Hedendaagse predikers

Ze zijn het dagelijkse houvast in onzekere tijden. Als er onheil dreigt boven ons hoofd, hangt Nederland aan hun lippen....

Misschien worden ze erop uitgezocht. Of wellicht heeft het staren naar wolkbreuken en lagedrukgebieden een allesbepalend effect op hun dna-structuur. Hoe onverklaarbaar ook: de Nederlandse weerman of -vrouw beschikt over een oerdegelijke Hollandsheid.

Bij voorkeur heeft hij zijn wortels in de provincie. De uithoeken van het land zijn vruchtbare aarde, zo leert een blik op de cv’s. Piet Paulusma (SBS): geboren in Tzum. Marjon de Hond (NOS): Tholen. Wijlen Jan Pelleboer: ’s Heerenbroek. Gerrit ‘Het weer komt morgen uit het zuiden’ Hiemstra (NOS): Drachten.

Hun voornaamste eigenschap is een verpletterende gewoonheid. Illustratief is de website die Marjon de Hond (NOS) bijhoudt: ‘Wegens gezondheidsredenen ben ik even niet op de buis.’ De bezoeker treft er kiekjes van haar dochtertje Roos op het potje, de konijnen Nemo en Noppes, een gedicht dat vriend Arjan schreef voor de overleden poes Felix, maar meer nog zijn het de recepten voor pompoensoep, een stoofpotje en perencake die de Libelle-sfeer onderstrepen, want ‘koken is een van mijn passies’.

De uiterlijke verschijningsvorm is van hetzelfde laken en pak. De Nederlandse weersvoorspeller oogt als een rimpelloze druilerigheid, een grijs wolkendek waar sporadisch een zonnestraal doorheen weet te breken. Hij of zij is van middelbare leeftijd, de mannen (Erwin Kroll (NOS), Reinier van den Berg, RTL) verbergen hun oprukkende kaalheid met de laatste toefjes voorhoofdhaar, de pakken zijn van onberispelijke C & A-kwaliteit en dito uitstraling. Zie Marco Verhoef (NOS) en u kijkt in de gladgekamde tronie van uw eigen autodealer. Marjon de Hond, dat is een stevige meid in een donkere broek, een witte blouse met een brede kraag en een zwarte spencer erover. Het haar halflang, recht geknipt – niet te gek doen.

Hun functie is duidelijk. Op reguliere dagen zijn ze de kers in het toetje. Het slaapmutsje na het voorlezen van enge verhalen over de grote boze buitenwereld.

Vermoedelijk vanwege de eeuwige onbestendigheid van het Hollandse klimaat hebben Nederlanders een collectieve obsessie met het weer. Wat ooit, in de jaren vijftig van de vorige eeuw, begon met een enkele hand (van Joop den Tonkelaar in het NTS journaal) en een bordkrijtje , was in 1982 geëvolueerd tot herkenbare weermannen: Han Mellink, Harry Otten, John Bernard en Erwin Kroll. Magneetborden en plakcijfers waren hun accessoires.

Inmiddels is het weerbulletin, vooral op de commerciële zenders, uitgegroeid tot lange exposés die de kijker meevoeren door de wondere wereld van het weer. Het wonderlijkst is de ingeslopen gewoonte de afgelopen dag nog eens samen te vatten – het regende flink in het noorden, in Limburg daarentegen toonde het zonnetje zich van zijn beste kant. Alsof kijkers de hele dag op een andere planeet vertoefden.

Al langere tijd zijn ingezonden foto’s de trend. Een beetje blije lentedag of najaarsstorm levert soms wel vijfduizend inzendingen op, vertelde Margot Ribberink (RTL) eens. De eerste stranddrukte, de ijspret, de dauwdruppel aan een dennetak, reeën in de ochtendnevel; Nederland is op zijn best wanneer het zichzelf weet te vatten in onverwoestbare beeldclichés.

Niet voor niets liep de opkomst van de weerman (m/v) parallel aan de ontkerkelijking en ontzuiling. De mens heeft behoefte aan houvast, een bliksemgeleider voor zijn diepste angst en beven. Weerlieden zijn de hedendaagse predikers van donder en bliksem, hel en verdoemenis. Waar we vroeger ademloos luisterden naar dominee of pastoor, leggen we nu ons lot in handen van de weersvoorspeller.

De gekste is natuurlijk de ongediplomeerde Piet Paulusma, grossier in onverstaanbare praatjes met wisselend decor. De roofvogelshow in Landal Green Park, het bloemencorso van Zundert: wie betaalt kan hem krijgen. ‘In Winschoten is vannacht 4 millimeter gevallen. Qua regenwater dan.’ Oant moarn!

