Hebreeuws op z'n Arabisch

Hebreeuwse boeken, contracten en boekrollen op een expositie in Amsterdam weerspiegelen zeven eeuwen Joodse geschiedenis. Het bijzondere eraan is dat ze afkomstig zijn van misschien wel de grootste privéverzameling ter wereld en voor het eerst worden getoond....

Wat direct opvalt is de grote verscheidenheid in vorm en kleur. Je ziet het bij de middeleeuwse en 19de-eeuwse Hebreeuwse manuscripten, de Esther-rollen en vooral bij de Joodse huwelijkscontracten aan de muur. De afbeeldingen dragen de sporen van de 17de-eeuwse Italiaanse beeldcultuur, van het Noord-Europese christendom of van Arabische prenten uit de 16de eeuw en later.

De Hebreeuwse handschriften – wetboeken, gebedenboeken, wetenschappelijke boeken, boekrollen, contracten – zijn vanaf komende vrijdag te zien op de tentoonstelling Een reis door Joodse werelden van de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Daar worden voor het eerst in de museale geschiedenis de hoogtepunten getoond uit – vermoedelijk – de belangrijkste privéverzameling van Hebreeuwse handschriften ter wereld. De collectie, die vele honderden objecten omvat, is eigendom van de gefortuneerde Zwitserse vermogensbeheerder René Braginsky, die zijn soms zeer zeldzame handschriften de afgelopen dertig jaar van over de hele wereld bijeen heeft gesprokkeld – volgens de conservator Emile Schrijver louter uit belangstelling voor zijn eigen Joodse cultuur.

Schrijver, conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, de Amsterdamse bibliotheek van judaïca en hebraïca, is verantwoordelijk voor de samenstelling van de tentoonstelling. Twee jaar geleden werd hij benaderd door een Amerikaanse agent van Braginsky, die hem vroeg of hij de expositie wilde organiseren. De Zwitser had voor Amsterdam gekozen vanwege de grote reputatie die de Bibliotheca Rosenthaliana wereldwijd geniet. ‘Braginsky wordt binnenkort 60, en hij vond het tijd worden om, zoals hij het noemde, zijn stukken wat frisse lucht te geven’, vertelt Schrijver, die zegt geen grotere privéverzameling te kennen dan die van de Zwitser.

De expositie omvat 104 stukken, zowel uit de Braginsky-collectie als uit de Bibliotheca Rosenthaliana, waarvan 56 manuscripten en gedrukte boeken, 23 huwelijkscontracten (Ketoebot) en 25 boekrollen (Megillot): zeven eeuwen Joodse geschiedenis. Tot en met 17 januari 2010 zijn ze te zien in Amsterdam, daarna in New York en Jeruzalem.

Braginsky heeft volgens Schrijver ‘vooral verzameld op beeldende kwaliteit’, op bijzondere, geïllustreerde handschriften. Het duurste object is de Charlotte von Rothschild Haggadah op perkament, die in 1842 in Frankfurt am Main is gemaakt. Het is een bijzonder geschrift, omdat het vermoedelijk het eerste en enige Hebreeuwse manuscript is dat door een vrouw is geïllustreerd – Charlotte von Rothschild decoreerde het boekwerk met achttien geschilderde miniaturen in de stijl van de 19de-eeuwse Duitse Romantiek en oude rooms-katholieke kerkboeken.

Uit loyaliteit met de eigenaar wil Schrijver niet zeggen hoeveel het manuscript waard is. ‘Hou het maar op een bedrag tussen vijf en zes nullen’, zegt hij. ‘Je kunt het ook anders zeggen: in de Middeleeuwen werd voor dergelijke manuscripten de prijs van een flink herenhuis betaald. En dat is nog steeds zo.’

De Hagaddah, een paasvertelling over de uittocht van de Joden uit Egypte, is het meest geïllustreerde boek van alle Joodse boeken. Meer dan vijfduizend gedrukte exemplaren en honderden manuscripten zijn ervan verschenen. Een ongewoon exemplaar is de Bouton Haggadah, zo genoemd naar de 19de-eeuwse Franse kunstenaar Victor Bouton, het uitzonderlijkste stuk van de tentoonstelling. Bouton schilderde zijn afbeeldingen met veel goud en lapis lazuli in de geometrische lijnen van Perzische illustraties uit de 16de eeuw. Hij voorzag het manuscript van Franstalige instructies. De kunstenaar maakte het werk in opdracht van een rijke Jood, die er 32 duizend gouden francs voor neertelde.

De objecten met de grootste geografische spreiding zijn de Joodse huwelijkscontracten (van 1648 tot 1905). De meeste zijn afkomstig zijn uit Italië, maar ze komen ook uit Amsterdam, Bayonne, Gibraltar, Marokko en India. Het huwelijkscontract werd opgesteld door rabbijnen en moest de bruid een veilig bestaan garanderen. Het gaf inzicht in de financiële en andere verplichtingen van de bruidegom, die later onder gretige publieke belangstelling werden voorgelezen. ‘In veel Joodse gemeenschappen werd er dan ook veel aan gedaan om zo goed mogelijk voor de dag te komen, met een redelijk kapitaal en mooi uitgevoerde huwelijkscontracten’, vertelt Schrijver.

Tot de pronkstukken van de tentoonstelling behoort ook een rijk geïllustreerde, zeven meter lange Esther-rol uit 1901, afkomstig van een Joodse familie, die in 1832 van Bagdad naar India verhuisde. In dit type boekrollen wordt het verhaal verteld van koningin Esther die haar echtgenoot Ahasveros (Xerxes) ertoe weet te bewegen zijn vazal Haman te laten doden omdat die alle Joden in het Perzische rijk wil laten vermoorden.

Het oudste stuk van de tentoonstelling is een wetboek uit 1288. Maar er zijn oudere Hebreeuwse handschriften bekend. ‘Even afgezien van de Dode Zee-rollen: het oudst gedateerde handschrift is van 903’, zegt Schrijver. ‘Maar over de bronnen van de echt oude handschriften weten we weinig. Dat komt doordat teksten voortdurend werden bewerkt en van kanttekeningen voorzien. Een volgende schrijver schoof die kanttekeningen en de tekst dan in elkaar, waardoor de oorspronkelijke tekst verloren ging.

‘Wat je dan ook van deze handschriften kunt leren, is dat de manier waarop de Joodse traditie is doorgegeven, per definitie fluïde is – het ging alle kanten op. Geleerden maakten en bewerkten kopieën voor eigen gebruik, niet om authentieke handschriften veilig te stellen.’

Meer over