theater

Het hergebruiken van theaterdecors raakt steeds meer in zwang

De Fenix relaxerette (2022) van Arjan Kruidhof in aanbouw. Hij recyclede een draaimechaniek uit De prooi (2012). Eerder gebruikte hij het voor de Relaxeratte (2018), die grotendeels in vlammen opging, maar de draaischijf bleef gespaard.  Beeld Arjan Kruidhof
De Fenix relaxerette (2022) van Arjan Kruidhof in aanbouw. Hij recyclede een draaimechaniek uit De prooi (2012). Eerder gebruikte hij het voor de Relaxeratte (2018), die grotendeels in vlammen opging, maar de draaischijf bleef gespaard.Beeld Arjan Kruidhof

De gemiddelde levensduur van een decorstuk is twee jaar, daarna belandt het vaak bij de stort. Gelukkig komt hergebruik steeds vaker voor. Hoe gaat dat in z’n werk? En wat betekent het artistiek gezien? Vier verhalen over gerecyclede decors.

Annette Embrechts

Met tranen in de ogen heeft geluidstechnicus en kunstenaar Arjan Kruidhof (40) meermaals bij de stort gestaan, om toe te kijken hoe waardevolle decors in de shredder belandden. Waar mogelijk probeerde hij onderdelen als draaiconstructies, tandwielen en vloerstukken te redden, maar de huur van een opslagloods is zo kostbaar dat ‘twee keer maken nog altijd goedkoper is dan één keer opslaan’, zegt hij tot zijn grote spijt.

Bovendien, vult theatermaker Rutger Buiter (44) aan, worden decors vaak verlijmd in plaats van geschroefd, om tijdwinst te boeken. ‘In- en uit elkaar schroeven is bewerkelijk en kost manuren, maar het levert wel materiaal op dat je kunt hergebruiken. Daarom moet je dat vooraf incalculeren.’

Twee jaar, dat is grofweg de gemiddelde levensduur van een decor waarin een theater- of dansvoorstelling zich afspeelt. Alleen als een gezelschap in de gelegenheid is voorstellingen langdurig op het repertoire te houden, worden decors in hun geheel opgeslagen. Soms bij bevriende grootgrondbezitters, meestal in containers bij transportbedrijven als Pieter Smit in Nieuw Vennep of Langeveld in Zoetermeer.

Doorgaans verwijdert een groep ongebruikte decors na twee jaar uit een bergruimte vanwege plaatsgebrek. ‘Als je mazzel hebt, belt iemand je netjes op, of je op heel korte termijn nog iets met je ontwerp wilt’, zegt Wikke van Houwelingen (43), de helft van het succesvolle theatervormgevingsduo M/W. ‘Meestal gebeurt dat niet. Dan kom je er te laat achter dat niets meer resteert. Eeuwig zonde.’

Ze kennen allemaal de oorzaken. In de cultuursector zijn de productiedruk en omwentelsnelheid hoog. ‘Je moet als producent en vormgever al door zoveel hoepels springen, van het continu vernieuwend uit de hoek komen tot reisverplichtingen en summiere budgetten’, zegt Van Houwelingen. Decors moeten verrassen én in trailers passen, plus op maat gemaakt zijn voor zalen van diverse schaalgrootte. ‘Nieuw laten maken krijgt bijna altijd de voorkeur boven het werken met wat nog steeds gezien wordt als ‘oude meuk’.’

Slechts wie in de gelukkige omstandigheid is van eigen terreinbeheer, kan langdurig bewaren. Bijvoorbeeld theatergroep Vis à Vis in Almere, die uit duurzaamheidsprincipe immens veel materiaal hergebruikt. In de provincie gebeurt dit vaker dan in de Randstad, waarschijnlijk omdat ruimte in de Randstad schaarser en duurder is – al stijgt inmiddels overal de prijs per vierkante meter. Bovendien wordt geld een zwakker excuus, nu duurzaamheid omhoogkruipt op prioriteitenlijstjes.

Omslag in het denken

Een duurzame omgang met materiaal en decorstukken vereist vooral een omslag in het denken, benadrukt Thomas Rupert (54). Bij al zijn ontwerpen voor gezelschappen als Conny Janssen Danst, het voormalige Ro Theater en operahuizen in Duitsland, vertrekt Rupert vanuit hergebruik. ‘Voor decorwanden kies ik liever duurder aluminium dat jaren meegaat, dan goedkoper hout dat snel kromtrekt. Op de lange termijn betaalt zich dat terug. En ik laat altijd een belrondje doen of ergens oude balletvloeren of horizondoeken op de nominatie staan voor vervanging.’

