boekrecensie

Het is te hopen dat dit boek over de gruwelen van de Syrische goelag snel wordt vertaald ★★★★☆

De Syrische goelag reconstrueert hoe de Assad-dynastie in Syrië haar gruwelijke repressieapparaat kon opbouwen. Behalve een grote bijdrage aan de studie naar totalitaire regimes is het een monument voor de overlevenden.

Jenne Jan Holtland
null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

De Syrische zender Radio Damascus had jarenlang een vast programma op de zaterdagavond, Onze kinderen rond de wereld. Vaders en moeders belden in bij presentatrice Amal al-Daqqaq om hun smart te delen over hun kinderen in het buitenland. Mustafa zat in Canada, Tawfiq in Frankrijk voor zijn studie, hoe zou het met ze gaan?

Wat niet iedereen doorhad, was dat het programma een tweede functie vervulde: sommige kinderen waren nooit verhuisd, ze kwijnden weg in een van de talloze martelcellen van Syrië. Communicatie was nagenoeg onmogelijk en dus kwamen familieleden op het idee om – in codetaal – het woord te richten tot de zender. Op een dag belde een vrouw uit de stad Hama. Ze raakte niet uitgepraat over haar oudste, die ‘in Groot-Brittannië zat om ingenieur te worden’. Tot haar zoon: ‘Ik heb je een wollen sjaal gestuurd. Het is koud, mijn zoon, zorg alsjeblieft goed voor jezelf.’ Aan de andere kant van de radio huilden tientallen gevangenen mee met de bejaarde moeder die niet wist dat haar zoon jaren eerder geëxecuteerd was.

In De Syrische goelag, een lijvig boek van UvA-hoogleraar Holocaust- en genocidestudies Ugur Ümit Üngör en oud-gedetineerde Jaber Baker, staan meer van dit soort aangrijpende verhalen. De auteurs reconstrueren hoe de Assad-dynastie (eerst Hafiz al-Assad, daarna zijn zoon Bashar) in vijftig jaar tijd een van ’s werelds gruwelijkste repressieapparaten kon opbouwen. Ze citeren uit memoires en ooggetuigenverslagen en hielden interviews met een kleine honderd Syriërs in binnen- en buitenland, hoofdzakelijk oud-gedetineerden en ooggetuigen, maar ook enkele daders.

Disciplinering en uitroeiing

Het woord ‘goelag’ komt uit de Sovjet-Unie, waar het een synoniem was voor de vele honderden strafkampen. De Syrische pendant, zo laten de auteurs zien, is weliswaar kleiner, maar doet er qua moorddadigheid niet of nauwelijks voor onder.

Syriërs kunnen gearresteerd worden omdat ze een berichtje op Facebook liken, of omdat een ver familielid toevallig politiek actief is. Ze worden zonder proces opgesloten en verdwijnen naar een plek ‘achter de zon’, waar ze worden uitgekleed, gefolterd en uitgehongerd, vaak tot de dood erop volgt. Voor de zwaarste gevangenissen, die van de inlichtingendiensten en het leger, geldt dat het doel niet alleen disciplinering is, maar ook uitroeiing. Weet je waar je bent, vroeg een officier in 2012 aan een gevangene. Nee, zei de man. ‘Je bent in de hel (…) en wij zijn de engelen van ellende.’

Officiële cijfers over het precieze aantal gevangenen zijn er niet. Het boek vermeldt de voorzichtige schatting dat er sinds het uitbreken van de Syrische opstand zo’n 300 duizend mensen hebben vastgezeten (of in de cel zijn overleden). Als dat klopt, heeft Syrië per hoofd van de bevolking de hoogste gevangenispopulatie ter wereld, te weten 1.200 op iedere 100 duizend mensen (de koploper in absolute aantallen, de Verenigde Staten, komt tot iets meer dan de helft). ‘De goelag is een intrinsiek onderdeel geworden van de Syrische identiteit’, schrijven de auteurs, ‘vergelijkbaar met hoe de strijd tegen de zee een aspect is van de Nederlandse identiteit.’

Voordat hoofdauteur Üngör zich met Syrië ging bezighouden, publiceerde hij over paramilitarisme en de Armeense genocide. In april haalde hij de wereldpers met de onthulling van een massa-executie door een van Assads milities in Tadamon, een voorstadje van Damascus. De videobeelden uit 2013 werden gemaakt door de daders, breeduit lachend. Üngör heeft het materiaal overgedragen aan justitie; het kan als bewijs dienen bij toekomstige processen.

Index van martelmethoden

De Syrische goelag leest bij vlagen als een proces-verbaal, zo minutieus zijn de auteurs in hun pagina’s lange beschrijvingen van martelingen (achterin is een index opgenomen van de meestgebruikte methoden). Vrouwen worden verkracht, bij mannen worden de nagels uitgetrokken, ze worden geëlektrocuteerd aan hun genitaliën of ‘als een grillkip’ opgehangen. Slachtoffers worden vakkundig tot daders gepromoveerd: iedere slaapzaal kent een shawish (celhoofd), een sadistisch verlengstuk van de bewakers.

Waarom doet het regime dit? Welke functie heeft de goelag? Het doel is elke vorm van ‘oprechte politiek’ uit te roeien die zich buiten de sfeer van de regerende Ba’ath-partij bevindt, betogen Üngör en Baker. De goelag is een integraal deel van Assads strategie om de samenleving ‘te vormen en te kneden’. Bevelen tot marteling of ander geweld hoeven niet te worden gegeven; de concurrentie tussen de veiligheidsdiensten volstaat. Doden en martelen is daarbij een ‘vorm van relatiebeheer: hoe meer je martelt, hoe meer je aan anderen laat zien dat je Assad steunt’.

In het hoofdstuk over Mezze, tot de sluiting in 2000 een beruchte gevangenis, komt een man aan het woord die negen jaar vastzat. Met een spijker die hij in zijn isoleercel vond, schreef hij zijn dochter: ‘Dagen verstrijken. Beulen rouleren. De dag is donkerder dan de nacht. Er wordt steeds om meer informatie gevraagd. (…) Die zweep is meedogenloos, mijn lieve dochter. De beul verstaat geen Arabisch, hij gelooft niet in God noch de mens.’

Het zijn dergelijke getuigenissen die dit boek, behalve een grote bijdrage aan de studie naar totalitaire regimes, tot een monument maken voor de overlevenden. Te hopen valt op een spoedige vertaling in het Engels en Arabisch.

Ugur Ümit Üngör en Jaber Baker: De Syrische goelag – De gevangenissen van Assad 1970-2020. Boom, 408 pagina’s, € 34,90.

null Beeld Boom
Beeld Boom
Meer over