Film

Hebben de ‘controversiële’ films van regisseur Nouchka van Brakel de tand des tijds weten te doorstaan?

Veertig jaar na dato zijn drie films van Van Brakel over ‘sterke vrouwen en hun gevecht met hun seksuele identiteit’ opnieuw uitgebracht, als de Nouchka van Brakel Trilogy.

Regisseur Nouchka van Brakel aan het werk. Beeld ANP
Regisseur Nouchka van Brakel aan het werk.Beeld ANP

De Nederlandse zanger Rob de Nijs had in de zomer van 1977 een bescheiden hit, die vooral door een persiflage van tv-cabaretiers Kees van Kooten en Wim de Bie zou uitgroeien tot een klassieker. In Het werd zomer bezingt hij een melancholieke avond waarop hij eenzaam over het strand wandelt, ‘zomaar nergens heen’. Maar dan ziet hij haar, van het een komt het ander en ‘als een jongen pakte ik je hand, maar als een man zag ik de zon weer opgaan’. Want hij was 16 en zij was 28. (In de persiflage van Van Kooten en De Bie wordt het leeftijdsverschil per couplet groter.)

Een paar maanden eerder was in Nederland Het debuut in première gegaan, de eerste speelfilm van regisseur Nouchka van Brakel. Daarin legt de 14-jarige Amsterdamse Carolien het aan met een 41-jarige vriend van haar ouders, door wie zij zich laat ontmaagden.

Het zijn natuurlijk maar twee popculturele uitingen, maar toch, ze laten zien wat er speelde in de maatschappij en hoe er in die tijd tegen onconventionele onderwerpen werd aangekeken. (Een jaar later, in 1978, zou het tv-discussieprogramma Een groot uur U een positief getoonzette uitzending wijden aan pedofilie, om even oneerbiedig allerlei zaken op een hoop te vegen.) De Volkskrant schreef in de recensie van Het debuut: ‘Een goed gegeven eigenlijk. Om zo’n meisje-man-verhouding eens door te lichten, met het jonge kind als de verleidster van de oudere man.’

Hugo (Gerard Cox) en Carolien (Marina de Graaf) in Het debuut (1977). Beeld
Hugo (Gerard Cox) en Carolien (Marina de Graaf) in Het debuut (1977).

Het debuut maakt nu deel uit van een nieuwe (Amerikaanse) uitgave van drie door Eye Filmmuseum in Amsterdam digitaal gerestaureerde films van Nouchka van Brakel. De andere twee zijn Een vrouw als Eva (1979) en Van de koele meren des doods (1982), de verfilming van het gelijknamige boek uit 1900 van Frederik van Eeden. Aangeprezen als ‘drie controversiële en subversieve films over sterke vrouwelijke personages en hun gevecht met hun seksuele identiteit’. Inderdaad vormen de eerste drie speelfilms van Van Brakel (geboren in 1940 in Amsterdam) thematisch een eenheid. In Een vrouw als Eva is Monique van de Ven een jonge huisvrouw en moeder, die er pas achter komt waarom ze ongelukkig is als ze op vakantie in Zuid-Frankrijk verliefd wordt op een vrouw die in een commune leeft en homoseksueel is. En Van de koele meren des doods gaat over de levenslange strijd van Hedwig (Renée Soutendijk) om te mogen zijn wie ze is – en dat is niet wat de normen van die tijd voorschrijven. Vooral dat ze haar recht op seksualiteit opeist, maakt haar strijd kansloos.

In 1976 zei Van Brakel daarover in een interview met filmtijdschrift Skoop: ‘In de film is er nooit veel belangstelling geweest om de vrouw in haar eigen wereld te laten zien. Ik denk dat ook maar weinig mannen in staat zijn om dat te doen. Vrouwen krijgen altijd alleen de rol van minnares en huisvrouw toebedeeld. Het beeld van de vrouw in films wordt vervormd omdat mannen die films maken.’ En in het boekje dat de nieuwe uitgave vergezelt, schrijft ze nu over Het debuut: ‘Anders dan Lolita is Carolien niet het slachtoffer van mannelijke seksuele onderdrukking. Zíj is degene die haar gevoel volgt dat op zoek is naar een seksuele ervaring. Het is háár keuze te onderzoeken hoe ver ze kan gaan met haar seksuele verlangens. En zij is ook degene die de relatie beëindigt wanneer ze er genoeg van heeft.’

