ArchitectuurHuis op ’t Raboes, Eemnes

Het Huis op ’t Raboes is een toonbeeld van duurzaamheid, vol onconventionele oplossingen ★★★★★

Met duurzame technieken hebben architecten en kunstenaars vormgegeven aan de kroon op Michel Schoonderbeeks ‘landgoed van de 21ste eeuw’ aan het Eemmeer.

Beeld Iwan Baan

Wie vanuit Hilversum door de Eemnesserpolder rijdt, de weidevogels achterna, tot het punt waar de Eem uitmondt in het Eemmeer, waant zich buiten de bewoonde wereld. In dit stiltegebied ligt jachthaven ’t Raboes.

In 1992 belandde ondernemer Michel Schoonderbeek per toeval op wat destijds een ‘vuilnisbelt’ was: tussen de woonarken dreven olievaten en er vonden illegale praktijken plaats, die door de afgelegen ligging onopgemerkt bleven. Maar Schoonderbeek werd vooral getroffen door de schoonheid van de natuur en de sfeer van de – uit de hand gelopen – vrijplaats. Hij zag mogelijkheden.

Hij besloot het terrein, 8 hectare groot, te kopen van de gemeente om het te herontwikkelen tot ‘landgoed van de 21ste eeuw’. Het idee is terug te voeren tot het Romeinse begrip otium, de tegenhanger van negotium oftewel handel. Handelen deed je in de stad, stelden de Romeinse filosofen, inspiratie vond je in het buitengebied, waar je vrienden ontmoette en waar ruimte was voor creativiteit. Paradoxaal genoeg is leisure, zoals otium tegenwoordig wel wordt genoemd, onderdeel van dezelfde consumptiemaatschappij waaraan hij tegenwicht wil bieden; er worden miljarden verdiend met retraites in spa’s, yogareizen en filterkoffie die nu ineens slow coffee heet.

Hier wordt ouderwets rust uitgebaat; de jachthaven heeft geen café of supermarkt. Wel zorgde Schoonderbeek voor een sanitairgebouw met zonnepanelen die de elektriciteit voor het terrein leveren. Daarnaast bouwde hij een havengebouw en een botenloods, die de grens markeren tussen het publieke en het privéterrein. Kroon op de herontwikkeling is het Huis op ’t Raboes, het buitenverblijf van de familie, dat als een zwerfkei in het gras ligt.

Het Rotterdamse architectenbureau De Kort Van Schaik ontwierp een huis waarin je leeft met de elementen en tegelijkertijd daartegen wordt beschermd, dankzij een dikke betonnen vacht. De bewoners staan op met de zon in de keuken, van waaruit je zo de patio instapt. Douchen doen ze in de ‘openluchtbadkamer’ met zijn daklicht en enorme raam dat – met een druk op de knop – omhoogschuift in de gevel. Overdag ‘spelen’ ze buiten in de moestuin, het zwembad of bij het meer. Met het hout dat over het water aandrijft stoken ze ’s avonds de haarden.

Schoonderbeek nam twintig jaar de tijd om met landschapsontwerpers, architecten en kunstenaars het terrein te verkennen en gaandeweg vorm te geven. Hij moedigde hen aan proeven te doen met materialen en (duurzame) technieken, wat heeft geresulteerd in onconventionele oplossingen. Neem de rubberen gevels van het havengebouw, of het idee om het houten tuinhuis dat architect Jo Van Den Berghe eerder op het terrein had gebouwd met een bouwkraan 100 meter te verplaatsten; dat is nu het gastenverblijf. Zo werd de plek aan het meer – dé grote kwaliteit van dit huis – vrijgespeeld, zodat de nieuwbouw uitzicht biedt over het water, het veld en de aangeplante bomen, die beschutting bieden tegen de wind.