Nu regeert helaas nog steeds het toeval bij hergebruik. Met een beetje geluk krijgt iets particulier een tweede leven binnen een vriendenkring, bijvoorbeeld in de vorm van een tuinhuisje, veranda, kippenhok of interieur van een tattooshop – daar belandde de setting uit Ludmilla (2004) van Het Nationale Toneel. Maar recycling binnen de cultuursector van materiaal en decorstukken, al dan niet van eigen makelij, gebeurt slechts spaarzaam, op individueel initiatief.

Er zou een landelijke databank moeten komen voor bruikleen van materiaal en hergebruik van decors, onderschrijven deze vier toonaangevende ontwerpers. Van Houwelingen: ‘Het grootste theatergezelschap van Nederland, Internationaal Theater Amsterdam, doet het moeilijkst over een bruikleen, zo heb ik ervaren.’

Decors zouden bovendien in een andere setting nieuwe betekenis kunnen krijgen. Wie ze herkent, krijgt er een venster op het theaterverleden bij cadeau. Maar ook bij niet-traceerbaar hergebruik, bijvoorbeeld bij abstractere decors, valt genoeg winst te boeken, al is het maar dat de wegwerpcultuur in de podiumkunsten creatief een halt wordt toegeroepen.

Decorstuk 1 De spiegel van Thomas Rupert uit Augen.Spiegel.Seele, hergebruikt door Connie Janssen Danst, Staatstheater Mainz en de Alex Klaasen Revue

Augen.Spiegel.Seele (2013) van choreograaf Nils Christe, gemaakt voor Ballett der Staatsoper Hannover. Beeld Jörg Mannes
Augen.Spiegel.Seele (2013) van choreograaf Nils Christe, gemaakt voor Ballett der Staatsoper Hannover.Beeld Jörg Mannes

Decorontwerper Thomas Rupert (54): ‘Na één seizoen vond het Staatsballett Hannover de megaspiegel van 12 duizend euro ‘afgespeeld’. Ik had hem ontworpen om toeschouwers een blik van bovenaf te gunnen op de choreografie van Nils Christe, Augen.Spiegel.Seele op muziek van Arvo Pärt en Sergej Prokofjev. Toen de spiegel dreigde te worden vernietigd, heb ik hem voor eenderde van de aanschafprijs laten overnemen door Conny Janssen Danst.

‘In een met vilt beklede kist is hij door een trailer opgehaald. Ik brainstormde met Conny over een dansvoorstelling in de 100 meter lange onderzeebootloods in Rotterdam. We zijn ook levenspartners, dus dat fantaseren gebeurt vaak ver vooruit, aan de keukentafel. We wilden de loods met Maaswater laten volstromen. Zo’n kantelbare spiegel erboven heeft een magisch effect op de weerkaatsing van licht en beweging in de golfslag. Maar met een decorbudgetje van 12 duizend euro moet je creatief opereren.’

Mirror Mirror (2014) van Conny Janssen Danst. Beeld Leo van Velzen
Mirror Mirror (2014) van Conny Janssen Danst.Beeld Leo van Velzen

Rupert: ‘Inmiddels heeft Conny Janssen Danst de aanschafkosten terugverdiend door de spiegel te verhuren aan een operagezelschap in Mainz en de Alex Klaasen Revue. Voor Showponies 2 heb ik hem met een draaischijf getransformeerd tot een betoverend megamuziekdoosje.’

Tosca (2015) van Giacomo Puccini, een opera door Staatstheater Mainz. Beeld Thomas Rupert
Tosca (2015) van Giacomo Puccini, een opera door Staatstheater Mainz.Beeld Thomas Rupert
Showponies 2 (2019) van de Alex Klaasen Revue. Beeld Tom Sebus
Showponies 2 (2019) van de Alex Klaasen Revue.Beeld Tom Sebus

Rupert: ‘Het is niet alleen een kwestie van geld. In gebruikt materiaal zit leven. Dát wil je zien in het theater. Gloednieuw spul slaat vaak dood in zaallicht en moet je dus eerst bewerken. Bovendien moeten we serieus duurzamer gaan denken. Zo heeft Conny Janssen Danst de skateramps uit Number One (2002) gedoneerd aan de Theaterschool in Gouda, en de zeven megagrote lampenkappen uit die voorstelling geven ook elders weer licht.’

Toneelbeeld van Thomas Rupert is bij Conny Janssen Danst in juni en juli te zien tijdens de locatievoorstelling So Here We Are Now in de Van Nelle Fabriek, Rotterdam.