Laat Het debuut zich nu nog altijd zo bekijken? Opvallend genoeg wel. Er zijn genoeg aspecten aan de film die de tand des tijds niet hebben doorstaan. Gerard Cox, die in Het debuut zijn speelfilmdebuut maakte, heeft moeite te overtuigen als de 41-jarige Hugo, de licht gefrustreerde echtgenoot van Pleuni Touw. Zij wonen en werken in Zambia en zijn voor onbepaalde tijd teruggekeerd naar Nederland, waar ze met hun beste vrienden, het huisartsenechtpaar Dolf de Vries en Kitty Courbois, de eindejaarsfeestdagen vieren. Het scenario biedt hem niet altijd voldoende houvast. Wanneer hun dochter, de 14-jarige Carolien (verpletterend debuut van de 17-jarige Marina de Graaf) zich aan hem opdringt, krijgt hij zinnen in de mond gelegd als: ‘Wat ben je toch een merkwaardig meisje’ en: ‘Schatje, schatje, dat kan toch niet, wat moet ik toch met jou.’ Voorts dwaalt de film soms dwingerig af in pamflettistische richting: in de kerstmusical spelen Carolien en haar vriendin twee engelen waarvan er een ongewenst zwanger is en een abortus krijgt aangeraden.

Carolien (Marina de Graaf) en Hugo (Gerard Cox) in Het debuut (1977). Beeld
Carolien (Marina de Graaf) en Hugo (Gerard Cox) in Het debuut (1977).

Wat wel overtuigt, is de daadkrachtige wijze waarop Carolien op haar doel afstevent. In een nog licht verstikkend milieu danst zij, twee staarten in het haar, in de klas op tafel om de leraar uit te dagen. Thuis toont ze zich puberaal geprikkeld en vlucht vaker dan eens van tafel, op school draaien zij en haar vriendin om de populairste jongens heen. Als ze op een dag plompverloren verkondigt: ‘Ik geloof dat ik aan de pil moet’, zet dat niet alleen thuis de zaken op scherp. Ze heeft, zoveel is duidelijk, haar zinnen gezet op de 41-jarige Hugo, die niet in de gelukkigste periode van zijn huwelijk verkeert, al blijft onduidelijk waarom dat is. Wellicht ook in de geest van de tijd beweegt hij steeds meer in haar richting, wat er uiteindelijk op uitdraait dat ze samen in een hotelbed wakker worden. Hij: ‘Heb ik je geen pijn gedaan?’ Zij: ‘Jezus, dat is waar ook, ik ben ontmaagd.’ Waarna ze uitgelaten op het bed danst en het naakt op het balkon uitschreeuwt.

Dankzij het ijzersterke acteren van Marina de Graaf en de brede bedding – school, thuis – waarin het gedrag van haar personage Carolien voorstelbaar wordt, ga je als kijker ook nu nog lang en ver mee in de ontwikkelingen. Dat regisseur Van Brakel ervoor zorgdraagt Caroliens perspectief geen moment uit het oog te verliezen, speelt daarin een sturende rol. Maar er is één moment waarop je beseft: nee, dit gaat te ver. Op een van de avonden waarop Carolien een succesvol appèl doet op Hugo’s behoefte de burgerlijke gezelligheid van de feestdagen te ontvluchten, neemt ze hem mee naar haar school. Daar klimmen ze over het hek en breken in in de gymzaal. Daar Gerard Cox aan de ringen te zien is vermakelijk. Maar wanneer Carolien zich tot hem richt, haar lippen in de richting van de zijne beweegt en zich ostentatief van haar trui ontdoet, zeg je in 2021: nee, hier echt stoppen, Hugo, dit kán niet. In eerdergenoemde recensie in de Volkskrant schreef B.J. Bertina destijds: ‘Opvallend is de nadrukkelijke argeloosheid die Gerard Cox bij dit alles uitstraalt.’ Dat is toch net even wat anders.

