100 jaar de Volkskrant26 augustus 1968

Het einde van de Praagse Lente kondigde ook het einde aan van het ‘reëel bestaand communisme’

null Beeld

Het was Volkskrant-lezer Frans Richters, uit Nijmegen, niet ontgaan: zijn krant had zich de voorgaande jaren steeds vaker en steeds nadrukkelijker in het progressieve kamp geschaard. Zo had ze betrekkelijk welwillend over Cuba, Che Guevara, de ‘Parijse revolutie’ en christen-marxisten geschreven. Maar na de invasie van Tsjechoslowakije door vijf socialistische broedervolken, op 21 augustus 1968, viel ze uit haar rol. Tot verdriet van meneer Richters. ‘Nu onthult de Volkskrant haar diepste gevoelens van afkeer van het socialisme, die ze tot heden om opportunistische redenen verborgen hield.’

Inderdaad tapte de Volkskrant ongeremd uit het oude anticommunistische vaatje na de bruuske beëindiging van de Praagse Lente – de poging van de communistische partijleider Alexander Dubcek (Doebsek, in de spelling van de Volkskrant) om socialisme en democratie met elkaar te verenigen. ‘Dit is geen herhaling meer van Hongarije 1956. Het is schandelijker. Dit is ook geen herhaling meer van het verraderlijke geweld van nazi-Duitsland. Het is misdadiger. Elk aspect van het Tsjechoslowaakse drama is een onthulling van menselijke onwaardigheid en ontaarding. Trouweloosheid, huichelarij, rechteloosheid en brute macht worden dit land niet aangedaan door vreemde vijanden maar door kameraden van één kamp en van één geloof in Marx en Lenin.’

De verontwaardiging over ‘het toppunt van marxistische corruptie en verdorvenheid’ dat in de volksrepubliek Tsjechoslowakije zou zijn bereikt, gutste uit de kolommen – ook in de niet-opiniërende delen van de krant. Maar een paar dagen na de invasie leek de Volkskrant haar distantie te hebben hervonden, en suggereerde ze dat de Russen niet van kracht maar juist van zwakte hadden blijk gegeven. De manschappen van de invasielegers (uit de Sovjet-Unie, Bulgarije, Hongarije, Polen en de DDR) zouden onthutst hebben gereageerd op het vijandige onthaal dat hun ten deel viel in het land dat zij volgens hun leiders voor de contrarevolutie hadden behoed. ‘Die soldaten komen, als het hen een beetje meezit, na een tijdje weer thuis en vertellen dan achter de hand hoe het werkelijk in Tsjechoslowakije was. Op den langen duur zal dat gaan uitkristalliseren.’

De Tsjechen en Slowaken stonden tenslotte niet alleen in hun onvrede over een systeem waarvan de manco’s steeds moeilijker te maskeren waren. ‘De oorlog is nu 23 jaar voorbij, maar de eeuwigdurende toestand van ‘eerlijke armoede’ begint de Russen langzamerhand op hun zenuwen te werken, en de buitenlanders krijgen dat tegenwoordig te merken. Is het wonder dat de communistische leiders het gevoel hebben dat zij hun greep op de massa verliezen?’ De neergang van het communisme zou echter niet in de Sovjet-Unie beginnen, maar in haar satellietstaten, verwachtte de Volkskrant. Die ontwikkeling wierp haar schaduw ver vooruit: nu al was een stad als Warschau al ‘een verademing van vrolijkheid en levendigheid’ in vergelijking met de doodse metropolen Leningrad en Moskou.

De Volkskrant bracht het betrekkelijk lankmoedige optreden van de Russen in Tsjechoslowakije in verband met het ‘fnuikend demoralisatieproces onder de bezettingstroepen en het thuisfront’. Evengoed zouden de Tsjechen en Slowaken ruim twintig jaar onder de grauwsluier van het ‘reëel bestaand communisme’ verdwijnen.

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over