InterviewJoosje Asser en Jori Hermsen

‘Het drama van de deportaties uit het Apeldoornsche Bosch moet steeds opnieuw worden verteld’

Regisseur Jori Hermsen en Joosje Asser, de dochter van Eli Asser. Beeld Maarten Delobel
Regisseur Jori Hermsen en Joosje Asser, de dochter van Eli Asser.Beeld Maarten Delobel

Het toneelstuk Aan de vooravond, over het oorlogstrauma van schrijver Eli Asser (1922-2019), wordt opnieuw opgevoerd. Ditmaal in Apeldoorn, waar het drama rond de zorginstelling het Apeldoornsche Bosch zich in 1943 afspeelde.

Het is een onvoorstelbaar dilemma: kies je om te vluchten of om bij je patiënten te blijven, terwijl je weet dat je dan zult worden afgevoerd naar een onbekende bestemming, misschien een concentratiekamp?

Je bent pas 19 jaar en je hebt maar één koude, donkere avond in januari om te beslissen. Het overkwam schrijver Eli Asser en zijn vriendin Eefje Croiset, toen zij in 1943 werkzaam waren in het Apeldoornsche Bosch. Deze Joodse psychiatrische instelling was lange tijd een ogenschijnlijk veilige plek in de mooie bossen rond Apeldoorn, maar ook hier hielden de nazi’s uiteindelijk genadeloos huis. In de nacht van 21 op 22 januari namen de Duitse bezetters alle Joodse inwoners – psychiatrische patiënten, kinderen en personeel – mee, om ze naar het vernietigingskamp Auschwitz in Polen te vervoeren en ze daar te vergassen. Eli Asser en Eefje Croiset overleefden de tragedie. Zij kozen ervoor om te vluchten en onder te duiken.

Anno 2021 is de geschiedenis nog zichtbaar in het Apeldoornsche Bosch, dat nog altijd een zorginstelling is, zij het sinds 1952 met een christelijke grondslag en ’s Heeren Loo geheten. Op een zonnige dinsdagmorgen eind augustus lopen en fietsen de bewoners, voornamelijk mensen met een verstandelijke beperking, en hun begeleiders er opgewekt rond. Maar tussen alle oude en nieuwe paviljoens zijn informatiepanelen geplaatst. Op een ervan staat een foto van de jonge Eli Asser en Eefje Croiset. In februari 2020 is een herinneringscentrum geopend aan de rand van het complex. Ook daar worden de verhalen verteld van de Joodse patiënten en verplegers. Circa 150 personeelsleden en 80 patiënten wisten te ontkomen aan de nazi’s. Maar de ruime meerderheid van de bewoners werd vermoord: 1.300 patiënten, onder wie veel kinderen, en 50 verpleegkundigen werden afgevoerd naar Auschwitz.

Pas na zijn 60ste kon Eli Asser, de schrijver van de televisieklassieker ’t Schaep met de 5 pooten, zich ertoe zetten over zijn oorlogstrauma te schrijven en te publiceren. In 2000 verscheen het toneelstuk Aan de vooravond, over het dilemma waar het personeel van het Apeldoornsche Bosch op woensdagavond 20 januari 1943 voor werd geplaatst. Het stuk speelt zich af in de toneelzaal van de instelling, waar een patiënt en personeelsleden herinneringen ophalen aan patiëntenrevue Wij zijn er ook nog!, die er ooit met succes werd opgevoerd. Maar er wordt vooral gediscussieerd over de komst van de nazi’s en wat het personeel moet doen. Aangestuurd door de excentrieke psychiatrische patiënt Aaron, die zit vastgebonden aan zijn bed en zich al heeft neergelegd bij zijn aanstaande dood, maken de personeelsleden allemaal een andere keuze.