Decorstuk 2 De reuzenbaby van Marc Warning uit Snaren, hergebruikt door Wikke van Houwelingen in Slachthuis vijf van Theater Rotterdam

Snaren (2002) door Toneelgroep Amsterdam. Beeld Chris van der Burght
Snaren (2002) door Toneelgroep Amsterdam.Beeld Chris van der Burght

Wikke van Houwelingen (43): ‘Die reuzenbaby van scenograaf Marc Warning is een kunstwerk op zich, museumwaardig. Als student zag ik hem in Snaren toen ik stage bij Marc ging lopen. Marc stelde aan regisseur Gerardjan Rijnders verschillende decors voor, waarop die zonder toelichting zei: ‘Doe maar alles.’ Elke tien minuten rees in die voorstelling een nieuw spectaculair scènebeeld op. Die gigantische opblaasbaby kwam uit de toneelkap zakken en verschrompelde nadat acteurs hem tussen de benen opentrokken.

‘Blijkbaar sla je zo’n beeld in je achterhoofd op. Met Marloes van der Hoek zocht ik dit voorjaar voor Slachthuis vijf een poëtisch beeld om in een vloek en een zucht leven en dood te vangen. Die baby plopte op. Het opblazen, met lucht in die dikke beentjes en dat grote hoofd, oogt als geboorte. Daarna verschrompelt hij tot rimpelig mannetje en sterft.’

Slachthuis vijf (2022) door Theater Rotterdam. Beeld Sanne Peper
Slachthuis vijf (2022) door Theater Rotterdam.Beeld Sanne Peper

Van Houwelingen: ‘Toen ik Internationaal Theater Amsterdam belde, hadden ze geen idee over welke baby ik het had. Het decorstuk stamt uit de tijd dat het gezelschap Toneelgroep Amsterdam heette. Er is toch iemand gaan zoeken in de opslag. Wonderwel hebben ze hem gevonden. Meestal ruimen gezelschappen decors na twee jaar op, wanneer een voorstelling niet meer wordt hernomen. De baby bleek aangetast. Op de vouw was het plastic korrelig geworden. Maar technici van Theater Rotterdam hebben de gaatjes minutieus gerepareerd. Veel werk. Maar het is geweldig dat een baby die twintig jaar geleden is gemaakt om een theatraal verhaal over de oerknal te vertellen, nu een trauma vertolkt van een dolende tijdreiziger in een apocalyptische wereld. Extra leuk dat ingewijden die verwijzing naar de theatergeschiedenis herkennen.’

Slachthuis vijf van Theater Rotterdam is nog te zien op 7 en 8 mei in Internationaal Theater Amsterdam.

Decorstuk 3 De buizenbal van buitentheatergroep The Lunatics, hergebruikt door Rutger Buiter in Kringloop van Vis à Vis

Lunair (2003) door The Lunatics in Tunis, Tunesië. Beeld archief Rutger Buiter
Lunair (2003) door The Lunatics in Tunis, Tunesië.Beeld archief Rutger Buiter

Rutger Buiter (44), theatermaker en decorontwerper: ‘Drie primitieve, kaalgeschoren wezens vochten voor een plek boven op een rollende apenrots. Zo is deze zware bol voor 5.000 gulden door The Lunatics in 1997 ontworpen. Het idee kwam voort uit een ludieke droom. Met spanbanden kon het aluminium gevaarte richting publiek worden getrokken. Daar roofden we bijvoorbeeld een tas van een toeschouwer en bekeken bovenop de inhoud. Of we ‘ontvoerden’ iemand erin.’

Hydro sapiens (2008) door The Lunatics in het stuwmeer Bedok Reservoir in Singapore. Beeld archief Rutger Buiter
Hydro sapiens (2008) door The Lunatics in het stuwmeer Bedok Reservoir in Singapore.Beeld archief Rutger Buiter

Buiter: ‘De bol kon uit elkaar worden gehaald. De buizen werden in een paar kisten over de wereld verscheept. In Singapore hebben we hem drijvend gemaakt, met luchtreservoirs erin. En in Carré, voor de jubileumvoorstelling Turbulentie met het 60-jarige Circus Elleboog, hebben we de bol op een 16 meter lange mast vastgezet. Omhoogklimmende acrobaten konden eraan hangen. Daardoor is hij wel beschadigd geraakt. Eenmaal gedeukt klikt het systeem niet meer in elkaar. Dat hebben we met nieuw aluminium hersteld.’

