Heel lied, halve ondertiteling

The Two Horses of Gengis Khan..

Bor Beekman

Geen lied dat de Mongoolse ziel zo weet te vangen als De twee paarden van Djengis Khan, dat zou dateren uit de twaalfde eeuw. Eén probleem: het lied is incompleet. Schuld van de Chinezen en hun repressieve bewind, en van de tijd, die maakt dat ook op leeftijd geraakte Mongoolse zangers de tekstflarden niet meer zomaar kunnen opdreunen.

In Byambasuren Davaas The Two Horses of Genghis Khan tracht de Mongoolse zangeres Urna Chahar-Tugchi het verloren lied te herstellen, met behulp van de hals van een stokoude viool – een verwoest familie-erfstuk (ook de schuld van de Chinezen), waar nog enkele tekstregels op gegraveerd staan. Urna trekt naar de binnenlanden van Mongolië om de rest van het lied op te speuren, en laat de (groot formaat) viool onderwijl repareren door een traditionele Mongoolse vioolbouwer.

Enkele mooie beelden levert dat wel op, gedraaid door de Nederlandse cameraman Martijn van Broekhuizen, die Urna volgt tijdens haar reis door de ruige natuur. En iedereen met enige interesse in de wereldmuziek zal uitzien naar de filmfinale waarin de (beroemde) zangeres dan eindelijk met een Mongools concert, en de herstelde viool, het complete lied kan inzetten – wel vreemd dat de Nederlandse ondertiteling dan halverwege al afhaakt, zodat we nog steeds niet de hele tekst ontwaren.

Groter probleem is de gekunstelde, vooraf doorgesproken wijze waarop Urna tijdens haar reis contact legt met haar mede-Mongolen. Flauwe, voorspelbare gesprekjes zijn het – nee, niemand kent het lied, op dat ene diepgerimpelde vrouwtje na natuurlijk, dat zich ergens achter een berg ophoudt. Regisseur Davaa, die met haar eveneens tussen fictie en documentaire pendelende films The Story of the Weeping Camel en The Cave of the Yellow Dog nog een groot Westers publiek wist te ontroeren, scheert hier slechts langs Urna’s familiegeschiedenis, wat een queeste oplevert zonder drama, vlak.

Meer over