Dit jaar is er een nieuwe uitvoering van Aan de vooravond gemaakt, die nu wordt opgevoerd in Theater Orpheus in Apeldoorn en een landelijke tournee zal krijgen. Voor de Volkskrant zijn regisseur Jori Hermsen (37) en Joosje Asser (74), de oudste dochter van Eli Asser en Eefje Croiset, naar het Apeldoornsche Bosch gekomen om over de voorstelling te vertellen. We ontmoeten elkaar in de oude toneelzaal, de plek waar het toneelstuk is gesitueerd. Op enkele aanpassingen na is de zaal hetzelfde als tijdens de oorlog.

Joosje Asser zegt dat ze het ‘bizar’ en ‘verschrikkelijk’ vindt om op deze plek te zijn. ‘Dit is een plek waar je niet onbevangen kunt rondlopen. Er zijn hier zo veel mensen weggehaald. Het is het ergste van het ergste: mensen uit hun bed rukken en ze opstapelen in vrachtwagens.’ Toch is ze vol interesse en bekijkt ze gefascineerd de oude trekkenwand in het toneelhuis. ‘Het is ook fantastisch dat we hier zijn om erover te praten, want deze geschiedenis is veel te lang in de doofpot gestopt.’

Trouwfoto van Eli Asser en Eefje Croiset, 12 september 1945, Amsterdam. Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto
Trouwfoto van Eli Asser en Eefje Croiset, 12 september 1945, Amsterdam.Beeld Hollandse Hoogte / Novum RegioFoto

Aan de vooravond werd in 2000 al opgevoerd. Waarom moest het stuk terugkomen? Regisseur Hermsen: ‘Het was nog nooit opgevoerd in Apeldoorn, terwijl het een van de aangrijpendste gebeurtenissen uit de geschiedenis van de stad is. Directeur Mirjam Barendregt van theater Orpheus vroeg mij of ik het wilde regisseren. Ik las de tekst een paar keer en ontdekte steeds meer lagen. Al die personages staan symbool voor een bepaalde keuze. Het ene personeelslid is vastbesloten om bij de patiënten te blijven, de ander ziet geen andere uitweg dan suïcide. De schoonmaakster Judith en leerling-verpleger Matthieu – de alter ego’s van Eli Asser en Eefje Croiset – besluiten om te vluchten, op aandringen van Judith.’

Hermsen wilde een ‘brug naar het nu’ maken en bewerkte de tekst in overleg met Joosje, die na de dood van haar vader in 2019 samen met haar broer David het oeuvre beheert. Hermsen: ‘Ik heb een kleindochter toegevoegd. Zij kijkt vanuit het nu naar de gebeurtenissen van toen. Ook kreeg de patiëntenrevue een grotere rol en heb ik meer muziek toegevoegd. Als ik een stuk regisseer, heb ik altijd één woord in mijn hoofd. Dat helpt me als ik even niet verder kom. Hier was dat ‘bestaansrecht’. Daardoor heb ik die revue erin gebracht. Die heeft te maken met de gedachte ‘wij zijn er nog’. Dat ze te midden van de vreselijke ellende in het land hier kunst aan het maken waren. Dat vind ik iets heel moois.’

Naast bestaansrecht gaat het stuk over keuzen maken. Eli Asser heeft in zijn latere leven vaak gezegd dat hij schuld en gêne voelde over dat hij is gevlucht en de patiënten aan hun lot overliet. Dochter Joosje vindt dat onterecht: ‘Ik vind het heel erg dat mijn vader zich er schuldig over voelde. Dat is iets wat het wrede naziregime deed: het maakte daders van de slachtoffers. Is het laf om te vluchten? Of is het juist dapper dat je kiest voor het leven en voor elkaar? Ik denk dat het heel dapper is. Dat komt goed tot uiting in het stuk. Het constant schakelen tussen de opties, het afwegen, dat geeft het stuk een grote dramatische kracht.’

Na de oorlog groeide Eli Asser uit tot een van de belangrijkste schrijvers van het Nederlandse amusement. Zijn werk draaide om humor en lichtheid, maar volgens dochter Joosje heeft de tragiek er altijd in gezeten. ‘Er wordt gelachen waar er eigenlijk gehuild wordt. Het is pijn die hij heeft omgezet. Eigenlijk kun je de pijn overal in voelen, ook al maakte hij natuurlijk veel pret. Het was belangrijk voor mijn ouders om uit te dragen dat Hitler ze niet kapot had gekregen. Dat betekende: ‘elke dag moet je pakken als een feestdag’. Zo werd er ook daadwerkelijk bij ons thuis geleefd.’