Turbulentie (2009) door The Lunatics en Circus Elleboog in Koninklijk Theater Carré. Beeld Tom Janssen
Turbulentie (2009) door The Lunatics en Circus Elleboog in Koninklijk Theater Carré.Beeld Tom Janssen

Buiter: ‘Toen The Lunatics in 2013 stopte, heb ik de bol voor 350 euro overgekocht. Ik hoopte hem te kunnen hergebruiken. Hij heeft jaren bij theatergroep Vis à Vis, waar ik nu in de artistieke leiding zit, onder de hijskraan gelegen. Het voordeel is dat Vis à Vis in Almere over een groot terrein beschikt. Daar hebben we de bol vorige zomer met hangmatten erin neergezet als lounge-object. In Kringloop krijgt hij nu, omspannen met een net en behangen met tweedehands kleren, nieuwe betekenis. We zochten naar een beeld dat onze materiële overvloed visualiseert. Het doemt nu onder luid geraas op, als de reuzenbol van een mythische mestkever.’

Kringloop van theatergezelschap Vis à Vis is nog te zien t/m 21 mei in Almere.

Kringloop (2022) door theatergezelschap Vis à Vis. Beeld Marinus Vroom
Kringloop (2022) door theatergezelschap Vis à Vis.Beeld Marinus Vroom

Decorstuk 4 De draaischijf uit De prooi van Het Nationale Toneel, verbouwd door Arjan Kruidhof tot Relaxerette en Fenix relaxerette

Het draaimechaniek in het decor van De prooi (2012) van Het Nationale Toneel. Beeld Arjan Kruidhof
Het draaimechaniek in het decor van De prooi (2012) van Het Nationale Toneel.Beeld Arjan Kruidhof

Kunstenaar Arjan Kruidhof (40): ‘Ik was als geluidstechnicus betrokken bij De prooi, waarvoor Bernard Hammer een metalen tandrad ontwierp. Daarmee kon de vloer onder de acteurs worden gekanteld, als symbool voor de beurscrash en wankele bankierswereld. Ik maakte een geintje dat ik het stalen gevaarte na afloop wel wilde hebben.’

De draaiende vloer in De prooi (2012) door Het Nationale Toneel. Beeld Kurt Van der Elst
De draaiende vloer in De prooi (2012) door Het Nationale Toneel.Beeld Kurt Van der Elst

Kruidhof: ‘Toen het decor na twee jaar op de nominatie stond voor de oudijzerboer, moest ik het binnen een week uit de opslag van Het Nationale Toneel weghalen. Met een geleende vrachtwagen heb ik het naar een boerderij van een vriend gebracht, in Groningen. Daar heb ik het draaimechaniek met spaargeld gestaag omgebouwd tot Relaxerette, een rad met twaalf hangmatten erin, aangedreven door windenergie. Toen Leeuwarden in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa werd, kon ik met steun van Explore the North een audioproject eraan koppelen. Festivalgangers kunnen lummelend en draaiend een literair verhaal of soundscape beluisteren. De Relaxerette sloeg aan. Festivals waren er dol op. Ik had internationaal boekingen uitstaan, van Canada tot Hongkong en Singapore.’

De Relaxerette (2018) van kunstenaar Arjan Kruidhof op het Oranjewoud Festival in Heerenveen. Beeld Arjan Kruidhof
De Relaxerette (2018) van kunstenaar Arjan Kruidhof op het Oranjewoud Festival in Heerenveen.Beeld Arjan Kruidhof

Kruidhof: ‘Van afgedankte wielen heb ik ook een miniversie gemaakt, met uitklapbare trailer en fietsaandrijving. Logistiek minder kostbaar, dus handig voor kleinere festivals. Maar toen kwam corona, en op het moment dat festivals weer mochten starten, viel de boerderij waar het bouwwerk stond opgeslagen ten prooi aan de vlammen. Weg Relaxerette. Dankzij een inzamelingsactie en aanbetalingen van festivals heb ik in mijn loods in Groningen een nieuwe gebouwd: de Fenix relaxerette. Wederom met afgedankt materiaal. Hij komt net vers van de spuiterij. Het blijft sappelen en ik kan zeker nog staal en motoren gebruiken. Dus mocht iemand metalen constructies of hydraulische systemen weggooien, bel mij eerst even.’

Fenix relaxerette toert dit voorjaar en deze zomer onder meer langs festivals La Bonne Avonture in Duinkerke, Cirk in Aalst, Freedom in Hull en Greenwich+Docklands in Londen.

Fenix relaxerette (2022) van kunstenaar Arjan Kruidhof in aanbouw. Beeld Arjan Kruidhof
Fenix relaxerette (2022) van kunstenaar Arjan Kruidhof in aanbouw.Beeld Arjan Kruidhof
Meer over