Interview

Het laatste werk van Toer van Schayk, na zes decennia bij Het Nationale Ballet

Toer van Schayk (84) stopt met choreograferen bij Het Nationale Ballet. De seizoensopening Toer is geheel aan zijn werk gewijd: een tweeluik ter ere van zijn 85ste verjaardag op 28 september.

Toer van Schayk tijdens repetities bij Het Nationale Ballet in Amsterdam. Beeld Natascha Libbert
Toer van Schayk tijdens repetities bij Het Nationale Ballet in Amsterdam.Beeld Natascha Libbert

Zul je altijd zien: maak je als fitte tachtiger een ballet over een gevallen engel die door God uit de hemel wordt gesmeten, breek je zelf je heup op een stoeprand. Zomaar, midden op straat, op een mooie zomerdag. En of die ongelukkige val nog niet genoeg was, ging de operatie ook nog fout. Met als gevolg: helse pijnen, een schots en scheef heupgewricht plus een hersteloperatie. Pas eind augustus kon Toer van Schayk (84) aan zijn genezingsproces beginnen. Maar een première half september bij Het Nationale Ballet wacht niet. Bovendien is de seizoensopening Toer van het jubilerende gezelschap deze maand geheel aan zijn werk gewijd: een tweeluik ter ere van zijn 85ste verjaardag op 28 september.

Het mag een wonder van doorzettingsvermogen heten dat dinsdagavond toch zijn nieuwe ballet Lucifer Studies feestelijk in première gaat, naast zijn bekroonde choreografie 7e Symfonie (1986) op Beethovens gelijknamige compositie. Met deze 56ste choreografie neemt hij afscheid, zegt de tikkeltje vermagerde kunstenaar, terwijl hij in een rolstoel naar de foyer wordt gereden voor een gesprek na een repetitie.

Het is alleen een vaarwel als choreograaf, niet als kunstenaar, ontwerper en vormgever: ‘Ik ben niet van plan voor mij uit te gaan zitten staren. Ik teken, schilder, beeldhouw en bespeel mijn zelfgebouwde klavecimbel. Bovendien wordt eind dit jaar Notenkraker & Muizenkoning hernomen, waarvoor ik in 1996 decor, kostuums en choreografieën heb ontworpen. Daar zal ik deels bij moeten zijn. En ik ga ervan uit dat mijn goed ontvangen ensemblestuk Requiem ook nog weleens terugkomt. Het is niet zo dat ze hier de deur voor me dicht zullen smijten’, zegt de man die als enige vanaf de oprichting in 1961 onafgebroken bij het balletgezelschap betrokken is, zes decennia lang. Eerst alleen als danser (zonder noemenswaardige opleiding), daarna door toedoen van zijn toenmalige levenspartner Rudi van Dantzig (1933-2012) al snel als choreograaf en decor- en kostuumontwerper.

Requiem (1990) van Toer van Schayk, uitvoering 2016 door Het Nationale Ballet tijdens 'Hollandse Meesters' Beeld Hans Gerritsen
Requiem (1990) van Toer van Schayk, uitvoering 2016 door Het Nationale Ballet tijdens 'Hollandse Meesters'Beeld Hans Gerritsen

Van Schayk is opgeleid als beeldhouwer aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Het vormgeven van materie is zijn grootste talent, of dat nu marmer, inkt, stof, klei of het menselijk lichaam is. Zijn unieke klavecimbel beschilderde hij tot in detail naar beroemde voorbeelden van de 16de-eeuwse pioniers, De Ruckers uit Antwerpen. Thuis staat een zelfgebouwd modelschip (1803), naar museaal ontwerp.

Toer van Schayk. Beeld Natascha Libbert
Toer van Schayk.Beeld Natascha Libbert

De duivelskunstenaar mag er moe uitzien, zijn ogen twinkelen en verraden levenslust, werkdrift. Dat Lucifer Studies zijn laatste ballet zou worden, had hij al lang voor zijn val besloten, zegt violist Jeroen Dupont (33), een van zijn beste vrienden, die hem nu tijdelijk als chauffeur terzijde staat. Hij weet hoe Van Schayk, in deze hulpbehoevende dagen door Het Nationale Ballet tijdelijk ondergebracht in een gelijkvloers hotelappartement, verlangt naar zijn atelier annex bovenhuis in de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam. Dat zit tot in de nok van het smalle trappenhuis volgestouwd met kunstwerken, borstbeelden, tekeningen, schetsen, ontwerpen en boeken. Een serie expressieve tekeningen, over de dwaaltocht van een wolvenjong door een monstrueuze wereld, verhuist begin oktober tijdens de Nederlandse Dansdagen tijdelijk naar museum Bonnefanten in Maastricht, gekoppeld aan een reeks gefilmde gesprekken.

