INTERVIEW

'Het liefst zou ik anoniem verhalen vertellen'

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt Sacha Bronwasser mensen naar hun inspiratiebron. Schrijver van zeer korte verhalen (zkv's) A.L. Snijders ging publiceren nadat een journalist toevallig een brief van hem had gelezen.

A.L. Snijders. Beeld Marijn Scheeres
A.L. Snijders.Beeld Marijn Scheeres

'Net heb ik een stukje geschreven voor de VPRO Gids, van twintig regels - ik tel geen woorden maar regels. Die voor De Standaard zijn nog korter, zeventien regels. Het scheelt maar drie regels, maar die van twintig maakt op mij dan een enorm lange indruk.

Slecht met geld

'Mijn natuurlijke habitus is dat geld en arbeid niets met elkaar te maken hebben. Nog steeds kan ik waanzinnig slecht met geld omgaan. Ik kom uit een echt negen-tot-vijfmilieu. Ik was daar ook heel geschikt voor, mijn karakter was zo, dan hoefde ik niet aan geld te denken. Dus ik had best mijn leven lang de hele week Nederlandse les kunnen geven. Ik begon op een gymnasium in Delft en ik kreeg eigenlijk ongemerkt steeds meer uren toebedeeld. Mijn vrouw Y zei toen, al heel vroeg, iets belangrijks tegen mij: 'Je moet altijd zorgen dat je tijd overhoudt om te schrijven.' Niet met het idee om te gaan publiceren, helemaal niet, maar omdat ze zag hoeveel plezier ik daarin had.

'Bij ons thuis werd niet geschreven. Maar ik had vijf katholieke neven, en die verdwenen als ze 12 jaar waren een voor een naar het internaat. Ik zag die jongens dan niet meer en ik deed iets heel natuurlijks: ik ging brieven schrijven. Vooral met die neef van mijn leeftijd, maar ook met de anderen. Soms schreven ze terug.

Huis-tuin-en-keukenstukjes

'Hoeveel ik schreef? Ja, dat weet ik niet, ontzettend veel. Als ze terugschreven, raakte ik daar weer opgewekt van. Maar het had toch veel van eenrichtingsverkeer en ik vond alles eraan fijn. Het adres opschrijven, de postzegel plakken, likken, naar de brievenbus lopen, het in de bus horen vallen, dat hoorde er allemaal bij.

'Op dat internaat lieten die jongens die brieven aan elkaar lezen. En zo is het later ook gegaan. Want als ik één ding moet aanwijzen dat heel bepalend is geweest, is het dit: ik schreef brieven naar een vriend van mij, Henk Poncin. Die liet er in 1985 een lezen aan Jan Vrijman, een journalist die ook films maakte met Henk samen. Jan Vrijman was toen begonnen met zijn dagelijkse column Journaille op de voorpagina van Het Parool. Hij las die brief en zei: 'Die man moet in de krant schrijven.' En hij heeft dat vervolgens bij toenmalig hoofdredacteur Wouter Gortzak voor elkaar gekregen.

'Mijn eerste stukje ging over iets actueels; in elk geval kwam Neelie Smit-Kroes er in voor. Eigenlijk veranderde in mijn schrijven niet zo veel ten opzichte van de brieven - ze hadden wel een beetje met de buitenwereld te maken maar het waren toch vooral huis-tuin-en-keukenstukjes, heel dichtbij. De honden, de tuin, soms over de politie, want inmiddels gaf ik Nederlands op de Politieacademie. Soms ging het over taal; voor elk soort onderwerp waren weer andere liefhebbers. Het pseudoniem heb ik de eerste dag verzonnen, dat moest heel snel want de krant ging 'zakken'. Ik zocht een naam die zo weinig mogelijk zou betekenen, met voorletters die geen invulling hadden: 'A.L. Snijders' gaf ik door aan de telefoon.

Zeer korte verhalen

Neerlandicus A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Müller, 1937, Amsterdam) is bekend als uitvinder van en specialist in het 'zeer korte verhaal'. Wekelijks schrijft hij deze zkv's voor de VPRO Gids, dagblad De Standaard en voor radioprogramma De Ochtend van 4. Naast een loopbaan als leraar Nederlands begon hij midden jaren tachtig columns te publiceren in Het Parool, later in andere kranten. Vanaf 2006 worden zijn zkv's uitgegeven door AFdH Uitgevers, inmiddels zijn negen bundels verschenen. In 2010 won A.L. Snijders de Constantijn Huygens-prijs voor zijn oeuvre. In 2015 stelde hij een bundel korte verhalen samen in het kader van 'Nederland Leest'. In september dit jaar verschijnt de eerste zkv-bundel in het Engels, vertaald door Booker Prize-winnares Lydia Davis. Ik spreek A.L. Snijders thuis in Klein Dochteren, Gelderland.

