Het dode varken is overal goed voor

Slecht nieuws voor vegetariërs. Ook kauwgum, drop en ander snoepgoed is verboden eetwaar. Zelfs tandpasta kan eigenlijk niet. En wie helemaal recht in de vegetarische leer is, moet zelfs op zoek gaan naar een alternatief voor de alledaagse haarconditioner, wasverzachter en bodylotion....

Ontwerpster Christien Meindertsma is nagegaan wat er na de slacht precies met een varken gebeurt. Ze ontdekte dat er naast gehaktbal, karbonade en frikadel nog 187 andere producten zijn waarvoor het varken wordt gebruikt. Via het slachthuis belandde ze onder anderen in apotheken, tattooshops, de operatiekamer, het munitiedepot en de slijterij. Een groot aantal van deze 187 producten staan uitgestald op de tentoonstelling PIG 05049 in de Kunsthal in Rotterdam.

Ook in eerdere ontwerpen stelde Meindertsma de kloof die gaapt tussen de natuur en onze consumptiemaatschappij aan de kaak. Zo breide ze truien waarvoor precies de wol van één schaap werd gebruikt. De koper kreeg bij de trui en paspoort van het schaap, met daarin vermeld naam, plaats, ras en leeftijd van het schaap, inclusief pasfoto. Een trui roept toch een andere gevoel op als je precies weet van welk schaap de wol afkomstig is.

Deze gedachtengang heeft ze met PIG 05049 – het varken is gereduceerd tot een nummer, er staat nog net geen barcode bij – nog verder doorgevoerd. Ze heeft het varken ontleed tot zeven categorieën; vlees, huid, beenderen, organen, bloed, vet en overig. Vervolgens is ze nagegaan waar de lichaamsdelen voor worden gebruikt. Met bizar, af en toe zelfs lachwekkend resultaat.

Zo wordt collageen, dat afkomstig is uit de huid, gebruikt voor zowel bier als aspirine – hetzelfde varken dat je koppijn geeft na drankgelach, verlost je daar de volgende dag ook weer van. Ook tot nadenken stemt de combinatie kogels en schoonheidsinjecties in het gelaat, waarin eveneens collageen is verwerkt.

Bij het zien van al dit soort uiteenlopende producten – zeep, antivries en verf (vet), scheerkwast en insuline (overig), sigarettenfilter (bloed) en tamboerijn (orgaan) – bekruipt je het beklemmende gevoel dat in onze consumptiemaatschappij het varken geen dier meer is, maar een leverancier van industriële grondstoffen. Zelfs het boek PIG 05049, dat tegelijk met de tentoonstelling verschijnt, is deels gemaakt van varkensresten; van de beenderen wordt lijm gemaakt voor de kaft.

Wat bijdraagt aan het gevoel van vervreemding is de presentatie van deze producten in de klassieke verpakking van plastic bakje met folie, uitgestald in een zoemende koelopslag. De procentuele opbrengst van de zeven categorieën wordt weergegeven met een diagram dat associaties oproept met de staalproductie in de Sovjet-Unie.

Het enige varken dat op de tentoonstelling is te zien, staat op de muur in de vorm van contouren waarin de cijfers van 1 tot 187 staan, zodat je precies kunt van welk deel van het varken elk product is gemaakt.

Het varken is dus alomtegenwoordig in het alledaagse leven. Niettemin wordt hij in grote delen van wereld beschouwd als onrein, en heeft daar dientengevolge een status die bungelt ergens tussen de rat en kakkerlak. De rest van de wereld ziet hem slechts als leverancier van grondstoffen voor voedsel en 187 andere producten. Misschien verdient het varken wel iets meer respect dan hij nu krijgt (zwijn is zelfs een veelgebruikt scheldwoord). Toch iets om over na te denken bij het lezen van dit krantenartikel, dat is gedrukt met inkt waarin – jawel – varkenresten zijn verwerkt.

Meer over