SerierecensieVliegende Hollanders

Het acteerwerk in Vliegende Hollanders is superieur ★★★★☆

Wie had gedacht dat een Europese wedloop op het gebied van internationale luchtpostbezorging zo meeslepend kon zijn?

Fedja van Huêt als Anthony Fokker (links) en Daan Schuurmans als Albert Plesman in Vliegende Hollanders.Beeld Avrotros

Ze hebben dezelfde droom, Anthony Fokker en Albert Plesman: de burgerluchtvaart. Dat woord wordt in de serie Vliegende Hollanders met eerbied uitgesproken – het is toekomstmuziek, een utopie. Maar deze twee bezeten, monomane pioniers, in koppigheid elkaars gelijke, geloven dat het kan. Hoe ze die droom willen realiseren, daarin verschillen ze nogal, de frivole vliegtuigbouwer en de steile oprichter van KLM.

Fokker (1890-1939), de charmante charlatan, kijkt niet op een schimmige deal of een leugen meer of minder. De moreel rechtlijnige Plesman (1889-1953) is een man van de rede, zolang hij zijn geduld niet verliest, wat nogal eens voorkomt. Helaas (of niet?) zullen ze voortdurend met elkaar in contact – en in conflict – blijven komen; door hun gedeelde passie en gezamenlijke belang zijn ze een leven lang tot elkaar veroordeeld.

Vliegende Hollanders vertelt de geschiedenis van de oprichting van de KLM, in de jaren tussen 1919 en 1939, en doet dat aan de hand van deze twee botsende karakters. Een Robespierre en Danton zijn het: een even revolutionair als onmogelijk duo. We volgen hun persoonlijke zoektocht en worsteling, tegen een geloofwaardig, minutieus geschetst historisch decor. En ondertussen geeft het contrast tussen de twee, en hun onderlinge competitie, het drama diepgang en vaart. 

Het is een gouden greep van de scenaristen, die überhaupt sterk werk leveren. De serie zit uitstekend in elkaar, is sfeervol, aangrijpend, ontroerend en bovenal verrassend spannend. Wie had gedacht dat een Europese wedloop op het gebied van internationale luchtpostbezorging zo meeslepend kon zijn? Dat komt doordat de schrijvers het relaas van de opkomende industrie in de vorm gieten van een race: elke stap (een sneller, groter, ruimer vliegtuig, een vliegtuig met post, nee, met passagiers!) wordt gepresenteerd als een cruciale overwinning op de internationale concurrentie, vaak onder grote tijdsdruk en met het nodige kunst- en vliegwerk behaald. Dat geeft een op papier tamelijk droog, historisch verhaal de opwindende charme van een jongensboek. Met als zenuwslopend hoogtepunt in aflevering 6 de Londen-Melbourne-race met de Uiver in 1934. Onvoorstelbaar, en waargebeurd. Zoek maar even op.

Dit jongensboek wordt bevolkt door sterke vrouwen, bovendien. In het creëren van de vrouwenrollen tonen de makers zich haast overdreven bewust van een eeuw vrouwenemancipatie tussen toen en nu. Suze Plesman is de onwrikbare steunpilaar naast Albert, en degene die op zakelijk moeilijke momenten met de cruciale oplossingen komt – een intelligente vrouw die zichtbaar lijdt onder haar, dan nog, wettelijk inferieure positie. Dan is er Neeltje, Alberts secretaresse bij de KLM, die haar kans op een huwelijk opgeeft om te kunnen blijven werken. En casanova Fokker treft in zijn tragische liefdesleven een hele reeks uitgesproken felle vrouwen. Deze welkome hedendaagse revisie maakt dat je de makers het soms lachwekkend anachronistische taalgebruik (‘Ik ben oké!’) of een incidenteel wat stroeve dialoog ruimschoots vergeeft.

Dat is ook te danken aan het superieure acteerwerk. Over de gehele linie is dat uitstekend, maar speciale vermelding verdienen wel de vertolkers van de twee hoofdfiguren: Bram Suijker en Fedja van Huêt als de jonge en oudere Fokker, en Steef de Bot en Daan Schuurmans beiden in de rol van Plesman. Die casting is razend slim, en de acteurs hebben ook goed naar elkaar gekeken, waardoor de verdrietige trek om de mond van Van Huêt zich in het gezicht van Suijker al voorzichtig aftekent. Schitterend is die transitie van jeugdige branie naar versleten charme. Steef de Bot imiteert op zijn beurt perfect het knauwende, bruuske stemgebruik van Schuurmans. De jonge Plesman is fel en gedreven, de oude verbitterd en gehard, en dat is volkomen geloofwaardig. Als halverwege de serie de acteurs worden gewisseld, is dat een naadloze overgang.

Vliegende Hollanders ziet er daarnaast adembenemend uit, met spectaculair camerawerk, veel gevoel voor historische details (kleding, straatbeeld, interieurs) en sfeervol, stemmig kleurgebruik. Slim gebruik van archiefbeelden versterkt het gevoel van authenticiteit, terwijl de meeste vliegtuigen, en diverse belangrijke locaties, zoals het oude Schiphol en de Fokkerfabriek, grotendeels uit de computer werden getoverd. In Boedapest verrees het New York van de jaren twintig.

Deze optelsom, plus het royale productiebudget van bijna 8 miljoen euro, resulteert in goed doortimmerd, overtuigend kwaliteitsdrama van haast on-Nederlandse allure. Met een beetje gevoel voor verbeelding zou je Vliegende Hollanders de Nederlandse The Crown kunnen noemen.

De series kennen zelfs dezelfde valkuil: een al te romantische weergave van een controversieel en inmiddels mogelijk achterhaald instituut. Voor Albert Plesman was vliegen ooit een pacifistisch en democratisch ideaal. Dat is mooi om te zien. Maar het maakt het contrast met de hedendaagse, commerciële en tamelijk immorele luchtvaartindustrie des te schrijnender.

Vliegende Hollanders

Drama 

★★★★☆

Regie: Joram Lürsen. 

Met Fedja van Huêt, Daan Schuurmans, Anniek Pheifer e.a.

Acht afleveringen, zondag op NPO 1 of in zijn geheel op NPO Start.

Acteur Bram Suijker (31) is komisch, een tikkeltje gevaarlijk en vreselijk goed
Suijker speelt de jonge vliegtuigbouwer Anthony Fokker in Vliegende Hollanders, de nieuwe NPO-serie op zondagavond.

Meer over