Heerlijk falende wetenschap

De geschiedenis van de wetenschap wordt, net als bijna alle geschiedenis trouwens, geschreven door de overwinnaars, noteert de Britse journalist Mark Pilkington in zijn bundeltje Far Out....

Martijn van Calmthout

Pilkingtons fascinatie was jarenlang bron van een prachtcolumn in The Guardian. Nu ligt er, natuurlijk met het oog op de kerstverkopen, een verrukkelijk boekje met 101 ultrakorte stukjes over falende wetenschappers en uitvinders.

Vooral verrukkelijk om hoe het geschreven is, want een aanzienlijk deel van zijn materiaal blijkt toch minder onbeschreven dan hij suggereert. De Marxistische geneticus Lysenko komt langs, koude-kernfusieontdekkers Pons en Fleischman, superuitvinder Nicola Tesla, het phlogiston, de aether.

Allemaan standaard-repertoire, maar niettemin intrigerend in de details. Zoals de Fransman René Blondot, die in 1903 de N-stralen ontdekte die fluorescentieplaatjes deden gloeien en elektrische vonken versterkten. Een argwanende gezant van Nature bezocht Blondot en haalde, zonder dat die dat wist, een cruciaal prisma uit zijn meetopstelling. Blondot zag nog steeds het effect, dat dus op inbeelding berustte, mogelijk ingegeven door de wens om iets Frans te stellen tegenover de net ontdekte Duitse röntgenstralen.

Die affaire lijkt als twee druppels op de kwestie rond de Fransman Jacques Benveniste die in 1988 meldde dat water onthoudt welke stoffen er in opgelost zijn geweest. Ook inbeelding, ontdekte Nature.

Pilkington laat in Far Out gelukkig ook een bonte stoet onbekende uitvinders passeren, die perpetuum mobiliae bedachten, energie uit niets opwekten, die motoren op water demonstreerden of draadloos belden (in 1890). Smullen zijn de paranormale mediums, als geluidstechnicus Friedrich Jürgenson die in ruis op banden stemmen van doden hoorde.

Origineel zijn Pilkingtons verhaaltjes waarin serieuze en gerespecteerde wetenschappers zich erin hebben laten luizen of even de weg kwijt blijken te zijn.

Zo liet in 1837 de grote Michael Faraday de Royal Academy weten dat hij dacht dat stofmijt ontstaat als zoutzuur op geëlektriseerde stenen wordt gedruppeld. Alleen betwijfelde hij of dat puur door elektriciteit kwam, zoals de ontdekker Andrew Crosse in 1836 dacht. Dat dan gelukkig weer wel.

Martijn van Calmthout

Meer over