Hancock als ecstasy op North Sea Jazz

Dat was het mooie van North Sea Jazz 2009: krachtige artiesten sprongen er meteen uit.

Van onze medewerker Koen Schouten

Herbie Hancock rommelde wat. Alsof hij voor zich uit zat te spelen in zijn woonkamer. Onafgemaakte frases, half ritmische dingetjes in het luchtledige.

Solostukje

Opeens had hij beet. De pianist was haast onmerkbaar overgegaan in een van de mooiste stukjes muziek die het afgelopen weekeinde te horen waren op het North Sea Jazz Festival. Een vermenging tussen zijn composities Dolphin Dance en de volkomen platgespeelde kraker Cantaloupe Island, op zo’n briljante manier geïmproviseerd dat je er tranen van in je ogen kreeg. Het geniale kadootje was onderdeel van een concert dat Hancock gaf met de klassieke pianoster Lang Lang en de Neue Philharmonie Westfalen. Matig orkest, de improvisaties met Lang Lang waren vooral gezellig, maar dit solostukje Hancock werkte als ecstasy: de wereld was goed en alles was liefde.

Het was tekenend voor de sfeer afgelopen weekeinde in het Rotterdamse Ahoy. De 70 duizend bezoekers die op de 150 concerten op 15 podia waren afgekomen, waren deze 34ste editie opvallend relaxed, welwillend en hongerig naar bevlogen muziek. Zou het door de crisis komen?

Die had in elk geval geen effect op de kaartverkoop. Alleen vrijdag was het rustig, maar dat kwam vooral door een fikse metrostoring. Zaterdag en zondag waren ondanks de afwezigheid van exclusieve publiekstrekkers uitverkocht.

Fijnproevers

De twee thema’s van dit jaar, John Zorn en Japan, waren vooral voor fijnproevers. Die hebben doorgaans het minst te zoeken op zaterdag, en van tevoren leek dat ook dit jaar het geval. Voor artist in residence John Zorn, die elke dag twee keer speelde, was op zaterdag de minste belangstelling. Zijn project Bar Kokhba – met muziek van zijn succesvolle groep Masada gearrangeerd voor kamerensemble – is al dertien jaar oud en dat straalde er ook vanaf. Ook niet bijster vol maar wel steengoed was Zorns gruizige ontmoeting met bassist Bill Laswell en drummer Milford Graves. Als grote verrassing stond de geliefde gitaarster Bill Frisell op het podium. Ze speelden denderende freegroove met snijdende scheursaxlijnen van Zorn. Je hebt vele gradaties van schreeuwen met je saxofoon maar die van Zorn doet je nekharen recht overeind staan, zulke sterk gekanaliseerde energie legt hij erin. Het was het meest uitbundige optreden van Zorn als muzikant.

Ook verder bleek er zaterdag genoeg verrassends en moois te beleven, en het waren uiteindelijk twee Nederlandse acts die de show stalen. Benjamin Herman bouwde met zijn kwartet met Anton Goudsmit, Ernst Glerum en Joost Patocka een uitgelaten en compromisloos feestje in een stampvolle, met honderden mensen gevulde Hudson-zaal. De nummers van zijn recente aan Misha Mengelberg gewijde cd zaten vol spannende geïmproviseerde passages en werden met minstens zoveel enthousiasme onthaald als de muziek van Amerikaanse jazzsterren.

Hetzelfde gold voor Candy Dulfer, die in de grootste hal van het Ahoycomplex revanche nam voor haar wat tamme concert van vorig jaar, met een stomende funkfusion-set en saxsolo’s op het scherpst van de snede. Weinig artiesten krijgen het voor elkaar om de hangar-achtige Nile zo hartverwarmend te laten swingen.

Respect

De Vlaamse zangeres Selah Sue stond als contrast in haar eentje op een klein buitenpleintje waar je geen kant op kon. Dat hoefde ook niet, want ze stal zonder omhaal je hart met kraakheldere songs die oneindig veel soulvoller waren dan de kille show die het Britse sterretje Duffy een dag eerder had gegeven. Selah Sue weet wat ze wil en dwingt daarmee respect af. Je haalde het wel uit je hoofd om er doorheen te praten.

Dat was het mooie van het festival dit weekeinde: krachtige artiesten sprongen er meteen uit en werden beloond met een hartelijke ontvangst, middelmatige vonden soms een opvallend lege zaal voor zich. De Kevin Mahogany Kansas City Revue speelde zijn obligate kroegcovers in een fikse zaal die slechts voor 5 procent gevuld was.

Vol was het bij de bijzondere ontmoeting die gepland stond tussen Lee Konitz, Brad Mehldau, Charlie Haden en Jorge Rossy. Altsaxkoning Konitz was helaas ziek. Ondanks het frisse samenspel tussen de jonge pianoster Mehldau en creatieve oude basrot Haden werd Konitz gemist. Als je hem er in je hoofd bij dacht, werd de muziek prachtig. Irritant: het geluid in de Hudson-zaal was blikkerig.

Tijdloos

En dan was er het Japan-thema. Vrijdag was het al lekker neergezet met hippe clubjazzbands, gisteravond kwamen de meer eigenzinnige en creatieve helden aan het woord. Met wederom hartverwarmend spel en dito ontvangst van het publiek. Pianiste Satoko Fuji en haar band Ma-Do boeiden een volle tent met zeer menselijke impro en tijdloos samenspel in stukken die ronduit mooi durfden te zijn.

Op de jamsessie in het Hiltonhotel werd zaterdag het wereldrecord één nummer spelen gebroken. Het kabbelende Song For My Father werd door tientallen musici in anderhalf uur uitgewoond, mét stijgende lijn. Een prestatie.

Hancock in Ahoy' (Martijn Beekman / de Volkskrant) Beeld
Hancock in Ahoy' (Martijn Beekman / de Volkskrant)
Meer over