De populairste is Helga van Leur (RTL), zo bleek althans ooit uit een verkiezing. Hoe je als eenvoudige wolkenvrouw tot hemelse hoogte stijgt: drie jaar geleden werd Van Leur winnaar van Dancing with the Stars. Toegegeven: in het gilde van de weervrouwen heeft ze de beste looks. Haar snoeiharde ‘r’ (Hierrr en daarrr een rrregenbuitje’) wordt haar vergeven. Met juf Helga zijn we terug in de schoolbanken van onze vroegste jeugd: ze spreekt haar kleuters troostend toe in verkleinwoorden: altijd schijnt het zonnetje, mogelijk met een enkel wolkje. Kijk uit, kinders: ‘Het kan nog verrrraalijk glad zijn.’

Ook zij doet haar best zo gewoon mogelijk te zijn. Zie haar website, tegelijk haar visitekaartje voor bedrijven die haar kunnen inhuren voor lezingen en praatjes ‘met een vleugje humor en zelfspot’.

De ongekroonde koning van het genre blijft Erwin Kroll. Er zit een kloeke bundel in de stijlbloempjes van de kalende weerman. Zijn uitspraken hebben soms de filosofische diepgang van John Cruijff. Op Youtube hebben fans enkele hoogtepunten bijeengebracht. Lol met Kroll. Hij analyseert het weer met de hand wijzend op de kaart van Europa: ‘Als er hier een hogedrukgebied ligt, dan ligt het dáár niet. Zo zijn de regels.’ En: ‘Het is warm in Australië. Dat is heel normaal. Maar het is wél zo.’

Kroll spreekt de kijker troostend toe. Hij gaat op de hurken, als de meester op de lagere school legt hij de weerkaart uit. ‘Ik heb hier geen bui gezet, maar u mag daar gevoeglijk een bui bij bedenken, hoor.’ Geen weerman is met zo veel omhaal van woorden in staat uit te leggen dat de sneeuw van vandaag te danken is aan het feit dat er wolken hingen waaruit sneeuw viel. Typische Kroll-logica, toen hij onlangs aarzelde over de ijskwaliteit: het ijs bleef nog gevaarlijk dun, maar als we allemaal in ons eentje gingen schaatsen, moest het kunnen.

Natuurlijk: vertrouwen kun je ze nooit, die koffiedikkijkers. Wie morgen zijn zeiltochtje plant vanwege de stralende dag die Erwin Kroll belooft, moet serieus rekening houden met een knallend onweer. Maar dat maakt niet uit: het weerbericht zien is een ritueel dat in de Hollandse volksaard ligt verankerd, net als het klagen de volgende dag.

Dat weet de weerman. Geen punt, hoort erbij. Alleen Margot Ribberink (RTL) wil van geen wijken weten. In interviews zegt zij steeds: ‘In negen van de tien gevallen hebben we het goed. Maar mensen onthouden alleen het slechte, de keren dat we er eens naast zitten.’ Ze schoof aan bij Pauw & Witteman, aan de vooravond van een voorspeld weeralarm ‘met gevoelstemperaturen van min 15 graden’.

Het voorspelde drama bleef uit. Ribberink voorzag dat de strenge winterkou zou aanhouden tot eind februari. Ruim een week later dooide het dagen achtereen 7 graden.

Sommigen scharen ook de goedaardige bromsnor Peter Timofeeff (RTL) onder de weerlieden. Dat is een misverstand: Peter is een pastiche op de weerman. Overtuigend speelt hij een handelsreiziger, niet in weerpraatjes, maar in los uitgestoten weerklanken.

Tegenwoordig voert hij onemanshows op in het televisietheater van Editie NL, niet toevallig een programma uit de sector infotainment.

In zijn oeverloos geraas begint Timofeeff een zin en ergens in de verte, vele minuten later, klinkt een punt. Tussen komma’s en talloze terzijdes over een reiger in een park, een auto of zijn eigen term ‘geitenweer’, regent het onverstaanbare platitudes over ‘choote feelheden rege’ en ‘laaghangende wolking’. Maar gelukkig: de ‘temmomete’ geeft een prima ‘tempetuu’ aan. ‘Môgge toch al fêftien grade en faiwel droog – das ook nievekeêt.’

In het jargon van de weerman gaat alles zijn gangetje. Vrijwel dagelijks valt ergens ‘een spat motregen’ (Kroll). Mogelijk dwarrelt in het oosten van het land ‘een vlok sneeuw, veel meer zal het niet zijn’ (De Hond). ‘Bewolkt, maar ook een streepje zon’ (Timofeeff). Hoe donker ook de dag, de rechtgeaarde weerliefhebber ziet altijd lichtpuntjes. Ja, ook Erwin Kroll vindt het ‘ij-zig koud’, maar kijkt u eens naar deze schit-ter-ren-de plaatjes. Ziet u die kringen om de maan? Dat noemen wij weerkundigen een halo; Helga van Leur legt het nog eens uit.

Een goeie weerman neemt je bij de hand, en voert je mee op een warme golfstroom vol hogedrukgebieden, verlevendigd met grafieken en tabellen. Zes minuten later en bijgekomen uit je droom ben je de draad allang kwijtgeraakt. Niet erg: je was getuige van een oer-Hollands schouwspel dat in geen enkele inburgeringscursus mag ontbreken. Wat voor weer het wordt, kun je het beste morgen zelf maar zien.

Meer over