‘Het is geen fado, het is muziek’

Hoewel de saudade soms van haar nieuwe album afdruipt, mijdt de bekende fadozangeres het f-woord liever...

‘Mijn leven een glamourbestaan? Hoe kom je daar nou bij?’ Mariza (34) gooit haar hoofd achterover en lacht haar enigszins geacteerde schaterlach. Voor de goede orde: ze heeft zojuist een uur in de make-up gezeten want straks komt een televisieploeg, de avond ervoor ging haar cd-presentatie in een theater in Lissabon vergezeld van champagne en amuses met zalm, en ze staat aan het begin van een wereldtournee die haar behalve naar Amsterdam en Eindhoven ook naar Parijs en New York zal voeren.

Maar dat is toch geen glamour?

De vraag was eigenlijk of ze zich met haar luxeleventje nog wel kan identificeren met de fado, de traditionele weemoedige muziek van arbeiders uit de arme wijken van Lissabon. Mariza heeft er een haat-liefdeverhouding mee, met die traditie.

Als ze het over haar nieuwe album Terra heeft, beklemtoont ze hoe internationaal die is geïnspireerd: ‘De afgelopen zeven jaar heb ik de wereld over gereisd, muzikanten uit verschillende culturen ontmoet en dat heeft deze plaat erg beïnvloed. Zo geeft de inbreng van pianist Chucho Valdés een beetje Cubaanse spirit, maar dankzij Javier Limon (een belangrijke Spaanse producent, red.) is er ook een vleugje flamenco te horen.’ Maar het blijft toch een fadoalbum? Geïrriteerd: ‘Ik wil het nu niet meer over fado hebben, ik heb het over muziek.’

De zangeres heeft duidelijk moeite met de verwachtingen die het stempel ‘fadista’ wekt, vooral in Portugal. Verwachtingen over begeleidingsinstrumenten (Portugese gitaar en viola), sfeer (weemoedig) en uiterlijk (lang, zwart haar, een zwarte jurk en dito sjaal). ‘Mensen willen anderen graag in hokjes stoppen, maar ik vind dat een nogal armoedige manier van kijken.’

Mariza ziet er dan ook niet uit als een fadozangeres: ze heeft een peroxideblond pagekapsel dat fel afsteekt tegen haar getinte huid, en ze is boomlang. Onder de wapperende strokenrokken die ze bij concerten draagt, gaan enorme sleehakken schuil, die haar nog groter doen lijken.

Toch is op Terra de Portugese traditie nooit ver weg. In een nummer als Minh’alma lijkt Mariza’s krachtige stem bijna te huilen; en de weemoedige saudade druipt ook af van Alfama, een ode aan de oude Lissabonse wijk.

En dan neemt ze plotseling toch zelf het f-woord weer in de mond: ‘Natuurlijk zal mijn stijl van zingen altijd verwant blijven aan de fado. Ik ben ermee opgegroeid, het is wat ik ben. Maar dat neemt niet weg dat ik mijn cultuur wil verrijken met nieuwe invloeden. Het is wel gek: hoe meer je reist, hoe meer je gaat beseffen waar je zelf vandaan komt.’

Mariza dos Reis Nunes is geboren in Mozambique, als dochter van een Mozambikaanse moeder en een Portugese vader. Op haar derde namen haar ouders haar mee naar Lissabon, waar ze een taverne begonnen in de traditionele wijk Mouraria. Daar maakte de kleine Mariza kennis met de traditionele fado – al op haar vijfde zong ze in het restaurant. Rond haar veertiende kwam daar de klad in. ‘Fado was iets voor oude mensen, vond ik toen.’ Ze zong een tijdje andersoortige muziek (rock, jazz). Haar debuutalbum Fado em Mim bracht haar in 2001 terug bij de saudade – in een hedendaags jasje.

Voor haar teksten grijpt ze vaak terug op oude Portugese literatuur – zelf liedjes schrijven kan ze niet, zegt ze. ‘Ik schrijf weleens wat, maar dat is te slecht om aan iemand te laten lezen. Wat ik wel kan: research doen naar oude Portugese poëzie. Ik heb thuis een hele bibliotheek. Als ik mooie gedichten vind, vraag ik schrijvers die te bewerken voor muziek.’

Op haar nieuwe cd is werk gebruikt van beroemde dichters als de feministe Florbela Espanca en Ary dos Santos. ‘De laatste tijd heb ik een voorkeur voor poëzie over het Portugese landschap, de bergen, de zee.’

Nederland was een van de eerste landen buiten Portugal waar Mariza doorbrak, mede dankzij haar contract bij het Amsterdamse label World Connection. ‘Ik heb altijd het gevoel dat jullie oprecht geïnteresseerd zijn in mijn cultuur, dat maakt het fijn om in Nederland op te treden.’

Maar de fadogolf van enkele jaren terug – aangevoerd door Christina Branco, met in haar kielzog Dulce Pontes, Mísia en Mafalda Arnauth – lijkt in ons land over zijn hoogtepunt heen. Mariza heeft daar geen boodschap aan: ‘De mensen komen niet voor de fadista uit Portugal, ze komen voor mij.’

De concurrentiestrijd onder de fadista’s is hevig, maar als je ernaar vraagt, doet Mariza of haar neus bloedt. ‘Ik beluister hun cd’s niet, bezoek hun concerten niet, zou niet weten waar Mísia of Dulce Pontes mee bezig is. Ik concentreer me liever op mijn eigen werk.’

Na opnieuw een veelbetekenende lach: ‘Als ik al tijd over heb, doe mij dan liever een cd’tje van Rufus Wainwright of Linkin Park.’

Meer over