Het accent van inspecteur Clouseau

Een vermoeid Victoriaans hotel fungeert als metafoor voor de Britse natie, in Monica Ali’s roman In the Kitchen. Er werken illegalen en in de kelder wordt een dode gevonden....

In 2003 debuteerde Monica Ali (1967) met Brick Lane, dat lovend werd ontvangen, prima verkoopresultaten boekte en haar een shortlistnotering voor de Man Booker Prize opleverde. In de roman beschreef Ali, die in Oxford PPE (Philosophy, Politics & Economics) studeerde, het bestaan van een Bengalees immigrantengezin in de Oost-Londense wijk Tower Hamlets, een thema dat haar als kind van een uit Bangladesh afkomstige vader een Engelse moeder vertrouwd was.

De ironie waarmee Ali ter werk ging, werd haar in Bengaalse kringen niet door iedereen in dank afgenomen. Naast de vrees nooit meer uit het hokje van ‘allochtone schrijfster’ te komen, zullen deze protesten er toe hebben bijgedragen dat Ali in haar tweede roman, Alentejo Blue, voor een geheel andere benadering koos. Ditmaal was Portugal de locatie en vertelde ze het polyfone verhaal van negen verschillende personages.

Met In the Kitchen, in Nederlandse vertaling verschenen als In de keuken, keert Monica Ali terug naar Londen. Haar hoofdpersoon is Gabriel Lightfoot – meestal Gabe genoemd – de 42-jarige chef-kok van het Imperial Hotel in de deftige wijk Mayfair. Ooit was het Imperial zeer gereputeerd en had het gasten als Charlie Chaplin en Noël Coward. Na een grote reeks overnames is de identiteit van het hotel wat onduidelijk geworden.

Maar Gabe kijkt verder dan het vermoeide Victoriaanse hotel, waar hij leiding geeft aan een internationaal gezelschap van koks, keukenhulpen en sloofjes. Hij heeft vergevorderde plannen zijn eigen restaurant te beginnen. Er zijn meer veranderingen in zijn persoonlijke leven op til. Zijn vader, een fabrieksarbeider uit Lancashire, ligt op sterven. En zijn vriendin Charlie, die als jazz-zangeres in nachtclubs werkt, moest hij nu toch eindelijk maar eens ten huwelijk vragen.

De roman opent als één van Gabe’s keukenhulpen, de illegale Oekraïner Yuri, dood wordt aangetroffen in de kelder van het hotel, waar hij stiekem woonde. Het is het beginsignaal van een reeks verwikkelingen die Gabe’s wereld radicaal zullen veranderen. Hij krijgt een merkwaardige band met Yuri’s voormalige vriendin Lena, ook werkzaam in de keuken, die meer over de achtergronden van de moord lijkt te weten. Gefascineerd als hij is door haar broodmagere verschijning, belandt Gabe met Lena in bed, ontdekt dat haar lichaam onder de blauwe plekken zit en hoort hoe ze in de gedwongen prostitutie terecht is gekomen.

In de keuken gaat gebukt onder een merkwaardige dichotomie. Het boek vraagt aandacht voor een belangwekkende onderwerp: de wereld van de illegalen zoals die zich in leven trachten te houden in de marge van de Britse samenleving – de gevluchte intellectuelen die ongeschoolde hondebaantjes vervullen, de voormalige kindsoldaten, de slachtoffers van mensensmokkel. Het zijn figuren van wie je in het dagelijks leven meestal weinig merkt, die officieel niet eens bestaan.

Helaas krijgen de dragers van deze thematiek beperkt de ruimte: ze worden te terloops ten tonele gevoerd en zijn te rijk in getal om te kunnen uitgroeien tot volwaardige personages. Bovendien schurken sommigen – niet alleen de illegalen – tegen het cliché aan: de stugge Rus, de goedlachse Jamaicaanse met de gouden tand en de Franse kok die zijn outrrrraaydzious accent van de slechterik uit de animatiefilm Ratatouille dan wel inspecteur Clouseau lijkt te hebben geleend.

Ook hoofdpersoon Gabe ontbeert identiteit, maar dat zal opzet zijn. Net als het Imperial Hotel representeert hij de Britse natie en welbeschouwd is In de keuken een heuse state-of-Britain novel. Als hij zijn stervende vader bezoekt, voelt Gabe oprechte afkeer jegens diens rechtlijnige, racistische opvattingen, maar tegelijk kan hij een nostalgisch verlangen naar de overzichtelijkheid van het ‘oude’, nog niet zo multiculturele Groot-Brittannië nauwelijks onderdrukken.

Zoals een jonge, aanstormende Labour-politicus het uitdrukt: ‘Het is interessant om te zien, Gabriel, hoe het hele concept ‘Brits’ in wezen een neutrale, waardevrije identiteit is geworden. Het is een non-identiteit, zeg maar. Een vacuüm.’

Gabe’s onbehagen en verwarring raken in een stroomversnelling als gaandeweg de pijlers van de toekomst die hij voor ogen had een voor een wegvallen, een proces dat voor de lezer niet als een verrassing komt.

In de keuken is een fascinerende ideeënroman, maar overtuigt vooral op cerebraal niveau. De literator Ali verliest het in dit boek van de voormalige PPE-studente.Hans Bouman

Meer over