Heimwee naar de warmte van vinyl Muziekindustrie wil kwaliteit terug van de oude buizenversterkers en analoge mengtafels

De eerste indruk van digitale muziek - helder, duidelijk, bijna geen ruis - was overrompelend, maar voor veel muzikanten en producers blijkt inmiddels een van de belangrijkste kwaliteiten van de oorspronkelijke sound, de warmte van de analoge apparatuur, verloren gegaan....

NEIL YOUNG VOND het helemaal niks: zijn op cd heruitgebrachte oude werk was niet om aan te horen. Ook The Red Hot Chili Peppers waren allesbehalve enthousiast. Omgezet in een digitaal formaat van enen en nullen verloor hun muziek veel van haar diepte. De groep stond er op dat hun albums niet alleen op cd, maar ook op vinyl zouden worden uitgebracht. Hip hop en house-dj's weigerden en masse om hun gekoesterde vinyl-platen te vervangen door cd's, en bleven ook in de jaren daarna een doorn in het oog van cd-producenten.

Zo'n zeven jaar geleden leken het de laatste achterhoedegevechten van een fanatiek groepje conservatievelingen, die niet met hun tijd mee wilden gaan. Dat vinyl beter klonk dan cd was een fabeltje, zo verkondigde de muziekindustrie, die de introductie van het nieuwe medium zo snel en probleemloos mogelijk wilde laten verlopen.

Die operatie is een doorslaand succes geworden. Anno 1997 is er in bijna geen huishouden nog een platenspeler te vinden. Over de mogelijke voordelen van de aloude langspeelplaat wordt nauwelijks nog gerept, al is iedereen er inmiddels ook wel van overtuigd, dat de cd misschien toch niet zaligmakend is. Nog los van het feit dat de indertijd geroemde onkwetsbaarheid tegenvalt (niets zo irritant als een cd die overslaat), is de kritiek op de digitale geluidskwaliteit eigenlijk alleen maar toegenomen.

Die kritiek komt vooral uit de hoek van de professionele muziekwereld: de muzikanten, producers en technici die dagelijks met digitale technologie werken, en voor wie de eerste verliefdheid is omgeslagen in een lichte weerzin.

De digitale revolutie heeft de muziekwereld sinds het begin van de jaren negentig onherkenbaar veranderd. Het succes van die omwenteling is vooral te danken aan een geweldige prijsdoorbraak, en het gemak dat werken met gedigitaliseerde muziek biedt. Zo is knippen, plakken en verschuiven van informatie, zoals ook op een tekstverwerker kan, makkelijker dan ooit. Geavanceerde programma's, die enkele jaren geleden alleen nog in de duurste studio's te vinden waren, draaien nu al op huis-tuin-en-keuken-computers. Samplers en soundcards voor de pc zijn voor een paar honderd gulden te koop. Ze bieden niet alleen complexe bewerkingsmogelijkheden, maar ook een 'professionele cd-kwaliteit'.

De eerste indruk van digitale muziek - helder, duidelijk, bijna geen ruis - is dan wel overrompelend, maar voor veel muzikanten en producers is een van de belangrijkste kwaliteiten van de oorspronkelijke sound verloren gegaan: warmte.

'Digitale systemen klinken kil en onrealistisch', zegt Mandy Parnell, technicus in de Londense Exchange-studio. Parnell en haar collega's in het grote studio-complex bij Camden Lock werken uitsluitend met 'antieke' apparatuur, zoals buizenversterkers en analoge mengtafels. Ze vinden 'dat de sound vele malen beter is dan die van digitale machines'.

Ondanks de vreemd ouderwetse jaren vijftig-look van al die grote apparaten is The Exchange geen laatste bolwerk van sound-puristen. Sterker, het is een van de populairste Engelse studio's van dit moment, waar grote bands als The Chemical Brothers en Depeche Mode hun platen laten masteren (klaar maken voor productie) - juist om de krachtige, warme sound die The Exchange biedt.

Wat alle analoge apparaten, van versterkers tot tape-recorders, met elkaar gemeen hebben, is dat hun onvolkomenheden ook hun grote kracht zijn. Bijna iedereen ervaart de lichte vervorming, die optreedt wanneer een stuk muziek op een magnetische band wordt opgenomen, als prettig en mooi. De kleuring van een tape-opname was tot in de jaren negentig altijd een belangrijk extra instrument in de handen van technici en producers. Nu studio's steeds meer overstappen op een digitaal systeem, waarbij de muziek direct wordt vastgelegd op de harde schijf van de computer, is er van zo'n kleurtoevoeging geen sprake meer.

