Hazer neemt ons terug naar de Smedestraat

Jeroen Thijssen schreef een roman die is gesitueerd in een kraakpand in Haarlem. Tijdens de voorbereidingen kwam hij niet verder dan de stoep. Nu ging de deur open.

Paul Onkenhout
null Beeld Marcel Wogram
Beeld Marcel Wogram

Na bijna veertig jaar is Jeroen Thijssen (57) terug in het oude politiebureau in het centrum van Haarlem. 'Goh', zegt hij, verbaasd om zich heen kijkend en zoekend naar herkenningspunten. 'Geweldig.'

Het monumentale, beeldbepalende gebouw in de Smedestraat dateert uit 1898 en werd ontworpen door stadsarchitect Leijh. Neo-Hollandse renaissance wordt de bouwstijl genoemd. Eén deur verderop is de Hema gevestigd.

Smedestraat 9-11 is het decor en de spil van Hazer, de derde roman van Thijssen. Eerder schreef hij Broeder (2007) en het veelgeprezen Solitude (2014), dat vijf sterren kreeg in NRC Handelsblad en vier in de Volkskrant.

De titel Hazer is ontleend aan de naam die hij voor het pand verzon. In de roman neemt een jongen, Rogi Pardoen, in 1978 er zijn intrek, nadat hij op straat is komen te staan. Zijn ouders, hippies, zijn plotseling naar Ierland verhuisd.

Tot 1975 was het pand als politiebureau in gebruik, daarna werd het ook in werkelijkheid gekraakt. Het paste in de tijd: overal in Nederland werden leegstaande panden in bezit genomen door jongeren - ook in het relatief rustige Haarlem.

Thijssen zelf woont inmiddels in Vught. Haarlem verliet hij om in Tilburg journalistiek te gaan studeren. Hazer is óók een ode aan zijn oude woonplaats. Hij was geen kraker. 'Ik zat goed, thuis bij mijn ouders in Overveen. Ik had geen reden om te kraken.' En nee, zijn ouders waren geen hippies, 'al had mijn vader wel een baard.'

Hij kwam vaak in de Smedestraat, tussen 1978 en 1980, om vrienden en vriendinnen te bezoeken die hij van school kende. Net zoals Rogi in Hazer was hij vooral een waarnemer. Het was een rauwe tijd, met een explosieve mengeling van merendeels vage, linkse idealen, drank en drugs - en toen spoelde de punk ook nog eens in Nederland aan.

Hoewel hij een 'nette jongen' was, ondanks een tocht langs vier middelbare scholen ('Huiswerk deed ik niet'), dreven de excessen hem destijds naar de Smedestraat. 'Vooral in 1979 was het een behoorlijke zooi. Dat vond ik boeiend.'

Voor zijn derde roman plunderde Thijssen zijn herinneringen. Brokstukken smolten samen of werden aangepast, net als de namen van bewoners. Hij vergrootte het pand en negeerde dat het voorste deel van het gebouw destijds door anti-krakers in bezit was genomen.

Net zoals voor Solitude, dat zich grotendeels in Nederlands-Indië afspeelt, deed hij voor Hazer uitgebreid research. Hij ging grondig te werk, op de fiets door Haarlem en de Smedestraat, observerend en fotograferend. 'Voor Solitude ben ik naar Indië gegaan, om locaties te bekijken. Ik wilde weten hoe het eruitzag, hoe het rook en voelde.'

Die les had hij getrokken uit het lezen van een roman van Jan Wolkers, De Walgvogel: 'Ik ben een groot fan van hem en het is een goed boek, totdat de hoofdpersoon naar Indië vertrekt. Wolkers is daar niet heengegaan, het is aan alles merkbaar. Meteen leeft het verhaal niet meer, al wordt er nog wel veel geneukt.'

null Beeld RV
Beeld RV

Wanneer Thijssen in Haarlem was, ging hij altijd even kijken in de Smedestraat. 'En Google Earth is ook handig.' Tijdens de voorbereiding voor Hazer kwam hij niet verder dan de stoep. Pas vandaag betreedt hij het pand dat, het was te verwachten, onherkenbaar is veranderd.

