TaalgebruikWoord van de Week

Het dialectwoord van de week: dokkeren

Dialect, jeukend jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Zoals dit dialectwoord: dokkeren.

Corto Blommaert

‘Sportverdwazing’ stond er in koeienletters op mijn scherm toen ik de Van Dale-site opende. Ik begon opeens sterk te twijfelen aan de willekeurigheid van dit woord van de dag. Kijken en luisteren ze bij het taalinstituut stiekem mee? Als ze dit al weten, wat weten ze nog meer?

Dat zit zo: in al mijn gesprekken vallen woorden over wielrennen. Ik kan er echt niets aan doen. Mijn therapeut is ten einde raad.

Nu gaat mijn fascinatie voor het snelfietsen verder dan louter de sportieve prestaties – en dat is mijn redding. Is het Nederlands een log leger dat strijdt tegen buitenlandse grootmachten, dan is wielertaal de cavalerie die vanuit het bosje op de heuvels toeslaat. Briesende woorden die ook in pr-praat opduiken, toch een van de tekenen dat een taal of dialect nog levensvatbaar is. Toegegeven, we hebben het hier over vernederlandst Frans of Italiaans, maar in ieder geval trekken we onder één vlag ten strijde tegen het Engels!

Totdat Sky (inmiddels Ineos) enkele jaren geleden vooraan het peloton verscheen. Nu mag een performance trainer bij de Avondetappe praten over marginal gains met een foodcoach app. Nee, dan wordt het Nederlands toch beter gesoigneerd in Vlaanderen. Ritmeester Michel Wuyts lijdt nog liever iedere dag bandbreuk dan dat hij een kader ‘frame’ noemt.

Al snel merk je dat de wielersport in wortels van de zuidelijke dialecten zit. Een mooi voorbeeld is dokkeren, over kasseien rijden. Toon Anthoni van wielerclub Inglorious Bikers tipte me het woord dat zijn oorsprong vindt als onomatopee voor wagenwielen die over stenen ratelen.

Dus al interesseren die fietsers u niets: kijk er dan naar voor de taal, want niets is te dwaas voor woorden.

Meer over