Het lijdensverhaal als oproep tot medeleven

Het veroorzaakt kippenvel. Wanneer de drie zangers – sopraan Claron McFadden (‘Maria’), countertenor Serge Kakudji (‘Jezus’) en alt/mezzo Cristina Zavalloni (zijn vrouwelijke alter ego) – samen het Erbarme Dich vertolken, wordt deze bekendste aria uit Bachs Matthäuspassion een weefsel dat de complexiteit versterkt van het gevoel dat zij verklanken....

Mirjam van der Linden

Theatermaker Alain Platel en componist Fabrizio Cassol, die in vsprs (2006) samen Monteverdi te lijf gingen, hebben met pitié! Erbarme Dich! een sublieme klus geklaard: van het klassieke lijdens- en stervensverhaal van Jezus, en Bachs muzikale interpretatie daarvan, hebben ze een universeel, humaan en aards verhaal over het leven gemaakt.

Cassol heeft delen uit de Matthäuspassion gebruikt en die in de meeste gevallen bewerkt. De musici van het ensemble Aka Moon gieten zijn soepele blend van klassiek, jazz, pop en wereldmuziek vanaf een verhoogd plateau naar beneden, waar een eenvoudige tafel (Laatste Avondmaal) en een houten wand met twee praatgaten (biechtstoel) herinneren aan de christelijke origine.

Bij Platel en Cassol zijn alle figuren mensen van vlees en bloed. Hun boodschap is geen ijle verheerlijking van het lijden, maar een concrete, emotionele oproep tot medeleven. En dat lukt: als kijker word je meegezogen in ieders kwetsbaarheid. Of het nou gaat om Maria, die haar zoon laat sterven en niets meer doet dan haar onmacht uitschreeuwen, of om Jezus zelf die door de opmerkelijk begaafde Kongolees Kakudji – piepjong (19) en zwart, net als zijn moeder – zo vanzelfsprekend wordt neergezet, dat elke verheven associatie verdwijnt.

Tegenover de drie Bachzangers, allemaal in het zwart, staan Platels kleurige dansers, afkomstig uit alle windstreken en bont gekleed. Met hen voel je uiteindelijk misschien wel het meeste mee.

Waar de zangers fijnzinnig te werk gaan, schuwen zij het grote gebaar niet. Huid wordt voortdurend getoond, vlees betast. Zichzelf en elkaar voelen: het is als een bevestiging van het zijn. De dansers raken verstrengeld, worstelen, slaan zichzelf. De gekwelde, dierlijke lijven van schilder Francis Bacon flitsen voorbij, maar ook de heroïsche verrijzenistableaus van oudere meesters.

De uiterst fysieke choreografie, die dansanter en homogener is dan vorig werk van de meester-eclecticus Platel, kun je zien als een belichaming van de gezongen emoties. Maar behalve over het innerlijke wel en wee van Maria cum suis gaat de dans ook gewoon over de dansers zelf – feitelijk onmachtig en nietig als iedereen, mensen die voluit ploeteren om hun lot (de dood) nog even uit te stellen.

Alleen in de laatste scène staat de tijd even stil en leggen ze – hoe simpel en normaal – een arm om elkaars schouders.

Meer over