Beeld Iwan Baan

Maatschappelijke meerwaarde

In 1989 richtte ontwikkelaar en belegger Michel Schoonderbeek het familiebedrijf Schipper Bosch op, dat gebieden, projecten en producten (her)ontwikkelt. Het bedrijf wil ‘functionele en maatschappelijke meerwaarde creëren’ en werkt graag samen met jonge, vooruitstrevende ontwerpers. Zo gaf Schoonderbeek ooit architect Ben van Berkel, die wereldberoemd zou worden met de Erasmusbrug, zijn eerste opdracht, voor het bedrijfskantoor in Amersfoort. In 2008 is het bedrijf overgenomen door zoons Bart en Floris Schoonderbeek. Met de herontwikkeling van Industriepark Kleefse Waard in Arnhem won Schipper Bosch in 2015 de Gouden Piramide, de rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur en stedenbouw.

De familie wilde een eenvoudige woning, ze spraken over een ‘kloostersfeer’. De architecten namen hen mee naar het kloosterachtige woonhuis dat de Bossche Schoolarchitect Jan de Jong in 1967 in Schaijk had gebouwd voor zijn familie, en dat sinds 2018 geldt als rijksmonument. De Jong gebruikte het project, ontworpen met behulp van het ‘plastische getal’ – een driedimensionaal verhoudingsstelsel – om tot de essentie van architectuur te komen: het maken van ‘een plaats voor het lichaam en uitzicht voor de geest’. Wat je binnen ervaart, is een gevoel van rust en harmonie.

Architecten Robert-Jan de Kort en Sander van Schaik hebben goed gekeken hoe De Jong via een ommuurde tuin en een voorhof een geleidelijke overgang creëerde vanuit de ‘waan van de dag’ naar ruimte voor contemplatie. De aankomst op ’t Raboes kent eenzelfde vertragende werking: je loopt over een lang pad naar een hellingbaan die toegang geeft tot de ‘verborgen’ entree aan de zijkant van het huis, dat iets is opgetild boven het maaiveld.

Het huis bestaat uit drie volumes – leefruimten, hoofdslaapkamer, logeerkamers – die onderling zijn verbonden door een T-vormige tussenruimte. Het mooie van deze royale entreehal is dat hij geen functie heeft. Je hoeft er niets – je komt hier tenslotte om niets te hoeven – maar kunt er van alles: mediteren, lezen bij de haard, naar buiten staren.

Beeld Iwan Baan

De betonnen muren, waarin de afdruk van de houten bekisting zichtbaar is, kom je ook tegen in de gebouwen van Jan de Jong. Ze ogen sober, maar minder streng dan De Jongs kerkelijke architectuur. De architecten hebben zelf een betonmix ontwikkeld met bruin zand, dat een warme gloed geeft. De vloer, gemaakt van hetzelfde materiaal, is gepolijst. Het dak is een houten ‘hoed’ waarvan de planken exact op het houtpatroon van de muren aansluiten – een knap staaltje detailleren.

Dit huis heeft weinig meubels nodig. De ramen hebben brede zitvensterbanken, voor de logeerkamer is door ontwerper Peter Hopman een geweldig stapelbed-met-klimrek voor zes personen ingebouwd. De douche, het bad en de wastafel zijn door ontwerper Sabine Marcelis in een blok geel kunsthars gevat; het ziet eruit als een gigantisch stuk zeep. Met dikke houten raamkaders is het uitzicht ‘ingelijst’; de muren blijven leeg.

Beeld Iwan Baan

’t Raboes is meer dan een persoonlijk paradijsje geworden: een oefening in een duurzame manier van gebiedsontwikkeling is het, vanuit langdurige betrokkenheid en met ruimte voor experiment en ontwerptalent. De Kort Van Schaik is met dit project boven zichzelf uitgestegen. 

Laat deze plek een verborgen parel blijven, maar laat de visie voor het landgoed zich verspreiden als inspiratiebron bij het denken over handel en vrije tijd.

Huis op ’t Raboes, Eemnes 

Architectuur

★★★★★

Architect De Kort Van Schaik 

Opdrachtgevers: Michel en Greet Schoonderbeek

Meer over