Het kost hem desondanks weinig moeite het oude politiebureau voor zich te zien, met de enorme kelders, de cellen, de oude kamer van de commissaris met het visgraatparket, het loket waar burgers aangifte konden doen en de kamers waar zijn vrienden woonden. De vrees van Thijssen dat in het pand 'yuppenhokken' zouden zijn gebouwd, is ongegrond.

Chrystl Rijkeboer (58) leidt rond. Ze woont hier al sinds 1986 en is de huishistoricus, samen met haar man. De herbergmoeder, noemt ze zichzelf gekscherend.

Rijkeboer kent alle verhalen van vroeger en is secretaris van de coöperatieve woonvereniging die 23 kleine appartementen beheert. Trots toont ze oude foto's van het pand. Over de huidige eigenaar, woningbouwvereniging Ymere, spreek ze vol lof.

Ze maakte nog net de laatste stuiptrekking van de krakersbeweging mee. Voor de wilde tijd was ze te laat, maar ook in 1986 stonden 's nachts nog regelmatig mensen voor haar raam die heroïne wilden kopen.

'En als je boodschappen had gedaan en je tas even op de gang zette om naar het toilet te gaan, was-ie verdwenen. En je tv kon ook zomaar gejat worden. Het was een chaos.' Een streng ballotagebeleid heeft hen gered, zegt ze.

Thijssen en Rijkeboer blijken dezelfde oud-bewoners te kennen: Vincent, Pauline, Marcelien, Bart, Margot. 'Jeffrey, een van de krakers, is vorig jaar overleden.'

Sommigen figureren in Hazer, met andere namen en ja, inderdaad was er een wonderlijk meisje, Tanja, dat een schommel ophing in haar kamer en daar onophoudelijk gebruik van maakte. 'En Robbes is tegenwoordig buschauffeur.'

Ook in zijn roman Solitude waren de hoofdpersonen, Frank en Robert Bramme, Haarlemse krakers. Sommige personages keren terug in Hazer, waarin Thijssen samenvat hoe de kraakbeweging zijn eigen ondergang tegemoet gaat en waarin hij het moeizame verloop van de opbouw van een gemeenschap beschrijft.

'Idealisten werden steeds grimmiger en botsten steeds vaker met jongeren die simpelweg op zoek waren naar woonruimte. En tegelijkertijd was er een groeiende tegensteling tussen oud en jong. De hippies verweten ons dat we de revolutie hadden verkwanseld.'

De kraakbeweging verdient een grotere plaats in de Nederlandse literatuur dan nu het geval is, zegt hij. Uitzonderingen zijn De slag om de Blauwbrug en Advocaat van de hanen van A.F.Th. van der Heijden en het vorig jaar verschenen Kind van de verzorgingsstaat van Rob van Essen.

'Van de 20ste eeuw is het beeld ontstaan dat het een vreedzame periode was, op twee wereldoorlogen na. Iedereen lijkt te zijn vergeten dat begin jaren tachtig, tijdens krakersrellen, tanks op burgers werden afgestuurd. Uitgerekend in die turbulente tijd muntte journalist Henk Hofland de term 'de grote matheid'. Idioot gewoon, dan kijk je niet om je heen.'

De jaren negentig hebben het beeld vertekend, veronderstelt hij. 'De jaren dat het geld uit de bodem spoot, alles plotseling kon en iedereen een huis kocht.'

Steeds scherper zag hij tijdens het schrijven van Hazer de parallel met de huidige tijd. Jongeren kunnen geen baan vinden, ouderen evenmin. Woonruimte is schaars en duur.