Maar juist toen digitale hard disk-recording tot in de kleinste zolderkamerstudio's was doorgedrongen, gingen de eerste stemmen op dat met het waswater ook het kind was weggegooid. Zo wijdde het Engelse vakblad voor studiotechniek Sound on sound dit jaar een heel nummer aan de spoelenrecorder, waarin alle voordelen van het afgedankte systeem nog eens op een rijtje werden gezet. Niet alleen dynamiek en frequentiebereik zijn hoorbaar beter, maar daarnaast brengt de analoge tape-vervorming muziek tot leven. Dat idee is inmiddels zo wijdverbreid, dat een aantal fabrikanten nu apparaten op de markt brengt, die deze tape-vervorming digitaal simuleren.

De Amsterdamse musicus en componist Orlando Voorn, die ondermeer werkte met Detroit-producers Juan Atkins en Blake Baxter, kocht recent een analoge 24-sporen-recorder. Een systeem, dat naar zijn idee nog altijd onovertroffen is. 'Digitale producties zijn koud, een beetje plastic. Een opname met een taperecorder heeft meer bottom. Als ik bijvoorbeeld drums opneem, dan klinken die veel warmer. Tape geeft een vol, warm geluid.'

Digitale technologie past ook niet bij zijn manier van werken, meent hij. 'Ik hou van schilderen. Alles moet vervloeien. Dat lukt niet met digitaal. Dan blijft alles heel netjes. Netjes, maar goedkoop.'

Tom Holkenborg van de Amsterdamse groep Junkie XL produceerde het album Saturday teenage kick op een digitale mengtafel, maar geeft toe dat hij een paar maanden nodig had om er aan te wennen. 'Het is moeilijk om de afzonderlijke instrumenten tot een eenheid te brengen. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat veel producers toch liever werken met een analoge mengtafel.'

Net als Junkie XL en de Londense jungle-dj en producer LTJ Bukem werkte de Engelse groep Plaid (voorheen Black Dog) op zijn nieuwste cd met de digitale Yamaha O2R. Dat pakte niet zo goed uit. Vooral door zijn klinische sound werd Not for threes een stuk minder enthousiast ontvangen dan eerder werk. 'Op volgende platen willen we toch weer met een analoge tafel gaan werken', zegt Andy Turner van Plaid. 'Het klankbeeld is toch heel anders, nodigt uit tot een andere werkwijze.'

De discussie analoog versus digitaal doet denken aan een eerdere situatie in de rockwereld, op het moment dat de transistor-versterker werd geïntroduceerd. De sound van de transistor was cleaner dan de oude buizenversterker, maar juist daarom moesten veel gitaristen er niets van hebben. Hoe onhandig het werken met de breekbare lampen (die ook nog eens gloeiend heet werden) ook was, toch bleven buizenversterkers, zoals die van Marshall, tot in het heden voor de meeste rockgitaristen de standaard.

Warmte tegenover klinische helderheid: als een rode draad loopt de discussie door de geschiedenis van de popmuziek. Zo waren de eerste digitale synthesizers, zoals de Yamaha DX 7, die midden jaren tachtig werden gelanceerd, in eerste instantie een groot succes. De muziekwereld was diep onder de indruk van de heldere sounds - vooral de kitscherige belklanken. Maar al na een paar jaar ontstond een retro-beweging, die sindsdien alleen maar aan kracht won.

Steeds meer muzikanten raakten toen weer geïnteresseerd in de analoge technologie. De prijs van tweedehands analoge synthesizers, op dat moment al jaren uit produktie genomen, bereikte ongekende hoogten. Op dit moment kost een tweedehands Roland TR 303 bassynthesizer twee of zelfs drie keer zoveel als zijn nieuwprijs in 1982. Een tweedehands DX 7 is nu spotgoedkoop.

De elektronische industrie zag zich genoodzaakt om zich aan de vraag van de markt aan te passen, en hervatte niet alleen de produktie van analoge synthesizers, maar probeert nu ook een compromis te vinden met een combinatie van analoog en digitaal: virtueel analoog. Nieuw zijn computerprogramma's waarin alle karakteristieke soundkenmerken van klassieke synthesizers als de Moog zijn gereconstrueerd.

Maar wat is eigenlijk de reden dat digitale sound als kil wordt ervaren? Volgens Guus Boomsma van speciaalzaak Midi Amsterdam komt het omdat de digitale technologie nog in de kinderschoenen staat. 'Een sinusgolf is in de digitale vertaling niet langer een golvende lijn, maar een trappetje naar boven en naar beneden. Iemand met een geoefend oor kan dat horen. Het klinkt wel helder, maar ook een beetje karakterloos.'