Hoe lastig choreograferen vanuit een rolstoel ook lijkt, Van Schayk kan gelukkig altijd terugvallen op zijn befaamde schetsboeken. Voorafgaand aan studiorepetities maakt hij thuis legio tekeningen van beoogde bewegingen en lichaamshoudingen. ‘Een voordeel is dat ik al jaren bezig ben met Lucifer van Joost van den Vondel. Ik hou van zijn 17de-eeuwse taal. Met regisseur Hans Croiset heb ik samengewerkt aan Vondels Adam in ballingschap, een vervolg op Lucifer. Daarvoor heb ik kostuums, decors en dansfragmenten gemaakt. Als bevlogen Vondel-kenner heeft Hans het vuur in mij aangewakkerd.’

Eigenlijk zou Van Schayk vorig seizoen een avondvullend ballet maken op het treurspel Lucifer (1654). Maar door de coronacrisis ging dat niet door. ‘Ik had wel al veel schetsen. Die vormen nu basis van deze choreografie, getiteld Lucifer Studies. Het zijn fragmenten, studies uit mijn tekeningen over Lucifer.’

Zeven jonge mannen, door Van Schayk zelf gecast, dwarrelen tijdens de repetitie om de choreograaf heen. De een frêle en terughoudend, de ander breedgeschouderd, op fors gespierde benen. Sommige armen zijn gestoken in felgekleurde mouwen met handschoenen eraan vast, als moderne, enkelvoudige vleugels. Van Schayk houdt van asymmetrie en details in zijn eigenzinnige kostuumontwerpen en stofkeuze. ‘Ik probeer doorsneden te maken van een lichaam’, zo duidde hij zijn voorliefde voor sculpturale asymmetrie in het boek Toer van Schayk – Danser, choreograaf & kunstenaar van Astrid van Leeuwen en Maaike Staffhorst (2016).

In de kostuumontwerpen voor The Sleeping Beauty (2014), voor een balletgezelschap in Tokio, laat hij Doornroosje wakker worden onder een deken van spinrag, in een verpulverende laagjesjurk. Kleuren en stofpatronen luisteren nauw bij Van Schayk – ze bepalen mede het karakter van balletpersonages. Meestal koopt hij zelf lokaal, in de buurt van zijn opdrachtgevers – balletgezelschappen van Finland tot Hong Kong – de stoffen in, om zeker te weten dat ze het juiste materiaal gebruiken. Als het even kan, werkt hij mee in het naaiatelier. Op onzichtbare plekjes verwerkt hij elastische vernuftigheden, zodat alles er in stilstand én in beweging perfect uitziet. ‘Een balletkostuum is net zo ingewikkeld als een raket van Cape Canaveral’, zegt hij in het boek. ‘Als een danser zijn arm omhoog houdt, mag de mouw wél meegaan, maar níét de rest van het jasje.’

Armen en handen zijn belangrijk in Van Schayks choreografieën, zo blijkt wederom tijdens de repetitie van Lucifer Studies. De zeven dansers vertolken God, Adam, de boodschapper Gabriël, de opstandige Lucifer en nog drie engelen. Als bewegende sculpturen lijken ze zo van Renaissance-doeken gestapt; hun ledematen drukken hoop en wanhoop uit. Balletmeester en voormalig eerste solist Caroline Sayo Iura, een van Van Schayks muzen, doet voor hoe die hoeken met armen eruit moeten zien: ‘Het is eerst goed hoekig, dan weer helemaal rond. Het bovenlichaam buigt tegelijk naar achteren. Je rug is rond, je buik niet bol maar hol. Dat is extreem belangrijk.’ Ze zegt lachend: ‘Toer heeft zijn eigen muzikaliteit. Accenten op tel 16, 14, 9 of 5. Wij noemen dat Toers Tellen.’ Bovendien, zo benadrukt Iura, creëert Van Schayk de diepste pliés die zij kent. ‘Met gebogen knieën moet je diep doorbuigen en terugveren van heel laag naar steeds hoger. En vervolgens achterover hellen alsof er iets zwaars op je leunt.’ In het boek beschrijft een danseres Van Schayks sculpturale dansstijl ‘alsof iemand ons in de knieën schiet’.

Caroline Sayo Iura en Bruno Barat in Spiegels Bevriezend (1995) Beeld Jorge Fataurs
Caroline Sayo Iura en Bruno Barat in Spiegels Bevriezend (1995)Beeld Jorge Fataurs

De tekeningen in de schetsboeken zijn ook nu voor de dansers een uitkomst om samen met Van Schayk-in-rolstoel en twee balletmeesters de bewegingen tot leven te wekken. Tweede solist Timothy van Poucke (24), gecast als titelpersonage Lucifer, ziet vlieg- en valbewegingen van gevleugelde mensfiguren in een ongekend aantal variaties terugkomen: ‘Toer moedigt vliegen echt aan. Zijn vleugelmotoriek is zo sterk.’ Zijn Lucifer moet volgens Van Schayk opstandig en eigenwijs zijn: ‘Dat onderbouwt Toer met allerlei kunsthistorische kennis. Hij weet zo veel.’

