Heilig en volmaakt Zeven maal Jan van Eyck in de National Gallery

Musea in Philadelphia en in Turijn bezitten elk een versie van 'De stigmatisering van Sint Franciscus', toegeschreven aan Jan van Eyck....

KEES FENS

ENKELE SONATES van Beethoven en de grootheid van het hele oeuvre is hoorbaar duidelijk. De grootheid van het kunstenaarschap ook. Zeven werken van Jan van Eyck hangen op een kleine expositie in de Londense National Gallery (twee daarvan vormen een tweeling) - het is voldoende voor wie als een der grootsten van de schilderkunst wordt beschouwd. En zelfs zijn allergrootste werk, Het Lam Gods uit Gent, is in Londen in de geest aanwezig.

Er hangen drie werken van de National Gallery zelf: De man met de rode tulband, het mannenportret dat Timotheos heet (de man met de niet zo fijnzinnige wipneus, maar met die prachtig nadenkende ogen, een lange doek over het hoofd, een brief in de hand) en natuurlijk het huwelijksportret van de Arnolfini's, een van de topstukken van het Londense museum. Voorts hangt er een Annunciatie: Maria in een Romaanse kerk - zij is ook de Moeder van de Kerk - met een in koorkap geklede en gekroonde engel, die wacht op haar jawoord dat in het boek op de bidstoel staat geschreven. Door het eerste bovenste raam is de duif die de Heilige Geest is, komen vliegen. Hij laat lichtlijnen, condensstrepen bijna, na in de ruimte (het werk is geleend van de National Gallery in Washington).

Dan is er de uit Antwerpen afkomstige tekening - waarschijnlijk een onvoltooid schilderij - van de Heilige Barbara, met haar symbool geworden gevangenistoren op de achtergrond. Voor mij is het altijd de triomf van de gotiek gebleven; van de toren tot het wijduitgespreide geplooide kleed van de heilige. En tenslotte hangen er twee nagenoeg identieke schilderijen - alleen verschillend van formaat - van de stigmatisering van de heilige Franciscus: het kleinste komt uit het Philadelphia Museum of Art, het tweede uit de Galleria Sabauda in Turijn. De twee zullen wel nooit meer tezamen zijn te zien.

De tentoonstelling wil Van Eycks kwaliteiten als portretschilder, religieus schilder en als schilder van wat genoemd wordt atmosfeerrijke landschappen laten zien. Schilder van licht, had er nog aan kunnen worden toegevoegd. Een superieur voorbeeld is de lichtval in de Annunciatie. Misschien dat ook hierom Van Eyck in zijn geheel in de zeven aanwezig is: men heeft die kwaliteiten gekozen die voor zijn hele oeuvre gelden.

Ook in zijn religieuze werken is hij een weergaloos scherp portrettist: zie Nicolas Rolin in zijn confrontatie met Maria met het kind (een schitterend landschap op de achtergrond), of Kanunnik Van der Paele, ook op een schilderij waarvan Maria de hoofdfiguur is.

Op Het Lam Gods wemelt het van de portretten van anoniem geblevenen en de gestigmatiseerde Franciscus moet ook zijn model hebben gehad (men heeft gedacht aan Rolin en aan kardinaal Albergati; de stad op de achtergrond kan Maastricht of Luik of Brugge zijn!).

Heel veel van zijn werk is religieus. Het landschap en misschien vooral het groen en de bloemen worden vaak zichtbaar - soms in wat 'verborgen symboliek' is genoemd, want de realist Van Eyck kende de tekentaal van de traditie, ook de religieuze.

De expositie besteedt in al haar kleinheid ook nog aandacht aan de doorwerking van Van Eyck, in het werk van Petrus Christus bijvoorbeeld, in miniaturen en, misschien verrassend of niet, in De aanbidding van de Wijzen van Botticelli (hij zou het samen hebben gemaakt met Fra Filippo Lippi); de beïnvloeding is duidelijk zichtbaar in het landschap. Het schilderij, bezit van de National Gallery, hangt op de expositie.

De expositie is natuurlijk een hommage, maar zij is ook didactisch bedoeld. In beide slaagt zij op schitterende wijze en de altijd indrukwekkende schoolmeesterkant van de Engelsen wordt met name op de tekstpanelen zichtbaar. Men krijgt ook een korte les in de laat-middeleeuwse schilderkunst.

Natuurlijk zijn de twee Franciscussen kunsthistorisch het hoogtepunt. Didactisch ook, want er valt van de tweeling zeer veel te leren. De schilderijen verbeelden de stigmatisering van Franciscus: twee jaar voor zijn dood ontvangt hij, in extatische vereniging met Christus aan het kruis, de vijf wonden van Christus. De wonden in de handen en in de voeten zijn zichtbaar; de voeten zijn daarvoor, naar sommigen zeggen, bewust anatomisch onjuist weergegeven. De wond in de zijde is niet te zien.

Franciscus knielt; zijn gezicht is haast uitdrukkingsloos - het gezicht van een welgevormde jongeman. Naast hem zit in een zwarte of grijze pij een medebroeder. Dat is broeder Leo, die in Franciscus' gezelschap was. Hij houdt het hoofd gebogen, de rechterhand ertegen, hij lijkt te slapen. Het landschap is wat rotsachtig - de woestijn van de eremieten - maar ook groen en bloeiend, op de achtergrond ligt in een dal een stad. Tegen de rotswand aan de rechterzijde zweeft een Christus aan het kruis met de vleugelen van de serafijn.

