Aard van het beestje

Heb je een goed muizenjaar, dan heb je een goed wezeljaar

Wezel Beeld Illustratie Margot Holtman
WezelBeeld Illustratie Margot Holtman

Caspar Janssen gaat wekelijks op zoek naar een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier? En waarom doet het juist nu van zich spreken?

Nee, de wezel gaan we niet zomaar zien vandaag, hier bij de Drentsche Aa, bij Taarlo, toch een goed leefgebied. Zelfs Matthijs Smaal, die hier al zeven jaar kleine marters volgt, ziet misschien twee wezels per jaar in het veld. Ze zijn klein, om te beginnen. Het kleinste roofdier van Europa; het vrouwtje is nauwelijks groter dan een veldmuis. Smaal: ‘Ze maken hun nestjes vaak onder struiken, of in een muizen- of mollenhol. Zo’n nestje is zo klein, misschien 15 bij 15 centimeter.’

Een voordeel van dat klein zijn: wezels kunnen woelmuizen, hun favoriete prooidieren, achtervolgen tot in hun hol.

De wezel leidt een verborgen bestaan, hij kan immers zelf ook prooidier zijn. Wezels verplaatsen zich via houtwallen, slootkanten, greppels, bermen. Van daaruit zoeken ze wel af en toe de openheid van een weiland of akker op, voor de jacht.

De aanname is dat het niet best gaat met de kleine marters, zoals de wezel en de hermelijn. Door het verdwijnen van het kleinschalige cultuurland vooral, met plekjes waar de kleine marters beschutting en nestgelegenheid kunnen vinden. ‘Maar’, zegt Smaal, ‘de aantallen fluctueren enorm. 2019 was hier echt een topjaar. En dat had weer alles te maken met de muizenstand, 2019 was ook een geweldig muizenjaar. Wezels reageren daar enorm op. Ik denk zelfs dat het aanbod van muizen de belangrijkste sturende factor is.’

Dit jaar is het minder, maar dit is wel de tijd van het jaar dat er iets meer kans is op het treffen van een wezel. De jonge wezels verlaten het ouderlijk gebied, gaan migreren. Smaal: ‘Wezels zijn een soort nomaden. Ze gebruiken wel 20 tot 25 nesten om in te slapen. Ze hebben vaak vaste looproutes.’

In een greppel, onder een houtwal, door de brandnetels. De perfecte wezelbiotoop, aldus Smaal. ‘Hier hebben ze de keuze uit aardmuis en veldmuis op de hogere randen, en in dat overhoekje zitten rosse woelmuizen. Dan heb je dus drie woelmuissoorten bij de hand. En beschutting.’

Wezel met prooi. Beeld Illustratie Margot Holtman
Wezel met prooi.Beeld Illustratie Margot Holtman

Onder de struiken bevindt zich een nestkast met camera van Smaal. Hij vervangt de batterijen en de fotokaartjes. Smaal ontwikkelde de cameraval, de ‘Struikrover’, speciaal om kleine zoogdieren en marters op een niet verstorende manier te registreren. Het inventariseren doet hij - hovenier van beroep - uit interesse. ‘Als je dit twintig jaar volhoudt, heb je een mooie datareeks.’ Niet alleen van de kleine marters, maar ook van muizen. Want: ‘Er staan eigenlijk vooral muizen op de beelden.’

Van de ene greppel naar de andere, door struiken heen, onder bomen langs. In een van de kastjes ontdekken we spitsmuisjes. Verder is het tamelijk stil. Smaal: ‘Landschappelijk is het hier mooi, maar het is jammer dat hier helemaal geen plek meer is voor landbouw. Een beetje bemesting her en der, of een graanveldje, dat zou mooi zijn. Daar komen ontzettend veel soorten op af. Dertig jaar geleden kon je hier vaak het verschil niet zien tussen natuur en landbouw. Toen waren hier ook nog weidevogels. Die zijn nu verdwenen, zowel uit het natuurgebied als uit het landbouwgebied.’

Ook voor de kleine marters is het er niet per se beter op geworden, vermoedt Smaal. ‘Het maaien gaat hier best grootschalig. En als dan de maaier is geweest komt er een grote groep ooievaars, ze gaan er als een stofzuiger overheen. Ze pakken alle muizen, en trouwens ook wezels.’

Maar ze zijn er nog, wezels, bewijzen de beelden die Smaal later opstuurt.

Meer over