Dansers van Het Nationale Ballet tijdens repetities van Lucifer Studies in Amsterdam. Beeld Natascha Libbert
Dansers van Het Nationale Ballet tijdens repetities van Lucifer Studies in Amsterdam.Beeld Natascha Libbert

De Leonardo da Vinci aan de Amstel, zoals balletkenners hem noemen, zegt zelf dat zijn zeven dansers ‘zich als ware engelen hebben gedragen’. Ook bij de grote bezetting van de technisch complexe 7e Symfonie spat het plezier van de energieke vertolking af. Dat is vroeger weleens anders geweest. Er waren jaren dat dansers zijn werk niets vonden, zich slechts kleurtjes voelden op Van Schayks pallet. Ze vonden het te mysterieus, te naargeestig ook.

Toch hoort die mysterieuze somberte bij Van Schayks werk. Een van zijn lijfspreuken is: ‘Ik ben geen pessimist, maar een optimist met weinig reden tot optimisme.’ De vernietiging van de natuur door de mens houdt hem al bezig sinds de verschijning van het rapport De grenzen aan groei (1972) van de Club van Rome. Van Schayk trok direct aan de bel met het desolate Voor, tijdens en na het feest (1972), een van zijn bekendste balletten. Volgens Dupont wint Van Schayks werk juist nu aan urgentie. Beiden vinden elkaar in hun liefde voor de van eenzaamheid doortrokken sonates van de Belgische violist Eugène-Auguste Ysaÿe. Van Schayk maakte drie werken op Ysaÿes sonates, waarvan een voor de 80-jarige prinses Irene.

Van Schayk vindt op zijn beurt Vondels Lucifer, met zijn opstand tegen de autoriteiten, erg actueel. ‘Kijk om je heen. Lucifer was de lieveling van God, de engel die licht bracht. Maar toen God Adam schiep en hem prefereerde boven Lucifer leidde dat tot jaloezie en opstand. Dat is de kern van dit drama: geknakte liefde, jaloezie. Daarom staan ook twee liefdesduetten centraal.’

Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk, Het Nationale Ballet. Beeld Jorge Fatauros
Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk, Het Nationale Ballet.Beeld Jorge Fatauros

Over jaloezie gesproken. In de jaren zeventig en tachtig zorgden de roemruchte ‘drie Vannen’ voor de gloriejaren van het Nederlands ballet: Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk. Van hun band is weinig over. Van Dantzig, de meest geëngageerde, leeft niet meer. Van Manen (89) zegt desgevraagd niets te willen zeggen over de betekenis van het werk van Van Schayk voor de danskunst. Hun animositeit is recentelijk weer opgelaaid: ‘Toer vindt mij niet aardig. Hij heeft in een documentaire over mijn werk lelijke dingen gezegd. Dat zal nog steeds met jaloezie te maken hebben.’ Of de grootmeester wel benieuwd is naar de première van Lucifer Studies? ‘Een slimme vraag. Schrijf maar op: ik ben altijd benieuwd naar nieuwe choreografieën.’

Bij het afscheid in de foyer van Nationale Opera en Ballet bedankt Van Schayk voor de aandacht. ‘Wij zien elkaar vast weer over vijf jaar, als ik 90 word’, zegt hij. Dan gaat hij op wielen terug naar zijn engelen.

Toer door Het Nationale Ballet, t/m 26/9 in Nationale Opera & Ballet. Livestream 25/9, herh. 6/10.

De Nederlandse Dansdagen besteedt van 30/9 t/m 7/10 met Dansmuseum #5 aandacht aan Van Schayks oeuvre met vijf gefilmde gesprekken en bijbehorende expositie van tekeningen in museum het Bonnefanten. Tijdens het Nederlands Dansdagengala worden de door Van Schayk ontworpen Zwanen uitgereikt voor de beste dansprestaties: een bronzen, gevleugelde sculptuur, half mens, half zwaan.

Toer

Zijn voornaam Toer volstaat als titel van het dubbelprogramma dat alleen deze maand in Nationale Opera en Ballet is te zien. Toch werd de kunstenaar niet met die naam geboren. Hij kwam in 1936 in Amsterdam ter wereld als Antoni van Schaijk. Zijn oudere broer kon die naam echter niet uitspreken en verbasterde babybroer tot Toer. Zijn broer verloor hij jaren later aan zelfdoding. Van Schayk droeg zijn drieluik De omkeerbaarheid van roest (1994), Spiegels bevriezend (1995) en De bewerking van het stof (1998) aan hem op: zwart, blauw en grijs zijn de overheersende kleuren in een tobberige sfeer van ijzige kilte.

Toer van Schayk tijdens repetities bij Het Nationale Ballet in Amsterdam. Beeld Natascha Libbert
Toer van Schayk tijdens repetities bij Het Nationale Ballet in Amsterdam.Beeld Natascha Libbert
De omkeerbaarheid van roest / Sonetten aan een broer (1994) van Toer van Schayk Beeld Angela Sterling
De omkeerbaarheid van roest / Sonetten aan een broer (1994) van Toer van SchaykBeeld Angela Sterling
Meer over