk wil dat wel. Is de democratie dan toch slimmer dan de enkeling? Staat de democratie wellicht dichter bij God?

Vragen, vragen, vragen.

Antwoorden hoef je van Komar & Melamid overigens niet te verwachten. 'Wij hebben geen standpunt. We zijn als Tsjechov, die schreef: ik verwijt de mensen niet dat ze paarden stelen, ik stel het alleen vast. Goed, we noemen onszelf kunstenaar. Maar dat doen we omdat het een handige sociale positie is, waarin je je een en ander kunt permitteren. We laten zien, en denken er liever niet over na.'

Toch heeft hij wel degelijk z'n vermoedens over waar die Nederlandse voorkeur voor het abstracte vandaan komt. Toen het kunstenaarsduo hier zo'n vijftien jaar geleden voor het eerst kwam, had Melamid het vanuit het vliegtuigraampje al gezien. Onder hem bloeiden de tulpenvelden, doorsneden door strakke grijze vaarten: zie je wel, Mondriaan was figuratief, hij had het Hollandse landschap geschilderd, een human-scape, geheel door mensenhanden gemaakt.

Zelfs de douchekoppen zijn hier design, weet hij inmiddels. 'Het onderzoeksresultaat weerspiegelt dat Nederlanders modern willen zijn. Zo zien ze zichzelf graag. In Amerika bestaat geen gevoel van tijd die verstrijkt. Suburbia verandert niet, net zomin als de wolkenkrabbers. Daar hoef je nieuw niet met oud te confronteren.'

Hij wijst misprijzend om zich heen. Hier zie je de keerzijde van de Nederlandse hang naar het moderne. De door Rem Koolhaas ontworpen Kunsthal ergert hem. Wat een onhandig, onoverzichtelijk, lelijk gebouw, moppert Melamid. Je weet niet waar je naar binnen moet, en het staal begint al te roesten. 'Dat krijg je nou als je zo graag wilt laten zien dat er ontwikkeling is. Doe mij dan maar kitsch.'

In een speciaal voor hen ingericht zaaltje hangen de beide essenties van onze nationale smaak zich in elkaar te spiegelen. Het bescheiden abstracte doekje in z'n knalblauwe pretlijstje, zo groot als een tijdschrift, tegenover het kamerbrede groteske toonbeeld van slechte smaak. En voor wie nu nóg mocht denken dat het allemaal zomaar wat is, worden de onderzoeksresultaten die tot deze schilderprestaties leidden, veelkleurig gepresenteerd.

De wereldomvattende smaakproef van Komar & Melamid spreekt meteen tot de verbeelding. Het andere deel van The People's Choice is weerbarstiger. Al oogt het niet zo. In zes grote glazen vitrines zijn telkens een aantal kunstwerken samengebracht. Keurige, nieuwe kunstwerken, met een prettig voorkomen en in een handzaam formaat.

In een vitrine zijn bijvoorbeeld een vrolijke lappenpapegaai, een gewatteerde kegel, een gracieuze binnencour van karton en een arbeidzame kever samengebracht. In een andere gaat een houten kruiskerk een dialoog aan met kaarsboertjes op een wip, een stapel gebonden boeken, een figuur die de kop in het zand steekt en twee iele clowntjes.

Modern en toch niet té, zou de liefhebber zeggen. En dat is precies de bedoeling van de organisatoren van dit deel van de expositie, Annet Kiesewetter en Hein Eberson van het Amsterdamse Trademark.

Ook zij willen achterhalen waar de goede smaak vandaan komt, en waardoor die wordt bepaald. Ook zij willen dat doen door volgens aanwijzingen van derden vervaardigde kunst te tonen. Maar hun parcours is heel anders.

Eerst werden uit de programma's van de vijf grote politieke partijen zes steekwoorden gedestilleerd die in elk epistel terugkwamen: zekerheid, verantwoordelijkheid, ontplooiing, toekomst, rechtvaardigheid, solidariteit. Die politieke kreten werden vervolgens nader ingevuld in gesprekken met de cultuurwoordvoerders van die partijen, de dames U. Lambrechts (D66), S. van Heemskerck Pillis-Duvekot (VVD), T. Oedayraj Singh Varma (Groen Links), P. Mulder-van Dam (CDA) en J. van Nieuwenhoven (PvdA).

Naar analogie van wat volgens historicus Simon Schama in Overvloed en onbehagen onze zestiende-eeuwse voorvaderen en grondleggers van de overlegcultuur deden, maakten Eberson en Kiesewetter daartoe emblemata, zinnenbeeldige platen. Een foto van vluchtelingen in een Parijse kerk, met daaroverheen een afbeelding van een eiersnijder geplakt - mevrouw de woordvoerder, wat roept dat bij u op?

Uit die gesprekken werden uitspraken gedestilleerd, die vervolgens tot motto's werden verheven. Engelse motto's, wel te verstaan, zoals Humanity has no excuse, Competition is nature, The world can be made, Adjust balance of Harmony through coherence. De goede verstaander kan er moeiteloos de partijkleur van de zegsvrouw in herkennen.

Trademark verzocht daarna 5 (politici) 6 (steekwoorden) = 30 kunstenaars die motto's in een - figuratief - kunstwerk weer te geven. Het zijn deze kunstwerken die hier als emblemata worden geëxposeerd. In hun vitrine voeren ze overleg over solidariteit, ontplooiing of toekomst.

Overleg, dat is waar het hier in wezen over gaat. Hoe gaan die partijen, commissies, fondsen, stichtingen, jury's en raden om met kunst? Nederland telt 12 duizend beeldend kunstenaars. Van hen kan 5 procent op eigen kracht van z'n werk leven: omdat ze heel beroemd zijn, of precies dat bronzen tuinbeeldje maken dat u graag onder uw treurwilg ziet. De anderen zijn in meer of mindere mate afhankelijk van de smaak van gezagsbekleders, zodat er in feite sprake is van een staatsmonopolie. De consensus die achter die machinerie schuilgaat, daarover wil deze tentoonstelling berichten.

Zo zijn ook Eberson en Kiesewetter naar de bronnen van smaak op zoek gegaan. Maar waar Komar & Melamid de grootste gemene deler presenteren, daar tonen zij het meest persoonlijke, de kunstopvatting van het individu. Zij het wel een individu dat de smaak van het volk vertegenwoordigt.

Komar & Melamid/ Trademark: The People's Choice. Kunsthal Rotterdam, tot en met 18 mei.website www.tuesday.nl/trademark

Meer over