Er zijn drie hoofdvragen: is van Eyck de schilder van beide panelen, van een ervan, of van geen van beide? Er zijn ontelbare nevenvragen: de kleuren van de pijen, de bloemetjes in het groen, sommige planten, schilderde Van Eyck Alverna in Toscane, schiep hij een denkbeeldig landschap of gewoon een zuidelijk (hij bezocht onder meer Portugal) - en alle vragen leiden tot nieuwe vragen.

De studie van de twee schilderijen brengt het hele oeuvre van Van Eyck in het geding, want alleen vergelijken maakt de vaststelling van authenticiteit mogelijk. Of niet. Of misschien. Wellicht kun je in plaats van over 'vergelijken' beter over 'vergelijken van het beeld' spreken, want ook bij kunsthistorici is het schilderij het beeld dat zij van het schilderij en van een heel oeuvre hebben.

Het Philadelphia Museum of Art heeft over de twee schilderijen een indrukwekkende bundel studies uitgegeven; het boek is op de Londense expositie te koop. Het heet Jan van Eyck: Two Paintings of Saint Francis Receiving the Stigmata. Een welhaast triomfantelijke titel, want beide schilderijen worden aan Van Eyck toegekend. Maar de afzonderlijke studies geven die absolute zekerheid allerminst. In de bundel worden de schilderijen historisch benaderd, kunsthistorisch, iconografisch en zeer technisch.

De laatste studies zijn het resultaat van onderzoek met infrarode bestraling, onderzoek van de gebruikte verf en van 'dendrochronologisch' onderzoek, dat wil zeggen het onderzoek naar de ouderdom van het hout van de panelen. Een van de Franciscussen is geschilderd op hout afkomstig van dezelfde boom als twee zekere werken van Van Eyck. Een schitterende vaststelling, maar er kan weinig mee gedaan worden. Studies als deze geven voortdurend hoop en verijdelen die vervolgens weer.

Waar de kunsthistoricus geen absolute zekerheden heeft, schept hij op grond van zorgvuldige studie mogelijkheden. De hele bundel is één grote verzameling vaak schitterende mogelijkheden die antwoord zijn op de ontelbare vragen die de schilderijen stellen. Al die mogelijkheden samen zijn onze kennis van de schilderijen, het zijn die schilderijen.

Het treffendst vind ik dat de toeschrijving van één of beide panelen aan Van Eyck tenslotte, na talrijke mogelijkheden en interpretaties, heel traditioneel impressionistisch is. Kort samengevat: het is een Van Eyck, want het schilderij heeft alles wat ik in Van Eyck zo goed vind.

De iconografische studie, geschreven door de inmiddels overleden Amerikaanse kunsthistoricus James Snyder, vond ik het hoogtepunt. Ook omdat hij eindelijk doet waarop ik steeds zat te wachten: hij heeft de vroege levensbeschrijvingen bestudeerd, brengt de op Bonaventura teruggaande afbeeldingen van de stigmatisering door Giotto ter sprake (in Assisi en in Florence) en met dit alles vergroot hij toch het raadsel van de twee. Hij maakt ook de vergelijking van de scène met de doodsstrijd van Christus in de Olijvenhof: de leerlingen sliepen, zo ook Leo. Een heel mooie vergelijking, een mogelijkheid van inspiratie, maar ze levert niets op!

Snyder geeft wel antwoord op de vraag welk moment het schilderij nu voorstelt. Niemand spreekt erover, maar wat wij zien is niet de stigmatisatie, doch de gestigmatiseerde. Vreemd blijft daardoor de blijvende extatische houding van Franciscus. Onderzoek met infrarode stralen heeft uitgewezen, dat de heilige oorspronkelijk sandalen aan had. Die zijn later verwijderd en overgeschilderd. Hij kreeg blote voeten. De stigmata konden zichtbaar worden gemaakt. Het schilderij is dus oorspronkelijk de afbeelding van de extatische Franciscus. Maar waarom dan die voeten anatomisch zo curieus zijn geschilderd? Elke oplossing in dit boek leidt tot nieuwe vragen of maakt de oplossing van andere ongedaan. Als icoon van de moderne beoefening van de kunstgeschiedenis is het boek ideaal.

Ik kijk nog even naar de twee afbeeldingen, met in mijn geheugen de schilderijtjes op de tentoonstelling. De kleinste vind ik de mooiste, want de helderste. Maar, denk ik erbij: broeder Leo - een der medewerkers aan het boek noemt hem Franciscus' Sancho Panza, schitterend !- is de meest reële; Franciscus is een hoogstbeschaafde jonge edelman, alleen in de wonden een Christusgelijke. Nicolas Rolin, denk ik toch. En dat gebleven. Had hij maar de wipneus gehad van Timotheos.

Een kleine honderd jaar na Van Eyck schilderde Gerard Davids een stigmatisering. Een schraal monnikje staart naar het gevleugelde kruis, in een armoedig pijtje, het gezicht is mager. Franciscus lijkt eindelijk op zichzelf.

National Gallery, Londen: Recognising Van Eyck. Tot en met 15 maart. Tot 1 februari toont de National Gallery Holbeins net gerestaureerde schilderij 'De ambassadeurs'.

Jan van Eyck: Two Paintings of Saint Francis Receiving the Stigmata. Philadelphia Museum of Art, ca. ¿ 110,-.

ISBN 0-87633-115-0.

Meer over