Het begon met The Beatles en Beethoven

JOE JACKSON, verbannen naar hoekjes van pop-encyclopedieën, verguisd als eclecticus en dus mislukt als pure rock-'n'-roller, gehoond om zijn diploma van de Royal Academy of Music (hoofdvak percussie), door de critici steevast in de schaduw gezet van zijn tijdgenoot Elvis Costello, is en blijft een van de meest apart klinkende...

Lutgard Mutsaers

Is She Really Going Out With Him?, de song waarmee Jackson het meest geïdentificeerd wordt in een groot oeuvre van prachtsongs, staat inmiddels op het repertoire van gerenommeerde zanggezelschappen dankzij Jacksons eigen a capella remake. Van Fools in Love tot Breaking Us in Two behandelde Jackson vervolgens alle aspecten van leven met en zonder liefde. Zijn sterke songs blijven ontroeren, iedere keer opnieuw, omdat hun substantie de tand des tijds doorstaat.

In A Cure for Gravity, zijn eerste boek, en überhaupt het eerste boek over Joe Jackson, beschrijft hij zijn leven tot het moment dat hij met Look Sharp! van wat hij noemt 'the small time' naar 'the big time' gecatapulteerd werd. Vervolgens doet hij in slechts enkele regels af wat daarna kwam: hitparadesuccessen, kortstondige erkenning als muzikaal vernieuwer, wereldtournee na wereldtournee, muziek voor film en orkestpodium, een artistieke blokkade in 1992, en het langzaam opkrabbelen uit een zware depressie.

Deze was zo ingrijpend dat hij lange tijd geen muziek kon horen en zichzelf weer heeft moeten leren luisteren. Daarbij merkte hij dat hij als veertiger weer was aanbeland bij de muziek die hij in zijn vroege jeugd zelf op het spoor was gekomen: Beethoven, Sibelius, Sjostakovitsch en jazz.

A Cure for Gravity is meer dan een autobiografie. Jacksons ideeën over muziek als alternatief voor geluk via godsgeloof, over de status van verschillende muziekgenres in de maatschappij, over de toegankelijkheid en ontoegankelijkheid van verschillende muziek en de arrogantie van de zogenaamd serieuze compositiestudenten aan de Royal Academy of welke Academy dan ook, zijn onderhoudend, met veel gevoel en inzicht opgeschreven en nergens opdringerig. Zijn toon is mild maar vastberaden, alsof hij wil zeggen dat hij zijn eigen mening niet meer inruilt voor een andere.

David (zijn oorspronkelijke naam) Jackson (1954) groeit op in een muzikaal achterlijke omgeving in de Zuid-Engelse havenstad Portsmouth, maar wordt niettemin al heel jong gegrepen door muziek. Hij pikt zoals iedereen de Beatles-golf op en heeft helemaal voor zichzelf een stapeltje oude 78-toerenplaten die hij ergens bij het grofvuil heeft gevonden. Er staat klassieke muziek op. Hij mag op school op vioolles. Zijn fascinatie maakt van hem een pispaaltje. Naarmate hij ouder wordt neemt het pesten alleen maar toe. Regelmatig wordt het watje afgerost. Vrienden zijn nergens te krijgen. De muziek geeft geestelijke steun in nood en uiteindelijk levert zijn muzikaliteit hem aandacht van leeftijdgenoten op.

De tiener uit het straatarme milieu krijgt een beurs voor het walhalla van de klassieke muziekinstructie, de Royal Academy of Music in Londen. Annie Lennox (Euryhtmics) loopt ook op die school rond. Vreemd genoeg vinden ze elkaar niet.

Jackson beperkt zijn aanwezigheid op de academie tot enkele colleges per week, want zijn professionele werk als entertainmentmuzikant slokt hem meer en meer op. Het idee dat hij met eigen songs wil doorbreken in de popmuziekwereld - in die tijd in Engeland uiterst vibrerend dankzij pubrock, punk en new wave - maakt van hem de gedreven muzikant die zich met Look Sharp! in één klap profileerde.

Aanvankelijk zingt hij niet. Maar van zijn eigen werk kan niemand anders de zanger worden. Hij ontdekt zijn eigen stem, schrikt ervan, is bang, maar zet door. Een uniek stemgeluid is het resultaat.

Dit is geen boek voor Jackson-fans in de sensatiezuchtige betekenis van het woord, zoals het weglaten van zijn hele succesperiode al suggereert. Hier geen glamoureuze relatieverhalen en verheerlijking van seks waardoor popbiografieën berucht zijn, maar slechts een paar melancholieke en soms hilarische bespiegelingen van een man die zich afvraagt waar iemand als hijzelf in godsnaam de kennis en ervaring vandaan moest halen als niemand hem ooit iets vertelde? Muziek was voor de broodmagere, vroeg kale, lange pierlala een toevluchtsoord. Een instinctieve no-bullshitter noemt hij zichzelf. Maar ook een die op weg naar The Big Time het rechte pad af en toe heeft verlaten.

De voorbeelden van concessies aan muziekindustriële sujetten zijn echter zo weinig schokkend dat Jacksons geweten veel groter moet zijn dan dat van de gemiddelde geslaagde popcomponist. Hij zag er ook zo uit, met dat ernstige smoel, zijn woorden wegend terwijl hij zong. Hij moest en moet nog altijd niets hebben van het promotionele karakter van de media waarin popmuziek een hoofdrol speelt. Hij was de enige popster die op de toppen van zijn roem geweigerd heeft videoclips te maken. Dat standpunt is hij altijd trouw gebleven. Er bestaan alleen beeldregistraties van enkele van zijn concerten.

Joe Jackson is daarom nog geen brave Hendrik of dief van zijn eigen portemonnee. De man staat ergens voor, en torent met die principes uit boven het gros van zijn tijd- en stielgenoten.

Bewonderaars en liefhebbers van Joe Jacksons muziek zullen A Cure for Gravity een prachtboek vinden. Dit is de eerste kans om buiten de muziek diep in Jacksons ziel te kijken en iets substantieels te lezen over zijn muzikale (zelf)opvoeding. Onverschilligen zullen er op zijn best een half geslaagd product in zien, aardig geschreven, met enkele onbetaalbare momenten van zelfspot, maar met weinig spectaculaire aandachtsgebieden.

De componist en songwriter Joe Jackson is twintig jaar na zijn verbluffende debuut en ondanks zijn veelzijdigheid al verdwenen uit de meeste naslagwerken. Dit hoogstpersoonlijke naslagwerk is een welkome pleister op die pijnlijke wond.

Meer over