Here Are The Young Men

Felicie portretteerde Nederlandse mariniers in Uruzgan, voor, tijdens en ná hun missie. Haar foto's verbeelden de oerangst van elke soldatenmoeder

Arno Haijtema

Sinds de Amsterdamse fotografe Claire Felicie in 2010 naar Afghanistan reisde om Nederlandse mariniers te portretteren die in Uruzgan op missie waren, is haar werk de hele wereld overgegaan. De kracht van Felicies drieluiken van mariniers, gemaakt voor, tijdens en na hun verblijf in Uruzgan, werd blijkbaar overal gevoeld: dit is wat oorlog, stress, ontbering met mensen doet.

Fysieke verwondingen zijn weliswaar niet te zien op de foto's, maar de open blik van de mariniers heeft plaatsgemaakt voor een in zichzelf gekeerde uitdrukking. Er zijn groeven in het voorhoofd verschenen. De glans uit de ogen is verdwenen. De gezichten zijn getekend.

Dezelfde foto's die destijds werden gepubliceerd (ook in de Volkskrant), staan nu paginagroot afgebeeld in het boek Here Are The Young Men, dat Felicie deze maand heeft uitgebracht. En nog meer dan bij een publicatie in de krant of online, dwingen de foto's - gezichten in zwart-wit, ingeklemd tussen de kaders - tot nauwgezet onderzoek. Op elke pagina staat één portret afgedrukt, naast een blanco pagina, waarmee ontwerper Sybren Kuiper de simpel leesbare, ook wat stripachtige presentatie van voor-tijdens-na Uruzgan heeft losgelaten. En dat pakt fenomenaal uit.

Elk portret dwingt tot overdenking en biedt veel meer dan alleen een fotografische weergave van een jongeman. Zo valt nu op dat de schematische presentatie van weleer de interpretatie soms in de weg zit. De ene keer zijn het juist de vroege portretten, van vóór de uitzending, die schrijnen door hun blijmoedigheid en optimisme dat, in weerwil van het gezegde, geenszins onverwoestbaar is. Op andere momenten zijn het juist de portretten gemaakt vlak na een patrouille - bezweet voorhoofd, een door de adrenaline gescherpte blik, de spanning op de kaakspieren - die de basale emoties tonen: krijgshaftigheid, angst, machismo.

De foto's roepen ethische en filosofische vragen op, over de legitimiteit van oorlog en het inzetten van jonge mensen voor een politiek doel, over de onbarmhartigheid van stress en de ogenschijnlijk onvermijdelijke psychische schade die zij in oorlogsgebieden oplopen. Vragen die Felicie in de korte begeleidende tekst niet probeert te beantwoorden - terecht laat ze het aan de lezer over met die kwesties te worstelen.

Er is nog iets waarmee het boek zich nadrukkelijk onderscheidt, en dat is de onzichtbare maar des te meer voelbare aanwezigheid van de fotografe zelf. Zij is zelf moeder van een zoon die voor een baan als marinier heeft gekozen (en overigens andere missies dan in Afghanistan vervulde). Ze verwoordt in het nawoord de schrik die haar om het hart sloeg toen hij kenbaar maakte militair te willen worden: straks staan er twee geüniformeerde mannen aan mijn voordeur 'met het verschrikkelijke nieuws dat alle soldatenmoeders vrezen'.

De enorme fysieke nabijheid, het wegvallen van afstand tussen camera en mariniers, maakt die oerangst bijna zichtbaar.

Hoewel de leiding van het Korps Mariniers zich bij de presentatie van het boek zeer ingenomen toonde met het resultaat van Felicies onderneming - het vroeger zo gesloten militaire bolwerk verdient ook alle lof voor zijn openheid - en hoewel het Felicies oogmerk waarschijnlijk niet is, is Here Are The Young Men uiteindelijk toch een anti-oorlogsboek. Niet alleen kogels en granaten zijn meedogenloos, de strijd zélf verwondt iedereen en maakt iets onherroepelijk kapot. Een onontkoombare, droefgeestige conclusie.

Meer over