De onvolkomenheden in de huidige digitale klankverwerking zijn te vergelijken met die in de digitale fotografie. Al is er inmiddels een hele serie digitale toestellen op de markt, toch is er niet één professionele fotograaf die er mee werkt. Het digitale beeld is te plat en te grofkorrelig vergeleken bij foto's gemaakt met analoge toestellen. Guus Boomsma: 'Het vervelende is dat Philips met zijn compact disc ooit een standaard heeft neergezet van 16 bits en een samplefrequentie van 44.1 khz. Eigenlijk zijn we er al lang achter dat dat veel te weinig is.'

Producenten van de duurste audio-systemen, zoals Euphonix in Silicon Valley, willen daarom op dit moment nog niet overstappen naar digitaal. Boomsma: 'Ik sprak pas mensen van Euphonix. Ze vertelden me dat ze pas willen gaan denken over de productie van digitale mengtafels, als de micro-elektronica een stuk verder is.'

Betere, geavanceerde systemen, die het analoge signaal natuurgetrouwer omzetten in digitale informatie: ze zijn er al wel, zij het nog erg duur. Nieuwe digitale apparatuur maakt gebruik van 20 bits-technologie, waarbij het digitale raster al beduidend kleiner is. In de klassieke muziek, die met zijn grote dynamische verschillen erg te lijden heeft onder de grove 16 bits-standaard, wordt al steeds meer met 24 bits-technologie gewerkt. Zelfs al is er in de uteindelijke cd-vertaling maar weinig van terug te horen, in elk geval wordt de muziek op die manier beter bewaard voor latere generaties. Want het kan nog wel even duren voordat de platenkoper kan profiteren van de betere geluidskwaliteit.

Het meest voor de hand liggende formaat hiervoor is de dit jaar geéintroduceerde DVD (digital video disk), die in eerste instantie is bedoeld voor video, en in de toekomst het VHS-systeem moet gaan vervangen. Het DVD-formaat, met een capaciteit die zeven keer zo groot is als de huidige cd, zou ook geschikt zijn voor hoogkwalitatieve audio. HQAD (high quality audio disk), zoals de uitsluitend voor muziek bedoelde DVD alvast is gedoopt, moet de nieuwe standaard worden.

0 EN GROEP die zich Technical Subcommittee of Acoustic Renaissance for Audio noemt, pleit op Internet voor een hele reeks kwaliteitseisen voor het nieuwe medium: 24 bits-technologie en een verdubbelde sample-frequentie (96 khz), wat niet alleen resulteert in een fijnere klank en een grotere dynamiek, maar ook in een frequentiebereik dat ver uitkomt boven de huidige cd-norm.

Producer en technicus Jacco Rens van de Alkmaarse studio De Dijk maakt platen met de groep Morphid. Hij verwacht dat DVD in de komende jaren ook in de muziekwereld zal doorbreken. 'Al zal het nog wel een paar jaar duren. Fabrikanten zijn er nog niet uit hoe de nieuwe standaard er precies uit moet zien.'

De 24 bits-technologie is naar zijn idee in elk geval een flinke verbetering. 'Het klinkt mooier, transparanter en realistischer.' Ook Rens vindt dat de digitale technologie pas met zo'n volgende stap de kwaliteit van de analoge tape benadert. 'Met het huidige cd-formaat gaat in de vertaling nog te veel verloren.'

Het is nogal ontnuchterend om te moeten vaststellen dat met de digitale technologie een stap vooruit is gezet, maar tegelijkertijd ook een stap terug. Want zowel de op cd vastgelegde popgeschiedenis als het klassieke repertoire komen op dit moment nog nauwelijks tot hun recht. 'Tapes van een oud album van The Who, klinken, mits ze goed zijn bewaard, beter dan de cd-versie', zegt Rens. 'Pas met 24 bits-technologie zou de kwaliteit van het origineel benaderd worden.'

De High Quality Audio Disk heeft de toekomst, al zal het nog wel even duren voordat die er komt. Net als in de video-industrie, waar DVD nu nog kampt met een groot tekort aan beschikbare titels (wat de aanschaf van een speler er niet aantrekkelijker op maakt), zal ook de muziekwereld tijd nodig hebben om zich in te stellen op het nieuwe formaat. Vooral ook omdat de benodigde apparatuur grote investeringen met zich mee brengt - zeker als gelijktijdig het snel aan populariteit winnende surround sound-systeem (waarbij de muziek vanuit verschillende hoeken klinkt) wordt ingevoerd.

Toch zal de muziekindustrie, die zijn op cd heruitgebrachte eigen catalogus inmiddels ruimschoots heeft uitgemolken, maar al te graag inspringen op een nieuw formaat. Zo'n buitenkans om alles wat er ooit is verschenen nogmaals, in een superieure nieuwe vorm, op de markt te brengen, laat natuurlijk geen enkele platenmaatschappij liggen.

Meer over