Boekrecensie

Het dagboek van Roger Martin du Gard doet verlangen naar meer van deze geweldige schrijver ★★★★★

De Franse schrijver Roger Martin du Gard behoort tot de grootsten van de Europese literatuur, blijkt eens te meer uit deze voorbeeldig vertaalde selectie uit zijn dagboeken.

Peter Swanborn
null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

Op 20 april 1951 schrijft de Franse Nobelprijswinnaar Roger Martin du Gard (1881-1958) aan zijn Engelse vertaalster: ‘De meeste dagboeken zijn uitingen van onvrede. Het enige dagboek dat bewaard zou moeten blijven, wordt niet geschreven: het dagboek van de gelukkige dagen…’

Zijn dertig jaar omspannende dagboek, waarvan nu een selectie is vertaald met als titel Kijken door een sleutelgat, staat inderdaad vol met vertwijfeling en onzekerheid. Toch zijn er ook gelukkige dagen te vinden, of in elk geval gelukkige momenten. Vooral als de schrijver alleen is met zijn boeken en schriften: ‘Werken van half tien tot twaalf, van half vier tot zeven, en van acht tot tien. Ik ga naar bed, en lees Tolstoj voor ik in slaap val. Intens gelukkig.’

Martin du Gard is bij ons nog altijd een weinig bekende figuur, anders dan zijn voorganger Marcel Proust en zijn tijdgenoot André Gide. Onterecht, want dankzij de achtdelige romancyclus De Thibaults en de onvoltooid gebleven roman-in-dagboekvorm Luitenant-kolonel de Maumort weten we dat Martin du Gard tot de allergrootsten van de Europese literatuur gerekend mag worden. Gelukkig heeft Anneke Alderlieste zich opgeworpen als de ideale pleitbezorger voor zijn oeuvre. Ook dit dagboek, dat aangevuld is met tientallen brieven en herinneringen, heeft zij in voorbeeldig Nederlands vertaald.

Het dagboek beslaat de jaren 1919-1949 en vindt zijn oorsprong in de notitieboekjes ‘bevuild met wagensmeer en modder’ die Martin du Gard tijdens de Eerste Wereldoorlog vol schreef. Na de oorlog besluit hij verder te gaan met een ‘vredesdagboek’ dat hem moet helpen bij het schrijven van zijn romans en toneelstukken.

Nobelprijs

Martin du Gard was van goede komaf en kon het zich veroorloven om zijn hele leven aan de literatuur te wijden. Zodra hij een plan voor een nieuw boek had opgevat, huurde hij een landhuis ver van Parijs en sloot hij zichzelf jarenlang op om niets anders te doen dan lezen en schrijven. Zo volgen we stap voor stap het ontstaan van Les Thibaults, de romancyclus waarvoor Martin du Gard in 1937 de Nobelprijs kreeg, terwijl de epiloog op dat moment nog moest verschijnen.

Roger Martin du Gard  Beeld Getty
Roger Martin du GardBeeld Getty

Sinds hij als 17-jarige scholier Oorlog en vrede te lezen kreeg, was Tolstoj zijn grote voorbeeld. Deze overrompelende leeservaring bracht hem op het idee voor de roman van de lange adem en het overtuigde hem van de noodzaak om ‘in de diepte te kijken’. Dat is dan ook wat Martin du Gard doet in zijn romans én in dit dagboek. Hij laat het peillood zakken in de diepte van de menselijke psyche en zonder ook maar iets te veroordelen probeert hij zo accuraat mogelijk onder woorden te brengen wat hij in de krochten van de menselijke ziel aantreft. Daarbij spaart hij zichzelf niet. Zijn twijfels en zijn aangeboren neiging om zich als een kluizenaar uit de wereld terug te trekken, komen ruimschoots aan bod. Zelfs als het nieuws van de Nobelprijs hem bereikt, vlucht hij Parijs uit.

De selectie die de vertaalster uit het 3.500 pagina’s tellende Journal heeft gemaakt, levert een fascinerend beeld op van een schrijver die het liefst alleen is, maar die tegelijk een groot talent heeft voor vriendschap. Soms mocht er iemand op bezoek komen, maar meestal werd er uitvoerig en zorgvuldig gecorrespondeerd. De brieven die Martin du Gard kort na de Tweede Wereldoorlog aan André Gide stuurde én de brieven die hij retour kreeg, zijn van een ontroerende intimiteit.

Niet opgenomen zijn de brieven die het echtpaar Martin du Gard uitwisselde. Ondanks alle strubbelingen hield hun huwelijk 43 jaar stand, tot aan de dood van Hélène. In haar inleiding schrijft Anneke Alderlieste dat ze deze brieven eerder materiaal voor een biografie vindt. Dat kan zijn, maar dan krijgen we waarschijnlijk alleen citaten te lezen, terwijl Martin du Gard de correspondentie niet voor niets in zijn Journal heeft opgenomen, inclusief de brieven van zijn vrouw, die hij als ‘relevante rectificaties’ beschouwde. Stof genoeg voor een vervolgdeel in de onvolprezen Privédomeinreeks, waarin ook dit deel is verschenen.

Ontwikkeling van een schrijver

In januari 1918 schrijft Martin du Gard aan zijn neef Pierre Margaritis: ‘Het geheim van mijn leven, de drijfveer van al mijn inspanningen, de bron van al mijn sterke emoties, al mijn uitingen, het wezenlijke vuur van mijn kunstenaarsroeping (behoefte om te ‘overleven’) – is de angst voor de dood. Het gevecht tegen de vergetelheid, tegen het stof, tegen de Tijd. Onthoud dat. Je hebt ‘de sleutel’ van Roger Martin du Gard…’

Bijna veertig jaar later, aan het eind van zijn dagboek, herleest Martin du Gard zijn eigen brief, waarna hij in zijn dagboek schrijft: ‘De aantekening uit 1918 zou juist zijn als ik het woord angst verving door obsessie, voortdurende preoccupatie of zelfs idee-fixe.’

Het zijn dit soort nuanceringen die laten zien hoe een schrijver zich ontwikkelt, in zijn denken, in zijn kijken naar de werkelijkheid, in zijn verlangen om ‘aan de complexe, niet te analyseren kern van de dingen te raken’. Het kan altijd preciezer, de aandacht kan altijd scherper. De passages over de kunst van het observeren en het belang van toewijding zou iedere schrijver, beginnend of gevorderd, ter harte moeten nemen.

null Beeld De Arbeiderspers
Beeld De Arbeiderspers

Roger Martin du Gard: Kijken door een sleutelgat – Dagboeken en herinneringen. Uit het Frans vertaald door Anneke Alderlieste. De Arbeiderspers; 502 pagina’s; € 29,99.

Meer over