Harry Mulisch trekt er nu een zaal vol Fransen

Parijzenaars vinden hun weg naar het Institut Néerlandais, vandaag vijftig jaar oud...

Van onze correspondent Fokke Obbema

‘Parijzenaars beginnen het Institut Néerlandais te kennen. Door de ligging is het helaas niet een plek waar ze even binnenlopen, je moet er echt apart naartoe gaan. Het krijgen van naamsbekendheid blijft werk in uitvoering.’ De Parisienne Elisabeth Nora, organisator van fototentoonstellingen, formuleert het met de nodige beleefdheid. Het Institut Néerlandais, dat tot doel heeft de Nederlandse cultuur in Frankrijk uit te dragen, is bij de culturele élite van Parijs nog altijd geen gevestigd begrip. Maar volgens haar is het ‘extreem levendige’ instituut, waar voortdurend tentoonstellingen, concerten en debatten worden georganiseerd, wel in opmars. Vandaag wordt het vijftigjarige bestaan gevierd. Koningin Beatrix komt daarvoor naar het statige pand, dat vlak bij het Franse parlement staat.

‘De buitenlandse culturele instituten in Parijs slagen er over het algemeen goed in mensen uit eigen land te trekken, maar hebben als gemeenschappelijk probleem Parijzenaars binnen hun poorten te krijgen’, analyseert Gallimard-uitgever Jean Mattern, die auteurs als Harry Mulisch en Hella Haasse op de Franse markt begeleidt. Net als Nora meent hij dat het instituut nog flink aan naamsbekendheid kan winnen, maar dat het in de afgelopen jaren de goede weg is ingeslagen. ‘Een jaar of zes geleden was er een avond met Mulisch op het Institut en zaten er vooral Nederlanders in de zaal. Een paar maanden geleden kwamen vooral veel Fransen op hem af. Dat zegt iets over de toegenomen bekendheid van Mulisch, maar ook over het Institut. Er is duidelijk een ontwikkeling ten goede’, meent hij.

Die verandering wordt zowel door Nora als Mattern teruggevoerd op de huidige directeur, Rudi Wester. ‘Ze heeft een sterke persoonlijkheid, dat is erg belangrijk voor de uitstraling van een cultureel instituut’, stelt Nora. ‘Ze is erg goed in netwerken en weet de media goed te bespelen’, meent Mattern. Beiden roemen de inhoud van het jubileumprogramma, aangeduid met de woordspeling Haut les Pays-Bas! (Hoog de Lage Landen).

‘De Franse culturele elite heeft als eerste associatie bij Nederlandse kunst toch nog altijd de schilderkunst van de Gouden Eeuw. Nou goed, muziekliefhebbers kennen ook nog het Concertgebouworkest, maar dan houdt het wel op. Dit programma maakt duidelijk hoe divers het Nederlandse aanbod van moderne kunstvormen is – muziek, film, design, fotografie, noem maar op’, zegt Mattern. Meer algemeen prijst hij de financiële bijdrage van de Nederlandse overheid aan cultuur. ‘Zonder ideologische verhalen te houden, zoals hier, speelt de staat toch een heel belangrijke rol.’

‘Voor een klein land is er enorm veel in beweging. Ik heb de laatste tijd de indruk dat ik overal Nederlanders tegenkom’, vult Nora aan. Robert de Tinguy, werkzaam in de financiële wereld en als buurtbewoner een regelmatig bezoeker van het Institut, roemt de ‘aangename mélange’ van oude en nieuwe kunst. ‘Bij Franse culturele instellingen is er een strikte scheiding tussen modern en oud. Hier komen beide tot hun recht.’ Ook geniet hij van de debatten over maatschappelijke onderwerpen als euthanasie en kolonisatie: ‘Dat zijn echt diepgaande discussies met vaak uitstekend gekozen deelnemers.’

De debatcultuur op het Institut is een erfenis van de voorganger van Rudi Wester, essayist Henk Pröpper. Bij zijn aantreden in 1999 had Pröpper het Amsterdamse debatcentrum De Balie voor ogen. Daarmee stond de Amsterdammer haaks op de benadering van zijn voorgangers. Die werden tot dan toe vooral gerekruteerd onder Haagse ambtenaren, die eropuit waren controverses te vermijden.

De weg die het instituut onder Pröpper is ingeslagen, heeft Rudi Wester, eveneens een Amsterdamse, vervolgd. De transformatie van het Institut Néerlandais van een tamelijk saaie enclave naar een ‘extreem levendige’ plek wordt tot in detail beschreven in het vandaag aan koningin Beatrix uit te reiken jubileumboek 121, rue de Lille, geschreven door voormalig Trouw-correspondent in Parijs Pieter van den Blink.

Meer over