Uitgeven

'Jan Vrijman heeft me later nog eens geholpen. Toen in 1996 bij Het Parool Sytze van der Zee als hoofdredacteur aantrad, hief hij een heel katern op: dat waarin ik stond. Dat schijnt normaal te zijn, nieuwe bezems vegen schoon. Jan Vrijman heeft daarover toen stennis gemaakt, zodat ik nog een half jaar verder kon op een andere plaats. Nee, ik denk niet dat ik zonder Vrijmans suggestie was gaan publiceren. Een tijdje nadat ik bij Het Parool ontslagen was, ben ik benaderd door de Deventer Courant, daarna schreef ik steeds in andere kranten: de Amersfoortse Courant, het Nieuwsblad van het Noorden, het Utrechts Dagblad... het ging vanzelf.

'Met de zeer korte verhalen is dat eigenlijk net zo gegaan. Op een gegeven moment kreeg ik een laptop. En pas na een paar jaar ontdekte ik dat er zo iets als internet bestond en dat ik ook kon versturen. Ik begon met korte stukjes aan mijn vijf kinderen, na een tijdje was er een clubje van twintig aan wie ik die stukjes zomaar opstuurde. In de hoop, net als bij mijn katholieke neven, dat ze iets zouden terugsturen, maar het verzenden alleen al vond ik leuk. Toen gebeurde er iets aardigs: op een dag belt een jongeman op, boekhandelaar Paul Abels uit Enschede, die zegt: ik wil je een vraag stellen. Die zeer korte verhaaltjes die je rondstuurt, die wil ik gaan uitgeven. Ik vroeg: ben je dan uitgever? Hij zei: nee, maar dat word ik dan. En zo is het ook gegaan.

Wapenbroeders, zkv's 2012. Beeld
Wapenbroeders, zkv's 2012.Beeld

Constantijn Huygens-prijs

'Toen ik de Constantijn Huygens-prijs won, een totale verrassing, was mijn eerste reactie dat zoiets van toeval aan elkaar hangt en dat het raar is en dat het zo vergeten wordt. Ik merk nu dat dat niet zo is, iedereen herinnert me er voortdurend aan. Ik ben er nu wel trots op, ik relativeer altijd alles, maar ik zie dat dit beklijft.

'Een plan heeft er nooit achter gezeten, het is gewoon gebeurd. In mijn stukjes citeer ik graag, soms zijn er stukken waar geen tittel of jota van mij is. Dat zou ik het liefste zonder bronvermelding doen, maar dat ligt lastig. Mijn idee over teksteigendom is eigenlijk als in de Middeleeuwen, toen dat als zodanig nog niet bestond. Kijk, de eerste versie van Van den vos Reynaerde is in de 13de eeuw geschreven door 'Willem die Madocke maecte', Willem die 'Madoc' schreef, waarschijnlijk was dat een roman. Literatuurhistorici willen weten wie die Willem was en wat die Madoc, terwijl dat de middeleeuwers niets kon schelen. Het liefst zou ik - het slaat natuurlijk nergens op want het gaat over geld - anoniem verhalen vertellen.'

Bron: Jan Vrijman

Jan Hulsebos (1925-1997) veranderde zijn naam tijdens WO II, toen hij betrokken was bij verzetskrant De Waarheid, in Jan Vrijman. 'Gelovend in niets, woedend op alles' zou hij later zeggen. Hij werd een vermaard journalist en cineast. Voor Het Parool schreef hij tussen 1985 en 1997 dagelijks een column. Met fotograaf Ed van der Elsken geldt hij als uitvinder van het woord 'nozem'. In 1955 maakten ze een serie reportages voor Vrij Nederland over dit fenomeen, De nozems van de Nieuwendijk. Zijn tv-reportages leidden niet zelden tot ophef, zoals Dag Koninginnedag uit 1957 en een serie over evangelist Johan Maasbach. Zeer bekend is zijn portret van de woest schilderende Karel Appel uit 1961, gefilmd door een gaatje in het schildersdoek.

Meer over