De andere twee films in Van Brakels trilogie doen nu minder wenkbrauwen fronsen. Van de koele meren des doods is een door Theo van de Sande prachtig gedraaid kostuumdrama. In de romanverfilming lijdt Hedwig – Frederik van Eedens romanpersonage wordt sterk gespeeld door Renée Soutendijk – van kinds af aan onder de normen van haar tijd, wat haar een helletocht door het leven bezorgt. De film verdrinkt door het taalgebruik in de dialogen, dat passend bij de tijd (1900) wilde zijn, maar zijn doel voorbijschiet (‘Je hebt mijn eer geschandvlekt’).

Hedwig (Renée Soutendijk) in Van de koele meren des doods (1982). Beeld
Hedwig (Renée Soutendijk) in Van de koele meren des doods (1982).

Het soms prekerige en trage Een vrouw als Eva werd door Van Brakel in 2020 nog altijd een geslaagd contrast genoemd ‘met snelle, heftige mannenfilms’. Dat zei ze na afloop van een vertoning van de film in Eye Filmmuseum, waar ze werd geïnterviewd door Volkskrant-filmmedewerker Floortje Smit (als extra op de blu-ray aanwezig). Al zei ze er glimlachend bij dat het ‘wel iets genuanceerder had gemogen’. In Een vrouw als Eva ontdekt Monique van de Ven als getrouwde moeder dat ze zulke sterke (seksuele) gevoelens voor een vrouw koestert dat ze (in feite door de rechter) wordt gedwongen tot een onmogelijke en pijnlijke keuze, namelijk die tussen haar kinderen en haar nieuwe vriendin (een opvallende en ingetogen rol van de internationale ster Maria Schneider).

Maria Schneider en Monique van de Ven in Een vrouw als Eva (1979). Beeld ANP
Maria Schneider en Monique van de Ven in Een vrouw als Eva (1979).Beeld ANP

Waar Het debuut ondanks de radicale slechting van grenzen overtuigend en genuanceerd blijft, vervalt Een vrouw als Eva te vaak in stereotyperingen en clichévalkuilen: de huisvrouw in de moderne galerijflat die eigenlijk niets te klagen zou moeten hebben; de werkende vader die pathetisch uitroept dat hij het allemaal alleen maar voor zijn gezin doet; de vriendin die cynisch aankijkt tegen Van de Vens ommezwaai. Maar ook de problematiek in déze film blijft actueel, dat beseft ook Van Brakel nu nog. In 2018 zei ze in de Volkskrant: ‘De bewustwordingsgolf uit de jaren zestig en zeventig is weggeëbd, we zitten nu weer in een periode van ieder voor zich. Jammer.’ En: ‘De interesse voor seks lijkt bij de jongere generatie beduidend minder dan bij ons. Voor ons was er dan ook echt iets te veroveren.’ Tegen de een paar decennia jongere interviewer zegt de dan 77-jarige filmmaker: ‘Jij kunt je dat vast niet voorstellen.’

Nouchka van Brakel Trilogy, op blu-ray en dvd verschenen bij Cult Epics (VS), Nederlands gesproken, Engels ondertiteld, online verkrijgbaar.

null Beeld

Knokpartij

Opmerkelijke gebeurtenis tijdens de opnamen van het ‘feministische pamflet’ Een vrouw als Eva: bij het filmen van een vrouwenfestival werden regisseur Nouchka van Brakel en de (deels mannelijke) crew aangevallen door vrouwen van het Lesbisch Front. Van Brakel, tijdens het interview in 2020 na afloop van de vertoning in Eye Filmmuseum in Amsterdam: ‘Ze vonden dat Monique die rol niet kon spelen, want ze was niet lesbisch, en dat ik geld verdiende over de ruggen van vrouwen omdat ik een commerciële film maakte. Zulke agressie in een beweging die zich eigenlijk tegen zichzelf keert, zie je nu ook weer gebeuren.’

Meer over