Heerlen krijgt zijn architectonisch pareltje terug

Gedurfd was de creatie van de Heerlense architect Frits Peutz zeker in 1935. Heerlen, toen nog een mijnwerkersstadje van 25 duizend inwoners, moest even slikken van het enorme glazen warenhuis waar de verdiepingen op paddestoelvormige kolommen leken te zweven....

De bevolking maakte zich Winkelhuis Schunck snel eigen en doopte het om tot 'het Glaspaleis'. Tot halverwege de jaren zestig bleef het een populair inkoopadres voor mijnwerkers. Entrepreneur Peter Schunck verkocht de kompels er betaalbare kleding, lakens en handdoeken. De waren lagen als op een markt uitgestald, badend in het zonlicht. Op het dakterras kon tussen palmbomen koffie worden gedronken. Nog een verdieping hoger keek Schunck vanuit zijn penthouse de gehele mijnstreek over.

Van de sensatie die het gebouw in 1935 teweeg bracht is vandaag de dag niets meer over. Het Glaspaleis is na ingrepen in de jaren zeventig tot een bruine glazen bak verworden waar de verpaupering heeft toegeslagen. Binnen zijn de karakteristieke paddestoelkolommen beklad met grafitti; zwervers en junks hebben hun afval in het trappenhuis achtergelaten. Beneden proberen nog enkele dumpshops wat te verdienen.

Maar lang duurt die treurnis niet meer.

Over enkele maanden begint de gemeente Heerlen aan de langverwachte restauratie van het Glaspaleis. Na jaren van discussie zijn plannen en financiering dan eindelijk rond. Heerlen gaat zijn legendarische winkelparadijs rehabiliteren. De transparante vliesgevel zal volledig terugkomen, wanden en vloeren die er niet thuishoren worden weggebroken door de sloophamer. Het project kost 33 miljoen gulden, inclusief de nieuwbouw van de muziekschool naast het Glaspaleis van Peutz. Architecten zijn de in Maastricht werkzame Heerlenaren Wiel Arets en Jo Coenen.

Arets en Coenen zijn zeer vertrouwd met het werk van Peutz en beschouwen diens Glaspaleis als een van zijn meesterwerken. Frits Peutz (1896-1974) is lange tijd een onderschatte figuur geweest, zegt Arets op zijn kantoor in Maastricht. 'Hij heeft hele bijzondere gebouwen neergezet maar komt in de Nederlandse standaardwerken over architectuur nauwelijks voor. Peutz trad niet op de voorgrond en werkte in het zuiden. In die tijd toch nog heel ver weg van de Randstad waar het allemaal gebeurde.'

De omslag ten goede kwam in 1995 toen het Glaspaleis op de rijksmonumentenlijst terecht kwam. Heerlen kocht het voor zes miljoen gulden. Intussen heeft warenhuis Schunck internationaal hoge ogen gegooid. De Union Internationale d'Architecture (UIA) heeft het opgenomen in de lijst van duizend belangrijkste gebouwen van deze eeuw. Slechts twaalf andere gebouwen in Nederland kwamen die eer toe.

De restauratie van het Glaspaleis begint in zomer van volgend jaar. Het wordt een enorme klus, vertelt Arets. Niet alleen omdat het gebouw in zijn oorsronkelijke staat wordt teruggebracht maar het tal van nieuwe culturele functies moet gaan herbergen. Het combineren van oud en nieuw levert een ingewikkelde, technische puzzel op. Eind 2001 moet de operatie klaar zijn.

Muzisch Centrum, gaat het Glaspaleis nieuwe stijl heten. De Stadsgalerij, het Heerlense museum voor beeldende kunst, krijgt er onderdak, het architectuurmuseum, een creatief centrum en bovenin een filmtheater met cafe/restaurant. Onder de grond is de balletschool ingetekend. Met een foyer en patio wordt het Glaspaleis tot slot verbonden met de nieuwe muziekschool van Arets en Coenen. Arets: 'We knappen dus niet zomaar een gebouw op; er komt een heel nieuw programma in het Glaspaleis.'

Sinds de tweede helft van de jaren zestig, toen de oorspronkelijke eigenaar verhuisde, is het gebouw herhaaldelijk voor sloop aangedragen. De mijnen waren dicht en terwijl de recessie in Heerlen om zich heen greep, takelde het Glaspaleis snel af. Eigenaars wisselden elkaar in een hoog tempo af. Niemand wist er raad mee. De 'modernisering' in 1973 deed de oorsprong van het gebouw de das om. De karakteristieke doorzichtige mantel werd vervangen door aluminium en rookglas. Zo ontstond er een blinde plompe bak die de volgende decennia het marktplein van Heerlen zou ontsieren.

Heerlen hoopt met de aanpak van het Glaspaleis door Arets en Coenen af te rekenen met de troosteloze en onsamenhangende architectuur in het stadscentrum. 'Het nieuwe Glaspaleis betekent een impuls voor de verlevendiging van de stad', zegt wethouder René Seijben. Hij erkent dat er de afgelopen decennia in de oude mijnkolonie lukraak is gebouwd en veel waardevols werd gesloopt.

Met de restauratie van het Glaspaleis heeft de binnenstad zijn architectonisch pareltje weer terug. Het staat straks zeker in de VVV-folders. Architectuurcriticus J. Wattjes prees de toeristische waarde al in 1937. In Het Bouwbedrijf schreef hij destijds: 'Het gebouw Schunck loont een reis naar het kleine, vrijwel nieuwe Zuid-Limburgse stadje Heerlen.'

Meer over