Het begin van het Britse imperium

MET IMMER vaardige pen tekent Alison Weir het tumultueuze Engeland tussen 1470 en 1600. Zij schreef over het laatste deel van de Rozenoorlogen, over Richard III en de prinsjes in de Tower, over Hendrik VIII, diens vele vrouwen en drie kinderen....

Ze regeerde 45 jaar, voor die tijd uitzonderlijk lang. Weir verzucht dat ze - bij handhaving van de chronologie - vier boeken ineen heeft moet schuiven. Over Leicester, Mary Stuart, Filips II en Essex, de vier grote drama's in Elizabeth's leven als koningin.

Het blijven in dit boek vooral persoonlijke drama's. Weir wilde geen politieke of sociale geschiedenis schrijven, maar een biografie van de renaissancevorstin als persoon. Toch zijn de acht pagina's aan het begin, waarin de levensomstandigheden in het Engeland vanaf 1558 worden beschreven, de beste van het boek. Daarna beginnen eindeloze hoftroebelen, maar die hangen toch wat in de lucht. De lezer krijgt te weinig achtergrond, bijvoorbeeld over de nieuwe theologie van Elizabeth's 'eigen' anglicaanse kerk, over de Ierse oorlogen en over het wankele begin van het Britse imperium.

Weir schrijft voor de markt en populariseert en dramatiseert enigszins, zij het verantwoord. Maar bij een 'grote figuur', die een lange en belangrijke periode overspant, kan dit procédé nadelen hebben. Het historische wordt soms té persoonlijk. In die zin is Elizabeth the Queen een wat minder geslaagd werk. Maar nog altijd zeer leesbaar en bij vlagen opwindend. Weir is groot in haar genre.

De twee tophovelingen van Bess, Leicester en Essex, worden fraai getekend in hun grootheidswaan, die zich zo moeilijk laat verzoenen met de absolute onderdanigheid die een monarch vereist, maar een vrouw in die tijd eigenlijk niet. De hovelingen zijn haantjes die willen pronken en tegelijkertijd in het stof kruipen, vooral als de vorstin een van haar gevreesde driftbuien krijgt. Essex, ook een populaire held dankzij dubieuze oorlogspropaganda, houdt dat tegenover de veel oudere Elizabeth niet vol. Als zijn monopolie op de import van wijn wordt afgepakt, begint hij een waanwijze opstand in 1601 en dat blijkt de kortste weg naar het schavot.

Elizabeth liet eerder Mary Stuart van Schotland onthoofden. Mary's grote drama's, hoe bekend ook, vormen niet het slechtste deel van het boek. Mary liet zich telkens gebruiken voor samenzweringen en bleef als Engels troonpretendent symbool voor een steeds weer gedroomde katholieke opstand. Als zodanig moest ze weg, zoals de Romanovs na de Russische revolutie annex burgeroorlog.

De auteur maakt steeds weer duidelijk dat Elizabeth minder bloeddorstig was dan haar vader en het schavot veel minder als politiek-religieus dwangmiddel gebruikte dan haar fanate halfzuster ('bloody') Mary Tudor. Elizabeth I streefde naar godsdienstige verzoening en tolerantie. Ze beschermde de anglicaanse kerk, maar ook de kunst (de katholieke hofcomponist William Byrd) en het theater (ook Shakespeare) tegen de puriteinse protestanten. Mede daardoor heeft ze de Engelse Renaissance van eind zestiende eeuw ingeluid.

De tragiek van haar regering was dat de religieuze polarisatie van die tijd haar en haar land werd opgedrongen. Pausen riepen op tot heilige oorlogen, die Filips II met twee armada's en veel pech wist te verliezen. Katholieke groepjes in Engeland verzonnen complotten. Maar de meeste katholieken bleven trouw aan het anglicaanse bewind en intern was Engeland vrediger dan in de meeste perioden voor en na Elizabeth. Weir zet haar met enig nationalistisch pathos neer als een groot vorstin, zonder veel letters aan de bewijsvoering te spenderen. Zo blijft het boek te veel steken in kleine intriges.

Die waren er eindeloos en Elizabeth zwolg erin. 'Flirtation was her lifeblood', schrijft Weir. En ontdekkingsreiziger en hoveling Sir Walter Raleigh zei van Bess' hof dat het 'gloeit en glimt als rottend hout'. Het was overigens een curieus middeleeuws hof met narren, toernooien en hoofse liefde. Wie een geslaagd hoveling wilde zijn, moest als vurig aanbidder van de vorstin paraderen, ook nog toen ze wegens ouderdom bezweek onder haar zware staatsiemantel (en nog net werd opgevangen).

De grote favorieten, eerst de eeuwige huwelijkskandidaat Leicester, later Essex, waren in feite leiders van facties. Daarbij speelden ijdelheid en machtsbegeerte een rol - zij bewaakten de toegang tot de vorstin - maar ook jaloezie op concurrenten. Met name vader en zoon Cecil, de nuchtere, echte bestuurders van Engeland, vormden een tegenpartij tegen de romantische (vermoedelijk platonische) 'minnaars' van Bess.

De hovelingen in ballonbroeken lazen ongetwijfeld Machiavelli, hoewel dat verboden was. De factiestrijd bloeide telkens op. Tot vreugde van de vorstin, die genoot van intrige en van verdeel-en-heers. Dit was ook haar stijl in de Europese politiek, waarbij ze zo'n 25 jaar politiek en pseudo-amoureus 'speelde' met allerhande huwelijkskandidaten. Zij genoot daar kennelijk meer van dan Alison Weirs lezers zullen doen, want dit eindeloos en vruchteloos gedoe had duchtig besnoeid kunnen worden.

Elizabeth I was vaak treuzelend en halfslachtig. Tegenover de Hollandse protestanten - immers opstandelingen tegen een gezalfde monarch - stond ze zeer ambivalent. Haar voornaamste impuls om hen toch maar te helpen was de directe dreiging voor Engeland die van een sterke macht rond Brussel uitging, eerst van Alva en later van Parma. Om die reden schonk de zuinige Elizabeth steeds geld aan de Hollandse opstand.

Na de moord op Oranje (1584) stuurde zij de oude en ziekelijke Leicester met veel troepen, die overigens weinig meer presteerden dan het veroveren van Zutphen. Maar Leicester mocht geen hoge functies aanvaarden in Holland en deed dat toch, aanleiding voor de volgende stormachtige ruzie. Daarna hadden Bess en Leicester alle kracht en aandacht nodig voor de beslissende directe oorlog tegen Spanje. Die overwinning heeft haar naam als Engels vorstin gevestigd ('Gloriana').

In feite heeft de Spaanse maritieme dreiging het gewonnen van haar zuinigheid. Ze ging bijna failliet, maar wel werd zo de basis gelegd van de Britse ontplooiing op zee en van een wereldrijk dat drie eeuwen zou domineren. Engeland was aan het einde van Elizabeth's regering (1603) veel meer een wereldmacht dan aan het begin (1558), resultaat van veel stabieler en verstandiger bestuur dan bijvoorbeeld Spanje en Frankrijk kenden. Dankzij Bess, maar evenzeer het minder ijdele deel van haar hovelingen (de Cecils).

Jan Joost Lindner

Alison Weir: Elizabeth the Queen.

Jonathan Cape, import Nilsson & Lamm; 532 pagina's; * 75,60.

ISBN 0 224 04414 1.

Meer over