'Het verschil is dat wij destijds deel uitmaakten van een massabeweging, een legioen van ontevredenen. Solidariteit bond ons en we hadden het gevoel dat we met z'n allen waren; dat we ertoe deden en dingen konden veranderen. Dat gevoel ontbreekt nu totaal. De massa is door en door verdeeld.'

null Beeld RV - Noord Hollands Archief
Beeld RV - Noord Hollands Archief

Nog een overeenkomst: de toenemende spanningen in de wereld. 'Wij leefden onder de spanning van de laatste fase van de Koude Oorlog, met de botsingen tussen Amerika en de Sovjet-Unie. Die dreiging van toen is nu weer voelbaar. '

Een verteller, noemt Thijssen zichzelf. Het is bijna een geuzennaam. 'Voor sommige recensenten is het zelfs een vloek.' Hij wil grote verhalen vertellen, waarin kleine verhalen verborgen zitten. 'En niet andersom.' In Hazer is de hoofdpersoon geïntrigeerd door een familiegeheim, daterend uit de Tweede Wereldoorlog. Zijn volgende roman gaat over de periode na de afschaffing van de slavernij en is gesitueerd in Suriname.

Met licht afgrijzen stelt hij vast dat het in de Nederlandse literatuur vaak gaat over jongens en meisjes die in de grote stad, Amsterdam, een opwindend leven leiden of eenzaam zijn.

'Hoogst zelden gaat het nog over grote thema's. Grote maatschappelijke thema's spelen in romans en verhalen al sinds de jaren tachtig nauwelijks een rol. De meeste verhalen zijn braaf en de zinnen zijn kort. En er gebeurt niks.'

In het oude politiebureau in de Smedestraat geeft bewoonster Chrystl Rijkeboer een mogelijke verklaring. 'De kinderen van nu zijn zó braaf. Alleen de oude lijken hier doen nog een beetje gek.' Thijssen, vader van een dochter (27) en een zoon (18), knikt instemmend.

Meer herinneringen. Het alternatieve café Het Melkwoud in de Zijlstraat, de dealer in de Morinnesteeg om de hoek, café Guust in de Lange Wijngaardstraat, discotheek Why Not: allemaal verdwenen.

'Ik heb Haarlem met sprongen zien veranderen. Er zijn veel meer culturele voorzieningen dan destijds, het publiek is koopkrachtig en het restaurantaanbod is vergelijkbaar met dat van Amsterdam. In een lege winkel komt meteen een hippe koffietent of trendy restaurant.'

Misprijzend: 'Het wordt wat overdreven inmiddels.'

De laatste jaren wordt de drang om terug te keren naar Haarlem steeds groter. 'Ik heb hetzelfde gevoel dat Nederlanders die naar Australië zijn geëmigreerd vaak hebben.' Voor zijn werk moet hij vaak naar Amsterdam. Inmiddels staat hij bij de gemeente Haarlem ingeschreven als woningzoekende.

Saruman

Het is geen toeval dat in Hazer, de derde roman van Jeroen Thijssen, een hond figureert met de naam Saruman. Vanwege diens vertelkunst is Thijssen een bewonderaar van J.R.R. Tolkien. In In de ban van de ring is de kwaadaardige tovenaar Saruman een van de hoofdpersonages. 'Op deze manier eer ik hem een beetje.'

Thijssen groeide op met Tolkien. De honden van zijn moeder heetten Merijn en Frodo, naar de hobbits uit In de ban van de ring, zijn broer gaf destijds een witte rat de naam van een ork, Shagrat. 'Ik heb zijn boeken vaak en met veel plezier gelezen. Tolkien slaagt erin de lezer mee te nemen naar een andere, geloofwaardige wereld, dat waardeer ik enorm.'

De stad is hem nog steeds zeer lief, en de periode dat hij het kraakpand in de Smedestraat bezocht eveneens. 'Het mooiste van die tijd was het gevoel dat alles kon; dat alles ging beginnen. Dat gevoel heb ik helaas allang niet meer.'

Jeroen Thijssen: Hazer. Nieuw Amsterdam, euro 19,90, 320 bladzijden.

Meer over