Asser sprak moeizaam over zijn oorlogservaringen, waarbij hij onder anderen zijn ouders en zijn zusje Rebecca verloor. Joosje kreeg de geschiedenis vooral te horen van haar moeder, die haar in vertrouwen nam. ‘Mijn moeder heeft ook tegen mij gezegd dat ze gebluft heeft op die bewuste avond in 1943. Ze deed het toen voorkomen alsof ze vastbesloten was om te vluchten. Maar tegen mij heeft ze gezegd: ‘Als Eli met die patiënten was meegegaan, was ik ook meegegaan. Want ik durfde niet alleen dat donkere bos in. ’ Ik denk dat dat waar is.’

Nadat Eli Asser in de jaren negentig een hartinfarct had gekregen, schreef hij een reeks stukken die direct of indirect met de gebeurtenissen in het Apeldoornsche Bosch te maken hebben. Regisseur Hermsen: ‘Eli was in een fase van zijn leven waarin hij dieper kon gaan in zijn werk, voorbij de komedie.’ Joosje: ‘Door de confrontatie met de eindigheid van het leven dacht hij: als ik het nu niet doe... Wij kinderen hebben hem daarin gesteund. Mijn moeder had het er moeilijk mee, want zij zag dat Eli terug moest in de pijn. En dat gold voor haar net zo goed.’

Zowel Joosje Asser als Jori Hermsen ziet het belang van Aan de vooravond voor nieuwe generaties. Hermsen: ‘Dit soort verhalen moet je blijven vertellen, zodat het nooit meer kan gebeuren.’ De nieuwe versie van Aan de vooravond stond wegens corona lange tijd in de wacht, en kon pas op 10 juli in première gaan. Toen kon regisseur Hermsen pas ervaren wat het stuk teweegbrengt: ‘Een man uit Apeldoorn had zijn hele familie meegenomen. Een van zijn ouders was gevlucht uit het Apeldoornsche Bosch, maar daar had hij nog nooit over verteld. Zijn familie wist niets van de details en de keuzen. Het was onder het tapijt geschoven.’

Aan de vooravond eindigt op de avond van 20 januari 1943, op het moment dat Matthieu en Judith besluiten om te vluchten. Jori Hermsen en Joosje Asser denken al over nieuwe projecten, waarin ze meer context geven en ook kunnen vertellen wat er daarna gebeurde. Hoe Eefje en Eli in het donker en de kou een sloot overstaken en op zoek moesten naar een onderduikadres. Joosje Asser: ‘Maar het verhaal van Aan de vooravond zal altijd de kern blijven.’

Aan de vooravond, van 8/9 t/m 12/9 in Theater Orpheus, Apeldoorn.

Het Herinneringscentrum Apeldoornsche Bosch is te bezoeken op afspraak. apeldoornschebosch.nl

De nalatenschap van Eli Asser

Eli Asser (1922-2019) werd beroemd als komedieschrijver, en schreef talloze teksten voor radio-en tv-programma’s en columns. Hij creëerde ’t Schaep met de 5 pooten (1969-1970), de comedyserie die hits voortbracht als Als je mekaar niet meer vertrouwen kan en Het zal je kind maar wezen. Asser en zijn vrouw Eefje Croiset kregen drie kinderen: Joosje, David en Hella. Joosje danste bij het Nationale Ballet en werd choreograaf. David is advocaat, acteur en regisseur en woont in de Verenigde Staten. Hella is beeldend kunstenaar en schrijver. Dit jaar stelden Joosje en David een nieuw boek samen met teksten van hun vader, Ontsnapt uit het Apeldoornsche Bosch. Het boek wordt 12 september gepresenteerd.

Meer over