columnSHEILA SITALSING

Heerlijk, nooit meer een feestje waar het vijf kwartier over de bijtelling van de leasewagen gaat

Na de lockdown zouden de files terugkeren, kon je in maart en april nog horen. Dat was toen we nog dachten dat we er met een maandje of twee binnen zitten vanaf zouden zijn. 

Iemand vroeg om een lift naar Schiphol. Dat klinkt als een pre-coronazin, maar het was gewoon in het hier en nu, dus gingen we op pad met een achterbak vol koffers dwars door de post-vakantie-ochtendspits.

In de week dat in het ganse land alle vakanties zijn afgelopen. Op wat vroeger de drukste dag van de week was. Over voormalige horrorknooppunten. Langs plekken die voorheen van vangrail tot vangrail bedekt waren met langzaamrijdend en stilstaand blik.

Vroeger deed je dan rustig je mascara en appte je je afspraak dat je weer eens bij Roelofarendsveen stond. Nu zoefden we er langs. In colonne en tussen slierten vrachtwagens weliswaar, want uitgestorven is het allang niet meer, maar het reed. Gewoon hard. Zoals het tegenwoordig op elk willekeurig moment van elke willekeurige dag gaat: het is heus druk, maar stilstaan is van regel uitzondering geworden.

Na de lockdown zouden de files terugkeren, kon je in maart en april nog horen. Dat was toen we nog dachten dat we er met een maandje of twee binnen zitten vanaf zouden zijn. Inmiddels zit het overgrote deel van het leger der kantoorklerken semi-permanent thuis te werken, en zijn de bedrijfspenningmeesters al aan het uitrekenen hoeveel ze overhouden (minder kantoorhuur, minder schoonmaak, minder catering, minder beveiliging, minder woon-werkvergoeding) als ze het min of meer zo laten.

Het volgende op hun lijstje waar een streep door kan en zal gaan: de lease-auto. Nog even doorbijten en ook deze grote verworvenheid van de burgerman met een nette betrekking is geschiedenis. Nooit meer een feestje waar het vijf kwartier over de bijtelling gaat: corona brengt niet alleen narigheid.

Toch is er volgens het ministerie niet heel veel minder autoverkeer dan toen alles nog normaal was. Er worden gewoon weer volop autoritjes gemaakt (de bestemming: naar het park of naar een privéwoning), alleen rijden de mensen niet meer met z’n allen tegelijk naar het werk. En ze hebben de trein ingeruild voor de auto: de bezetting in het openbaar vervoer is nog maar de helft van wat die vroeger was. Of dat uit mondkapjesweerzin is, of juist uit angst om tegen een onbekende hoester aan te lopen: dat zou mooi een onderzoeksonderwerp zijn.

Het goederenvervoer dendert ongehinderd door. Er is een economische crisis, en het ergste moet nog komen wanneer de overheid ophoudt met het kunstmatig overeind houden van niet-levensvatbare bedrijven, maar de rechterrijbaan is niettemin weer een onafzienbare ketting van vrachtwagens.

En nog steeds geen dagelijkse, vaste, ellenlange, ellendige files. Wat een beetje thuisblijven vermag.

Meer over